Behandeling van scheelzien

Er is geconstateerd dat u scheel kijkt. In deze folder vindt u meer informatie over scheelzien en de behandeling daarvan.

Wat is scheelzien?

Elk oog heeft zes oogspieren: vier rechte en twee schuine. Bij een rechte oogstand zijn alle oogspieren in balans. Deze balans zorgt voor een goede samenwerking van de twee ogen.

Wanneer deze balans verstoord is, staan de ogen niet meer recht, één van beide ogen wijkt af. Dit heet scheelzien. De medische term voor scheelzien is strabismus.

De verschillende vormen van scheelzien

Er zijn verschillende vormen van scheelzien. Het afwijkende oog kan naar binnen (naar de neus), naar buiten (naar het oor), naar boven of naar onderen draaien. Ook zijn er combinaties mogelijk.

  • Esotropie: één oog staat naar binnen gedraaid (convergent scheelzien), zie afbeelding 1.
  • Exotropie: één oog staat naar buiten gedraaid (divergent scheelzien), zie afbeelding 2.
  • Hypertropie: één oog staat naar boven gedraaid (sursumvergens), zie afbeelding 3
  • Hypotropie: één oog staat naar beneden gedraaid (deosumvergens), zie afbeelding 4

Scheelzien kan constant aanwezig zijn maar ook wisselend (intermitterend strabismus): het ene moment is het scheelzien wel aanwezig en het andere moment niet of verminderd aanwezig.

Soms is scheelzien alleen in verborgen vorm aanwezig (latent strabismus). Dit komt bij veel mensen voor en hoeft geen problemen te geven. Ook bestaat scheelzien dat alleen op afstand, alleen dichtbij of in een bepaalde richting aanwezig is. Daarnaast kan er sprake zijn van pseudo-strabismus. Hierbij is geen echt scheelzien aanwezig, maar lijkt dit wel het geval. Vaak komt dit door een brede neusrug.  

Afbeelding van één oog dat naar binnen staat gedraaid

Afbeelding 1 - Esotropie

Afbeelding van één oog dat naar buiten staat gedraaid

Afbeelding 2 - Exotropie

Afbeelding van één oog dat naar boven staat gedraaid

Afbeelding 3 - Hypertropie

Afbeelding van één oog dat naar beneden staat gedraaid

Afbeelding 4 - Hypotropie

Oorzaken

Scheelzien ontstaat meestal op kinderleeftijd, maar kan ook op latere leeftijd ontstaan. De oorzaak is niet altijd bekend. Factoren die het ontstaan van scheelzien kunnen bevorderen zijn:

  • erfelijkheid;
  • aangeboren scheelzien;
  • een ongecorrigeerde brilsterkte;
  • (infectie)ziekten;
  • een oogbewegingsstoornis;
  • emoties, schrik;
  • ongeval.

Daarnaast bestaat er een verband tussen scheelzien en verziendheid (plus-bril). Dit komt doordat verziende ogen zich extra moeten inspannen om scherp te zien. Deze extra inspanning leidt tot scheelzien, de oogstand is naar binnen gericht.

De gevolgen

Bij scheelzien zijn beide ogen niet op hetzelfde punt gericht. Er komen twee beelden in de hersenen binnen die niet samengevoegd kunnen worden en er ontstaat een dubbel beeld. Kinderen onder de acht jaar kunnen dit beeld van het scheelstaande oog onderdrukken. Er ontstaat geen dubbelzien. Als steeds het beeld van hetzelfde oog onderdrukt wordt, dan verdwijnt de prikkel tot het ontwikkelen van de gezichtsscherpte voor dat oog. Dit heeft tot gevolg dat dit oog steeds minder ziet en lui wordt.

Ontstaat scheelzien na het achtste levensjaar dan is het vermogen van de hersenen om het dubbele beeld te onderdrukken verloren gegaan. Er ontstaat dan wel dubbelzien.

Behandeling

Sommige vormen van scheelzien kunnen volledig of gedeeltelijk gecorrigeerd worden met een brilcorrectie. Mocht het scheelzien met een bril en/of oefeningen onvoldoende gecorrigeerd kunnen worden dan kan een oogspieroperatie uitkomst bieden. De orthoptist zal u hierin adviseren.

Vragen

Bij vragen kunt u op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur bellen met de polikliniek Oogheelkunde. 

Telefoonnummers

Polikliniek Oogheelkunde
 088 250 9429

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl

Bijgewerkt op: 10 december 2021

Code: OOG21