Bevalling van een kind in stuitligging (stuitbevalling)

U heeft binnenkort een gesprek met de gynaecoloog over de bevalling van uw kind in stuitligging. De gynaecoloog zal de verschillende mogelijkheden met u bespreken: een vaginale bevalling in stuitligging of bevalling via een keizersnede.

In deze folder vindt u informatie over beide mogelijkheden, zodat u zich goed kunt voorbereiden op het gesprek met de gynaecoloog. Meer informatie over een stuitligging in het algemeen vindt u in de folder 'Stuitligging' van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. 

Een vaginale bevalling bij een stuitligging

Een stuitbevalling lijkt in veel opzichten op een bevalling van een kind in hoofdligging. Er zijn ook drie fasen: de ontsluiting, het persen en de periode na de geboorte.

Ontsluitingsfase
De ontsluitingsfase verloopt vaak iets anders bij een stuitbevalling. De billen, benen of voeten liggen naar beneden en drukken op de baarmoedermond. Deze zijn kleiner dan het hoofd en kunnen daardoor sneller door de baarmoedermond zakken. U kunt daardoor persdrang krijgen voordat er volledige ontsluiting is. De arts zal u dan vragen om nog niet te gaan persen.

Persen
Het persen zelf gaat hetzelfde als bij een kind in hoofdligging. Aan het einde, als het lichaam van de baby geboren is tot ongeveer halverwege, vraagt de arts u te zuchten en te stoppen met persen. In de volgende wee kan dan het hoofd in een keer geboren worden. Bij de geboorte van het hoofd drukt een assistent vaak boven het schaambeen om ervoor te zorgen dat het hoofd goed door het bekken gaat.

Bij een stuitbevalling wordt het voeteneinde van het verlosbed meestal weggehaald en u plaatst uw benen in beensteunen (net als bij inwendig onderzoek op een gynaecologische stoel). De arts kan dan tussen uw benen staan om te helpen bij de geboorte. Bij een kind in onvolkomen stuitligging, met de benen omhoog, worden eerst de billen geboren, daarna de rest van het lichaam en de armen, en tot slot het hoofd. De geboorte van een kind in volkomen stuitligging verloopt hetzelfde, maar dan worden eerst één of twee benen geboren. 

Bevallen van een kind in stuit op handen en knieën (all-fours) is ook een mogelijkheid in ons ziekenhuis.

Controle van de hartslag kan gewoon plaatsvinden, of uitwendig, via de buik, of inwendig, via een elektrodedraadje op de bil van uw kind.

Mogelijke complicaties bij de moeder

De kans op complicaties voor de moeder is bij een bevalling in stuitligging niet groter dan bij een bevalling in hoofdligging. Wel is er meer kans dat de arts tijdens de bevalling besluit tot een keizersnede.

Mogelijke complicaties bij het kind

Direct na de bevalling
Kinderen in stuitligging die vaginaal worden geboren, worden vaker kort na de geboorte op de couveuseafdeling opgenomen dan kinderen die geboren worden na een keizersnede. Na een vaginale bevalling na 38 zwangerschapsweken is bij ongeveer 1 op de 20 kinderen couveuseopname nodig, en dat is tien keer vaker dan na een keizersnede. Er bestaan verschillende redenen voor zo'n opname. Soms heeft het kind na de geboorte behoefte aan extra zuurstof of ademhalingsondersteuning. Soms ontstaat er een beschadiging bij de geboorte, zoals een botbreuk, een zenuwbeschadiging of een hersenbloeding. Dit komt slechts zelden voor (bij ongeveer 1% van alle kinderen in stuitligging). Uit onderzoek blijkt echter dat er geen verschil in ontwikkeling wordt gezien op tweejarige leeftijd.

Op de langere termijn
Op de lange termijn is er geen verschil tussen kinderen in stuitligging die via een keizersnede zijn geboren en die vaginaal zijn geboren. De ontwikkeling verloopt hetzelfde en er is geen grotere kans op sterfte. Uit onderzoek onder tweejarige kinderen blijkt dat de gezondheid van kinderen die in een couveuse hebben gelegen niet verschilde van kinderen die niet in een couveuse hebben gelegen.

Een keizersnede bij een stuitligging

Een keizersnede bij een stuitligging verloopt hetzelfde als een keizersnede bij hoofdligging. Informatie over de keizersnede in het Diakonessenhuis vindt u in de folder ‘Een keizersnede’.

Bij een geplande keizersnede is er een mogelijkheid te kiezen voor een gentle keizersnede. Dit houdt in dat u de mogelijkheid krijgt om mee te kijken door een plastic venster in het afscheidingslaken en zo de geboorte van uw kind kunt zien. Tevens zullen u en uw kind zoveel mogelijk bij elkaar kunnen blijven tijdens en na de operatie. Direct na de geboorte zal uw kind in uw nabijheid kort nagekeken worden door de kinderarts. Daarna mag het kind bij u op uw borst liggen onder een warme deken. Ook op de uitslaapkamer (recovery) kan uw kind gewoon bij u blijven totdat u gezamenlijk terug gebracht wordt naar de afdeling.

Mogelijke complicaties bij de moeder

De kans op ernstige complicaties door een keizersnede is voor gezonde zwangeren heel erg klein, maar toch altijd groter dan na een vaginale bevalling. Het gaat hier om niet-levensbedreigende complicaties. Sommige complicaties komen ook na een vaginale bevalling voor, zoals bloedarmoede of trombose. Andere zijn een gevolg van de keizersnede, zoals een nabloeding in de buik, een bloeduitstorting of wondinfectie, een beschadiging van de blaas of darmen die niet goed op gang komen. Een blaasontsteking komt na een keizersnede vaker voor dan na een vaginale bevalling.

Mogelijke complicaties bij het kind

Een enkele keer is het moeilijk om een kind in stuitligging via een keizersnede uit de baarmoeder te halen en kan een (zenuw-)beschadiging optreden. Soms moet de keizersnede erg vroeg in de zwangerschap worden gepland om een spontane bevalling te voorkomen. Dan kan het kind longproblemen krijgen, waarvoor opname op de couveuseafdeling noodzakelijk is. Daarom doet men bij een stuitligging pas een keizersnede vanaf 39 weken zwangerschap.

Na de keizersnede

Een keizersnede veroorzaakt een litteken in de baarmoeder. Dit is een nadeel bij een volgende bevalling. U krijgt na een keizersnede het advies om bij een volgende zwangerschap in het ziekenhuis te bevallen, omdat het litteken een verhoogde kans op complicaties tijdens een volgende bevalling met zich meebrengt. Het litteken kan bijvoorbeeld openscheuren, de moederkoek kan voor de opening liggen, of de moederkoek kan heel vast met de baarmoeder vergroeid zijn wat veel meer bloedverlies na de bevalling geeft. Een zeldzaam gevolg is dat de baarmoeder na de keizersnede verwijderd moet worden. Deze complicaties komen zelden voor, maar wel vaker na een keizersnede dan na een vaginale bevalling (zie ook de folder 'De keizersnede').

Het maken van een keuze

De gynaecoloog zal met u en uw partner bespreken of een vaginale bevalling veilig is, of dat het beter is een keizersnede te doen. Voor een veilige vaginale bevalling gelden enkele voorwaarden:

  1. Er waren geen ernstige problemen bij een vorige bevalling, zoals een technisch lastig uit te voeren vacuüm- of tangverlossing (een gemakkelijk uit te voeren vacuüm of tangverlossing de vorige keer is geen bezwaar).
  2. Het geschatte gewicht van het kind is niet te hoog.
  3. Het hoofd van het kind ligt voorover en niet achterover gebogen.
  4. Er is enige indaling van de stuit in het bekken.
  5. De ontsluiting en de uitdrijving vorderen goed tijdens de bevalling.

In hoeverre kunt u kiezen?

Uw gynaecoloog geeft advies bij een stuitligging. Veel vrouwen kunnen zelf kiezen tussen een keizersnede of een vaginale bevalling. Een voorwaarde is wel dat de gynaecoloog die de vaginale bevalling zal begeleiden, het verantwoord vindt. In dat geval is er weinig reden om toch voor een keizersnede te kiezen.

In een aantal situaties heeft u geen keuze:

  • Als het te laat is om een keizersnede te doen: uw kind staat op het punt geboren te worden.
  • Als het te vroeg is om een keizersnede te doen: als de bevalling nog niet op gang is gekomen zal de gynaecoloog pas een keizersnede doen na 39 weken zwangerschap. Voor deze tijd is het risico op ademhalingsproblemen bij uw baby te hoog. 
  • De gynaecoloog kan het onverantwoord vinden om u vaginaal te laten bevallen als het kind te groot is, niet gunstig ligt, de harttonen van het kind verslechteren of de ontsluiting of uitdrijving niet goed vorderen. Ook als u eerder een technisch lastig verlopen bevallling heeft gehad, zal de gynaecoloog eerder besluiten tot een keizersnede.

Het verschil tussen een vaginale bevalling en een keizersnede is alleen onderzocht voor de zogeheten ‘a terme-stuiten’. Dat zijn kinderen in stuitligging die na een normale zwangerschapsduur worden geboren (tussen de 37 en 42 weken).

Voor en nadelen op een rij

Om te kiezen tussen een vaginale bevalling of een keizersnede, is het belangrijk dat u alle argumenten zo goed mogelijk op een rij zet. Veel ouders denken dat de keizersnede de veiligste manier is, maar een keizersnede heeft ook nadelen. We zetten de voor- en nadelen van beide vormen op een rij.

Natuurlijke bevalling

Voordelen   

  • Natuurlijk, spontaan;
  • Geen nadelen van operatie;
  • Korter verblijf in ziekenhuis;
  • Sneller herstel;
  • Volgende bevalling eventueel thuis mogelijk.

Nadelen

  • Iets hogere kans op problemen bij het kind na de geboorte, echter uit onderzoek blijkt dat er twee jaar na de geboorte geen verschil in uitkomst meer wordt gezien.

Keizersnede

Voordelen

  • Iets minder kans op problemen bij het kind kort na de geboorte.

Nadelen

  • Langere ziekenhuisopname;
  • Langzamer herstel;
  • Hogere kans op complicaties voor de moeder;
  • Geen thuisbevalling meer mogelijk;
  • Iets hogere kans op complicaties tijdens een volgende bevalling.

Vragen

Wij adviseren u uw vragen op te schrijven en mee te nemen naar het gesprek met de gynaecoloog. Heeft u vooraf vragen over uw afspraak dan kunt contact opnemen via de polikliniek Gynaecologie.

Telefoonnummers

Polikliniek Gynaecologie
 088 250 6178

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl

Bijgewerkt op: 8 augustus 2017

Code: VK21