Behandeling met botulinetoxine A bij een overactieve blaas

In verband met een overactieve blaas ondergaat u binnenkort een behandeling met botulinetoxine A. Deze behandeling vindt plaats in dagbehandeling onder algehele verdoving of met een ruggenprik. In deze folder vindt u hierover meer informatie.

Wat is een overactieve blaas?

Een overactieve blaas is een blaas waar u geen controle meer over heeft. De samentrekkingen van de blaasspier zijn te sterk en vinden te vaak plaats en zijn dus uit balans. Het gevolg is dat u vaak (meer dan acht keer per 24 uur) moet plassen, dat het plassen meestal vooraf wordt gegaan door hevige aandrang en dat u misschien de urine af en toe niet kunt ophouden.

Een overactieve blaas leidt niet altijd tot urineverlies. Veel mensen met een overactieve blaas moeten vaak naar het toilet maar hebben geen of weinig urineverlies. De oorzaak van een overactieve blaas is meestal onbekend. Soms wordt een overactieve blaas veroorzaakt door een neurologische aandoening. Hierbij gaat er iets fout in de overdracht van signalen vanuit de hersenen en de zenuwen naar de blaas en terug. We noemen dit een neurogene blaas.

Als eerdere behandelingen - bijvoorbeeld medicijnen, bekkenbodemtherapie of neurostimulatie (zie folder 'Neurostimulatie bij plasklachten') - niet voldoende hielpen, kan toediening van botulinetoxine A uitkomst bieden.

Wat is botulinetoxine A?

Spieren kunnen samentrekken en ontspannen als deze een signaal krijgen vanuit de zenuwvezels. De stof botulinetoxine zorgt ervoor dat de signaaloverdracht van de zenuwuiteinden naar de spieren blokkeert. De stof wordt geproduceerd door de bacterie Clostridium botulinum.

De werking van botulinetoxine A kunt u vergelijken met het doorknippen van de telefoonlijn bij u thuis: als de lijn wordt doorgeknipt kunt u geen telefoongesprek meer voeren. Als botulinetoxine A in een spier wordt gespoten, kan die spier geen signaal meer ontvangen en wordt die spier daardoor verlamd. In de urologie wordt botulinetoxine A gebruikt voor de behandeling van een overactieve blaasspier. Door verlamming van de blaasspier neemt de contractiekracht (samentrekking) van de blaas af. Daarnaast worden waarschijnlijk ook gevoelszenuwen vanuit de blaas geblokkeerd, waardoor het gevoel van aandrang om te plassen vermindert en u minder vaak hoeft te plassen.

Na injectie van botulinetoxine A in de blaasspier:

  • verdwijnen alle klachten bij ongeveer 60 tot 70% van de patiënten
  • is er een verbetering bij ongeveer 20% van de patiënten
  • is er geen effect bij 10% van de patiënten
  • is er bij 10% van de patiënten sprake van een te sterke werking (dit wordt verderop uitgelegd)

Botulinetoxine A is niet geregistreerd voor de behandeling van een overactieve blaas. We spreken van een experimentele behandeling. Er is echter al jarenlange ervaring in alle academische centra, zowel internationaal als nationaal, met behandeling van de blaas met botulinetoxine A. De behandeling is eenvoudig en heeft geen ernstige bijwerkingen. Door zowel de internationale urologievereniging (EAU) als de Nederlandse vereniging van Urologie wordt nu geadviseerd om bij blaasoveractiviteit die niet reageert op medicatie of therapie, injecties met botulinetoxine A te geven. Het feit dat dit nog niet geregistreerd is, komt doordat een dergelijke registratie vele jaren kost.

Voorbereiding

Medicatie

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit van tevoren melden bij uw uroloog. In overleg met hem/haar zult u het gebruik van deze medicijnen eventueel geruime tijd voor de behandeling moeten stoppen. Na de operatie overlegt u met uw uroloog wanneer u weer kunt beginnen met het gebruik van deze medicijnen. 

Nuchter zijn

Voor de behandeling moet u nuchter zijn. Voorschriften over nuchter zijn vindt u in de folder 'Algehele en regionale anesthesie'.

Verdoving

De ingreep vindt plaats onder verdoving met een ruggenprik of onder algehele verdoving (narcose). Welke vorm van verdoving u krijgt, hoort u tijdens de preoperatieve screening. Meer informatie over de verdoving vindt u in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.

Verhinderd

Bent u verhinderd? Meld dit dan uiterlijk 48 uur van tevoren bij de polikliniek Urologie. U kunt dan meteen een nieuwe afspraak maken. Bent u verkouden, of heeft u griep of koorts, neem dan ook contact met ons op. Het kan zijn dat de behandeling moet worden uitgesteld. De contactgegevens vindt u onder het kopje ‘Telefoonnummers’.

Opname en behandeling

Tijdstip van opname

Een dag voor de opname wordt u tussen 13.30 en 17.00 uur gebeld door de verpleegafdeling en hoort u hoe laat en waar u in het ziekenhuis wordt verwacht.

Melden

Op de opnamedag meldt u zich op het afgesproken tijdstip op de afgesproken afdeling. Hier neemt u plaats in de ontvangstruimte.

Voorbereidingen in het ziekenhuis

Een verpleegkundige haalt u op voor het opnamegesprek. Hij/zij vraagt u naar uw medicijnen en de naam van uw contactpersoon. Neem daarom uw medicijnen en medicijnkaart mee naar het ziekenhuis. De verpleegkundige vertelt u hoe laat u ongeveer geopereerd wordt.

Na het opnamegesprek gaat u terug naar de ontvangstruimte tot de verpleegkundige u ophaalt voor de operatie. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte. Onderweg laat u uw bagage achter in een kluisje.

In de voorbereidingsruimte kleedt u zich om in een operatiejasje en neemt u plaats op een bed. Uw kleding gaat samen met de sleutel van uw kluis in een tas die u van de verpleegkundige krijgt. Deze tas wordt aan uw bed bevestigd en blijft dus bij u in de buurt.

Vervolgens krijgt u medicijnen ter voorbereiding op de operatie. Er wordt een infuusnaald geprikt, uw bloeddruk wordt gemeten en u krijgt plakkers op uw borst om uw hartfunctie tijdens de operatie in de gaten te kunnen houden.

Gang van zaken

U krijgt een infuus in uw arm. Vervolgens wordt u met een ruggenprik of narcose verdoofd. Tijdens de behandeling ligt u op uw rug met uw benen in beensteunen. Eerst brengt de uroloog een hol buisje via uw plasbuis in de blaas. Op dit buisje is een kleine camera aangesloten waarmee de uroloog in de blaas kan kijken. Via het buisje wordt de blaas tot ontplooiing gebracht door water in de blaas in te brengen. Daarna brengt de uroloog de injectienaald in de blaas. Op ongeveer 25 plaatsen in de blaasspier spuit hij/zij een kleine hoeveelheid botulinetoxine A in. Aan het eind van de behandeling wordt een blaaskatheter ingebracht.

Een afbeelding van een injectie met botulinetoxine in de blaaswand

Figuur 1 - Injectie met botulinetoxine in de blaaswand

Duur van de behandeling

De behandeling duurt 20 tot 30 minuten.

Na de behandeling

De uitslaapkamer

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. De verpleegkundigen van de uitslaapkamer controleren uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en kleur van de urine. Als de urine te bloederig is, wordt de blaas gespoeld om de stolsels te verwijderen. Dit komt overigens zeer zelden voor.

Op de verpleegafdeling

Als u goed wakker bent of het gevoel in uw benen voldoende terug is en de controles goed zijn, gaat u naar de verpleegafdeling. Ook hier worden uw bloeddruk, polsslag, temperatuur en de urine regelmatig gecontroleerd.  

Als alles goed gaat, wordt de katheter verwijderd. Hierna moet u veel drinken om vervolgens te kunnen plassen. Als u geplast heeft, kijkt de verpleegkundige met een bladderscan of u niet te veel urine achterhoudt in de blaas.

Naar huis

Als het plassen goed op gang is gekomen en u geen pijn of koorts heeft, kunt u naar huis. De verpleegkundige en de uroloog vertellen u wat u de komende tijd kunt verwachten en wat u wel en niet mag doen. Gebruikt u bloedverdunners, dan hoort u van de uroloog wanneer u deze weer mag innemen. Als u nog vragen heeft, kunt u die op dat moment stellen aan de uroloog. Wij raden u aan uw vragen van tevoren op te schrijven.

Vervoer

U mag niet zelf naar huis rijden. Zorg daarom dat u wordt opgehaald. U kunt vanuit het ziekenhuis ook een taxi bellen.

Controleafspraak

Volgens afspraak komt u na ongeveer vier weken op controle bij uw uroloog.

Bij- en nawerkingen

De eerste dagen na de behandeling kan er nog wat bloed in de urine zitten. Daarom is het belangrijk dat u minimaal twee liter per dag drinkt. U krijgt bij ontslag op de afdeling een mictielijst mee. Dit is een lijst waarop u thuis 24 uur bijhoudt hoeveel u drinkt, wanneer en hoeveel u plast en of er sprake is van urineverlies.

Enkele dagen na de injectie kunt u zich wat grieperig voelen. Ook kan er een blaasontsteking ontstaan. Om een blaasontsteking te voorkomen krijgt u voor de behandeling antibiotica toegediend.

Resultaat

Het effect is na drie dagen tot drie weken te merken. Zoals eerder vermeld is de behandeling effectief bij ongeveer 80% van de patiënten. Helaas werkt de botuline maar 6 tot 15 maanden. Als het is uitgewerkt, kan de behandeling herhaald worden.

Bij ongeveer 10% van de patiënten bestaat het nadeel dat de botuline zo goed werkt, dat zij enige tijd niet goed kunnen plassen. Is dit bij u het geval, dan moet u zich enkele malen per dag katheteriseren (een soepel slangetje inbrengen in de blaas, zodat de urine eruit kan lopen). Als dit niet mogelijk is, kan het zijn dat u een verblijfskatheter krijgt. Als katheteriseren nodig is, krijgt u een afspraak bij de continentieverpleegkundige om het omgaan met de katheter aan te leren. Gelukkig geldt ook in dit geval dat het middel uiteindelijk uitgewerkt raakt en het spontane plassen weer op gang komt.

Weer thuis

Leefregels en adviezen

  • Luister naar uw lichaam en neem rust als dat nodig is. U merkt zelf wanneer u in staat bent uw oude activiteiten (werken/sporten) weer op te pakken. 
  • Om de vorming van stolsels te voorkomen moet u veel drinken, minimaal twee liter per dag. Vooral als er nog wat bloed in uw urine zit is dit belangrijk. Zo wordt de blaas op natuurlijke wijze ‘gespoeld’ en zal de urine snel weer lichter van kleur worden.
  • De eerste 24 uur na de operatie mag u niet autorijden. Of u daarna mag autorijden is afhankelijk van de polis van uw autoverzekering. Vraag dit na bij uw verzekeraar.
  • De eerste 2 weken na de operatie mag u niet fietsen.
  • De eerste 2 weken na de operatie mag u geen zwaar werk verrichten (meer dan 5kg tillen).
  • De eerste 2 weken na de operatie mag u geen geslachtsgemeenschap hebben.
  • Soms heeft u een branderig gevoel bij het plassen in de eerste week na de operatie. Dit vermindert door veel te drinken.  
  • Bent u voor de operatie gestopt met bloedverdunners, dan worden deze hervat in overleg met de arts. Dit is meestal nadat u voor controle op de polikliniek Urologie bent geweest.

Problemen thuis

Bij vragen of twijfels binnen 24 uur na ontslag uit het ziekenhuis kunt u bellen met de verpleegafdeling. Na 24 uur kunt u (tijdens kantoortijden) terecht bij de polikliniek Urologie. Bel in geval van spoedeisende vragen uw huisarts. Deze verwijst u zo nodig door naar de uroloog.

Contact opnemen met het ziekenhuis

Neem in de volgende gevallen contact op met het ziekenhuis:

  • als u plotseling hevige of aanhoudende buikpijn heeft die met 4 maal daags, om de 6 uur 2 tabletten paracetamol 500 mg niet verdwijnt
  • bij hevig bloedverlies en het plassen van grote bloedstolsels
  • als u plotseling niet meer kunt plassen of als u het gevoel heeft dat u niet goed uit kunt plassen
  • als u enkele dagen na de operatie koorts heeft boven de 38 graden Celsius of als u langer dan 24 uur een temperatuur van 38,5 graden Celsius of hoger heeft

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder vragen, neem dan contact op met de polikliniek Urologie.

Telefoonnummers

Polikliniek Urologie
 088 250 6327

Verpleegafdeling 3 CD Utrecht
 088 250 6362 / 088 250 6363

Kort verblijf Zeist (A4)
 088 250 9589

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected]

Bijgewerkt op: 26 maart 2020

Code: URO29