Colonherstelprogramma

U wordt binnenkort opgenomen voor een operatie aan de dikke darm (colon). In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rond deze operatie. Het is goed u te realiseren dat uw situatie anders kan zijn dan beschreven. Stel daarom uw specifieke vragen aan de chirurg, casemanager (verpleegkundig specialist) of coloncareverpleegkundige. Laat uw partner en/of andere naasten de informatie doorlezen zodat ook zij zich een beeld kunnen vormen van de operatie en de herstelperiode. Het doel van het colonherstelprogramma is zo spoedig mogelijk te herstellen na de operatie.

Algemeen

Functie van de dikke darm

Ons voedsel komt via slokdarm, maag en dunne darm terecht in de dikke darm. De dikke darm is het laatste deel van ons spijsverteringskanaal. Hier vinden de laatste processen van de spijsvertering plaats. De dikke darm onttrekt water en zouten aan de brij waardoor de ontlasting indikt. Deze functie kan ook nog goed vervuld worden wanneer een groot deel van de dikke darm is verwijderd.

De dikke darm is in totaal ongeveer 1,5 meter lang en kan in een aantal delen worden onderscheiden. Rechts in de buik is de overgang van de dunne darm naar de dikke darm. Hier bevindt zich ook de appendix (blinde darm). Dit gedeelte van de darm is het opstijgende deel. De darm maakt onder de ribbenboog een bocht naar links. De dikke darm gaat onder de lever en onder de maag langs. Dit gedeelte van de darm wordt het dwarslopende deel genoemd. Nabij de milt aan de linker zijde, gaat de dikke darm over in het afdalende deel. In de linker onderbuik maakt de dikke darm een S-bocht. Dit gedeelte wordt het sigmoïd genoemd. In het laatste gedeelte gaat de dikke darm over in de endeldarm die eindigt bij de sluitspier, de anus (zie de tekening).

Afbeelding van overzicht darmstelsel

Redenen voor een dikkedarmoperatie

Er zijn veel soorten operaties mogelijk aan de dikke darm. Het soort operatie is afhankelijk van de oorzaak van de afwijking en de plaats van de afwijking in de dikke darm. Bij de volgende afwijkingen van de dikke darm kan een operatie nodig zijn.

  • Tumor/zwelling
    Tumor is het Latijnse woord voor zwelling. Een tumor/zwelling kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Goedaardige tumoren worden verwijderd omdat ze op den duur uit kunnen groeien tot een kwaadaardige tumor. Kwaadaardige tumoren worden verwijderd omdat ze schade kunnen veroorzaken in het weefsel, in dit geval de darmen. Daarbij kunnen ze in ander weefsel doorgroeien en daar schade veroorzaken. Ook kunnen kwaadaardige tumorcellen via de bloedbaan of lymfebaan in andere organen terechtkomen. Welk deel van de darm wordt verwijderd hangt af van de plaats van de tumor/gezwel in de dikke darm.
     
  • Diverticulitis
    Divertikels zijn kleine uitstulpingen van de darmwand. Ze ontstaan op zwakke plekken in de darmwand die bij hoge druk gaan uitstulpen. De uitstulpingen zijn onschuldig en geven meestal geen klachten. Soms gaan ze ontsteken. Dit heet diverticulitis en kan aanleiding geven tot buikpijn en soms problemen met de passage (doorstroom) van de darm. Als er ernstige ontstekingen optreden of de passage van de darm verslechtert, is er soms een operatie nodig om het zieke stuk darm te verwijderen.
     
  • Crohn/colitis
    Chronische ontstekingen van het maag/darmkanaal. Dit zijn aandoeningen die we ook wel inflammatoire darmziektes noemen en vaak samen met een maag-darm-leverarts behandeld worden als dan niet met medicatie (ontstekingsremmers). Soms is een operatie nodig om de ontsteking te verwijderen.. Welk deel er van de darm wordt verwijderd hangt af van de ernst van de ontsteking en waar de ontsteking zich bevindt.
     
  • Chronische obstipatie (verstopping)
    Klachten zijn vaak niet goed kunnen poepen, buikpijn en een harde en opgezette buik omdat de dikke darm te traag doorloopt. Meestal zijn er al allerlei behandelingen met medicatie (vaak laxantia) geprobeerd om de darm goed door te laten lopen.
     
  • Ischemische darm
    Er is een verminderde bloedvoorziening is naar een deel van de darm.

Klachten bij afwijkingen aan de dikke darm

De klachten die bij afwijkingen aan de dikke darm optreden, zijn sterk afhankelijk van de aard en de plaats van de afwijking. Mede daardoor is het klachtenpatroon zo wisselend. Klachten kunnen onder andere zijn:

  • bloed of slijm bij de ontlasting;
  • buikpijn, vaak met krampen;
  • veranderde stoelgang;
  • diarree of juist verstopping;
  • winderigheid;
  • loze aandrang; 
  • gewichtsverlies;
  • vermoeidheid;
  • bloedarmoede.

Opname en operatie

De opnameduur

Voor een darmoperatie wordt u gemiddeld 3 tot 5 dagen opgenomen. Dit is afhankelijk van de grootte van de ingreep en hoe snel u na de ingreep herstelt.

Betrokken hulpverleners

Tijdens de opname zijn afdelingsverpleegkundigen, coloncareverpleegkundigen, de chirurg, de zaalarts of physician assistant en de fysiotherapeut betrokken bij uw herstel. Indien nodig wordt ook een stomaverpleegkundige of diëtist ingeschakeld.

Als er sprake is van darmkanker, dan is de chirurg samen met de verpleegkundig specialist voor darmkanker de komende vijf jaar uw vaste contactpersoon tijdens vervolgcontroles of behandelingen.

Uw eigen rol

U heeft zelf een belangrijke rol in het herstelprogramma. Het herstel van de operatie vraagt veel inzet van u:

Beweging
Het is belangrijk dat u al snel na de operatie weer in beweging komt. De verpleegkundigen en fysiotherapeut van de afdeling begeleiden u hierbij. Door snel weer in beweging te komen, blijft uw conditie op peil, komen de darmen sneller op gang en is er minder kans op complicaties. We streven ernaar u op de dag van de operatie al in de stoel te helpen. Dit wordt iedere dag verder opgebouwd. Meer hierover leest u in de folder 'Beter uit bed'.

Voeding
Tijdens het herstel heeft u lichaam vaak een verhoogde behoefte aan eiwit, energie, vitamines en mineralen. Goede voeding is belangrijk voor een goed herstel en voor een goede werking van de darmen. Daarnaast komt de spijsvertering sneller op gang na een operatie als de darmen gestimuleerd worden door te eten. U mag al kort na de operatie starten met drinken. Als dit goed gaat, krijgt u een optimaal dieet met eiwitrijke tussendoortjes. U kunt het best aan tafel eten. Zorg ervoor dat u verdeeld over de dag eet en kauw het eten goed. Onze voedingsassistent komt geregeld bij u langs om te vragen of u iets wilt eten of drinken. Zo nodig wordt een diëtist om advies gevraagd.

Voorbereidingen vóór de opname

Afspraak met de coloncareverpleegkundige

Na het bezoek aan de chirurg en/of verpleegkundig specialist heeft u een afspraak bij de coloncareverpleegkundige ter voorbereiding op de operatie en het herstelprogramma. Deze afspraak duurt 1 tot 1,5 uur.

De coloncareverpleegkundige geeft u voorlichting over de operatie, de voorbereiding en de herstelperiode. Bovendien licht de coloncareverpleegkundige u voor over de belangrijke rol die u zelf speelt bij het herstel en neemt hij/zij de stappen van het herstelprogramma met u door. Er komen zaken aan bod als leefregels, voeding, ontlasting, het omgaan met klachten, beperkingen na de operatie en nazorg.

Als er bij u een stoma aangelegd moet worden of als de kans daarop aanwezig is, dan vertelt de coloncareverpleegkundige u uitgebreid over het stoma, hoe u daarmee om moet gaan en welke begeleiding u kunt verwachten.

De coloncareverpleegkundige stelt u vragen over uw gezondheid die van belang zijn voor een succesvolle behandeling en een goed herstel (anamnese). Hij/zij bespreekt met u of u na de operatie thuis hulp nodig heeft, zodat u tijdig daarover afspraken kunt maken met uw partner of contactpersoon. Als extra hulp (bijvoorbeeld thuiszorg) nodig is, wordt de aanvraag hiervoor tijdens uw opname gedaan. Eventuele huishoudelijke hulp dient u zelf te regelen via de gemeente.

Indien nodig, maakt de coloncareverpleegkundige voor u een afspraak met andere zorgverleners, zoals een diëtist, fysiotherapeut of geriater (een arts gespecialiseerd in ouderengeneeskunde).

Tijdens het gesprek kunt u natuurlijk ook terecht met uw eigen vragen. Het kan handig zijn vooraf uw vragen op papier te zetten.

Afspraak met de anesthesioloog

De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose) soms gecombineerd met een ruggenprik. Kort nadat u bij de chirurg bent geweest, bezoekt u de anesthesioloog voor de preoperatieve screening (POS). Daar vindt een vraaggesprek en een kort lichamelijk onderzoek plaats. Ook krijgt u informatie over de anesthesie, de risico’s van de operatie en de eventuele noodzaak voor een kortdurend verblijf op de Intensive Care na de operatie. Meer informatie over de anesthesie kunt u lezen in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’. U krijgt deze op de POS. In deze folder vindt u voorschriften over nuchter zijn en medicijngebruik. Lees de alinea over roken goed door. Wij raden u aan minstens twee dagen voor de operatie te stoppen met roken.

Gesprek met de apotheekmedewerker

Het is van belang voor de operatie inzicht te hebben in uw medicijngebruik. De apotheekmedewerker vraagt u tijdens het gesprek welke medicijnen u gebruikt. Soms is het noodzakelijk met medicatie te stoppen voor de operatie. Als dat voor u geldt, hoort u dat van de anesthesioloog. Bijvoorbeeld uw partner of een familielid.

Partner/contactpersoon

We proberen uw partner/contactpersoon ook goed op de hoogte te stellen, zodat zij u bij de voorbereiding op uw operatie en uw herstelperiode na de operatie goed kunnen ondersteunen. We vinden het fijn als u iemand meeneemt naar uw bezoek aan de coloncareverpleegkundigen.

Meenemen

In de folder 'Opname in het Diakonessenhuis' kunt u lezen wat u mee moet nemen voor uw opname.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de operatie? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 48 uur voor de opname) melden aan de opnameplanner Chirurgie? Het telefoonnummer vindt u achter in deze folder. Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken. 

De opnamedag

Melden

In de meeste gevallen wordt u een dag voor de operatie opgenomen. Soms is het mogelijk op de operatiedag te worden opgenomen. Dit is afhankelijk van het soort operatie en het tijdstip van de operatie. Een dag voor de operatie belt de secretaresse u wanneer en hoe laat u zich moet melden. Als de operatie vroeg in de ochtend plaatsvindt, meldt u zich de avond voor de operatie om 20.00 uur. Is de operatie later op de dag, dan spreken we met u af hoe laat u zich moet melden. Als er specifieke voorbereidingen nodig zijn, dan is het soms nodig om de dag voor de operatie om 13.30 uur te komen. Dit is dan al met u besproken.

U kunt zich op het afgesproken tijdstip melden bij de secretaresse van verpleegafdeling F1, Maag-darm-leverziekten en Chirurgie, route 262. De secretaresse zorgt ervoor dat u wordt ontvangen door de verpleegkundige van de afdeling.

Voorbereidingen

De verpleegkundigen van de afdeling maken u en uw partner/familie wegwijs op de afdeling en bereiden u (verder) voor op de operatie.

  • De verpleegkundige van de afdeling brengt u op de hoogte van de gang van zaken op de afdeling en neemt met u door of alle noodzakelijke voorbereidingen zijn getroffen.
  • Indien nodig wordt bloed bij u afgenomen ter voorbereiding op de operatie.
  • U maakt kennis met de zaalarts van de verpleegafdeling.
  • Als u een stoma krijgt of kans heeft op het krijgen van een stoma, dan komt de stomaverpleegkundige langs om samen met u een voorkeursplaats voor het stoma op uw buik te bepalen. De coloncareverpleegkundige heeft dit van tevoren met u besproken op de poli.  
  • Vanaf vandaag krijgt u dagelijks een injectie Fraxiparine om de kans op trombose te verminderen. De injecties worden in de avond gegeven. Soms is het noodzakelijk om thuis, na de opname, ook nog deze injecties te gebruiken. Dan leren we u tijdens de opname hoe u dit thuis zelf kunt doen.
  • Een goede voedingstoestand voor de operatie kan bijdragen aan het herstel. Daarom krijgt u de avond voor de operatie een koolhydraatrijke drank te drinken (Pre-Op). U krijgt dit niet als u diabetes heeft.
  • U mag u tot 6 uur voor de operatie eten en tot 2 uur voor de operatie Pre-Op en water drinken. Daarna mag u tot de operatie niets meer eten en drinken.
  • Afhankelijk van de operatie en het operatiegebied is het soms nodig uw darmen leeg te maken. Dit kan op twee manieren:
    1) Op de dag voor de operatie start u met Eziclen. Dit is een sterk laxeermiddel in de vorm van een drank. U mag tot 14.00 uur normaal eten. Dan start u met de inname van Eziclen. Na de inname van Eziclen mag u tot 6 uur voor de operatie vloeibaar voedsel gebruiken en drinken. Tot 2 uur voor de operatie mag u alleen nog Pre-Op en water drinken. Vanaf 2 uur voor de operatie mag u niets meer drinken. Zie voor meer informatie de folder 'Voorbereiding darmoperatie met Eziclen'.
    2) U krijgt de avond voor de operatie een klysma om het laatste stukje van de darm schoon te maken. De ochtend van de operatie krijgt u een tweede klysma. Soms worden beide klysma’s op de ochtend van de operatie gegeven.
  • Gebruikt u medicijnen? De verpleegkundige of arts vertelt u welke medicijnen u gewoon mag innemen en welke u eventueel (tijdelijk) niet mag innemen.
  • Van de verpleegkundige hoort u hoe laat u ongeveer geopereerd wordt.
  • U krijgt om beide polsen een bandje met uw naam en een barcode. Deze houdt u om totdat u met ontslag gaat.
  • Tijdens de hele opname kunt u met al uw vragen bij het team van de verpleegafdeling terecht.

De operatiedag

Voorbereiding op de operatie

  • Voor de operatie gaat u douchen. U krijgt een operatiejasje en -broekje aan, u krijgt een schoon bed, u gaat plassen, u verwijdert eventueel uw gebit en doet alle sieraden af.
  • Een uur voor de operatie krijgt u pre-medicatie bestaande uit een voorbereiding op de pijnstilling, een maagbeschermer en soms een rustgevend medicijn. De anesthesioloog heeft deze medicatie vastgesteld tijdens tijdens uw intakegesprek op de POS.
  • Als u een ruggenprik krijgt, heeft de anesthesioloog dit tijdens uw intakegesprek op de POS met u besproken.
  • Als de voorbereidingen klaar zijn, brengt een verpleegkundige u met uw bed naar de operatiekamer voor de narcose en de operatie.

De operatie

De ingreep kan via een kijkoperatie of via een klassieke operatie plaatsvinden. De chirurg heeft u verteld welke operatie bij u wordt uitgevoerd.

Nadat het aangedane darmdeel is verwijderd, verbindt de chirurg de resterende darmdelen weer met elkaar. Deze verbinding noemen we een ‘darmanastomose’ of ‘darmnaad’. In bepaalde situaties wordt een tijdelijk of blijvend stoma aangelegd. In het voorgesprek met de chirurg heeft u gehoord of dit in uw situatie eventueel het geval is.

Een reden om een stoma aan te leggen kan zijn dat de chirurg wil voorkomen dat er ontlasting langs de (nieuwe) kwetsbare darmnaad komt. Door het aanleggen van het stoma krijgt de naad rust om te herstellen. Eventueel wordt het stoma na verloop van tijd weer opgeheven.

Als de operatie laag in de darm plaatsvindt, dicht bij de anus, kan het zijn dat er geen naad meer gemaakt kan worden, omdat ook de anus moet worden weggenomen. De chirurg legt dan een blijvend darmstoma aan. Mocht dit in uw situatie het geval zijn, dan heeft u dit in het voorgesprek met de chirurg gehoord.

Duur van de operatie

De duur van de operatie hangt af van het soort operatie en van de omstandigheden. De chirurg belt in principe de eerste contactpersoon als de operatie klaar is.

Na de operatie

Uitslaapkamer

Na de operatie verblijft u enkele uren op de uitslaapkamer. U heeft dan een aantal slangetjes om u heen. Sommige daarvan houden uw lichaamsfuncties in de gaten, zoals uw hartslag en bloeddruk. Andere slangetjes ondersteunen uw lichaam na de ingreep, zoals infuus, zuurstof, eventuele drain en blaaskatheter. Afhankelijk van de operatie en uw medische voorgeschiedenis verblijft u een nacht op de Intensieve Care of gaat u terug naar de verpleegafdeling. Als u naar de Intensive Care gaat, heeft de anesthesioloog dit vooraf met u besproken. Zodra u terug bent op de verpleegafdeling of de Intensive Care neemt de verpleegkundige telefonisch contact op met uw contactpersoon. Dit is een paar uur nadat de chirurg heeft gebeld.

Terug op de afdeling

  • U heeft één of meer infusen om vocht en eventueel medicijnen toe te dienen.
  • Aan het infuus is meestal een pijnpompje bevestigd. Via het pijnpompje kunt u zelf medicatie toedienen wanneer u pijn heeft.
  • Daarnaast krijgt u van een verpleegkundige op vaste tijden pijnstilling via het infuus of in tabletvorm. De verpleegkundige vraagt u geregeld hoe het met de pijn gaat. Zo nodig kan de pijnstilling in overleg met de arts aangepast worden. Het is van groot belang dat pijn uw functioneren niet belemmert. We adviseren u bij pijn of gevoeligheid het wondgebied te ondersteunen met uw hand of een kussentje, bijvoorbeeld bij hoesten. 
  • Het kan zijn dat u een drain (een slangetje in het operatiegebied) heeft voor de afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht.
  • Een slangetje in uw blaas zorgt voor de afloop van urine (blaaskatheter).
  • Een slangetje in uw neus zorgt voor toediening van zuurstof.
  • De verpleegkundige meet regelmatig uw temperatuur, pols en bloeddruk. 

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is ook bij een operatie aan de dikke darm de kans op complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties.

Bij operaties aan de darm kan zich ook nog een ernstige complicatie voordoen als de naad (anastomose) niet goed vastgroeit. Er kan dan ontlasting lekken in de buik. In dat geval volgt meestal een nieuwe operatie, waarbij de naad zo mogelijk wordt hersteld en alsnog een (al dan niet tijdelijk) stoma wordt aangelegd.

Na een buikoperatie is het belangrijk de druk op de buikspieren zo klein mogelijk te houden om het risico op een buikwandbreuk te verkleinen. Tijdens de opname mag u daarom geen gebruik maken van de optrekbeugel (papegaai) boven het bed. Ook mag u de eerste zes weken na de operatie niet meer tillen dan 4 tot 5 kilo. De fysiotherapeut en de verpleegkundige geven u instructies hoe u het beste uit bed kunt komen om de druk op de buikspieren zo klein mogelijk te houden.

Bij uitgebreide endeldarmoperaties kan er soms functieverlies zijn van de blaas en/of de geslachtsdelen. Bij mannen treedt soms impotentie op en er kan een stoornis optreden bij het legen van de blaas. Gelukkig zijn dergelijke stoornissen vaak van tijdelijke aard. Bij risico hierop zal uw behandelend arts hier meer uitleg over geven. Heeft u een kinderwens, dan adviseren we dit te bespreken met de chirurg of verpleegkundig specialist.

Een endeldarmoperatie kan bij vrouwen een veranderende stand van de baarmoeder en vagina tot gevolg hebben. Ook kan er droogheid van de vagina optreden. Hierdoor kan geslachtsverkeer bemoeilijkt worden. Bespreek deze klachten met uw chirurg of verpleegkundig specialist.

Dagprogramma gedurende de herstelperiode in het ziekenhuis

De eerste dagen na de operatie is het belangrijk dat u actief werkt aan uw herstel. Dit doet u met ondersteuning van chirurgen, zaalartsen, verpleegkundigen, zo nodig fysiotherapeuten, stomaverpleegkundigen en diëtisten. Zij zetten zich samen met u in om uw operatie en de herstelperiode zo goed mogelijk te laten verlopen.

De dag van de operatie

  • Om de darmbewegingen na de operatie weer op gang te krijgen, is het belangrijk om zodra dat mogelijk is, weer te gaan drinken. Probeer een halve liter te drinken na de operatie. Als dit goed gaat kunt u starten met een optimaal dieet met eiwitrijke tussendoortjes. Verspreid het eten over de dag en kauw zo goed mogelijk.
  • U kunt misselijk zijn. De verpleegkundige kan u een middel tegen misselijkheid geven. Vraag er gerust om.
  • Het is belangrijk dat u snel weer in beweging komt. Bewegen is goed voor uw spieren. Door snel weer uit bed te komen, zorgt u voor een sneller herstel van zowel spieren, longen, botten en conditie. Hierdoor neemt de kans op complicaties af. Zie de folder 'Beter uit bed'.

De eerste dag na de operatie

  • Bij de lichamelijke verzorging zult u vandaag nog hulp nodig hebben van de verpleegkundige. De verpleegkundige die u deze dag verzorgt, is uw aanspreekpunt. Hij/zij loopt visite met de arts en geeft u de nodige medicatie.
  • Als u pijn heeft ondanks de pijnstilling, aarzel dan niet dit te bespreken met de verpleegkundige. Deze kijkt dan samen met de zaalarts naar een oplossing.
  • De verpleegkundige verwijdert vandaag zo mogelijk, na overleg met de arts, uw blaaskatheter.
  • U krijgt een optimaal dieet met eiwitrijke tussendoortjes. U kunt het best aan tafel eten. Verspreid het eten over de dag en kauw zo goed mogelijk. De voedingsassistent vraagt u geregeld of u iets wilt eten of drinken. Als u misselijk bent, meld dit dan aan de verpleegkundige. Deze kan dan via het infuus een medicijn geven tegen de misselijkheid.
  • Probeer meer dan een liter te drinken. Zodra u voldoende drinkt, kan het infuus verwijderd worden.
  • Het streven is dat u deze dag drie keer een half uur uit uw bed komt en een klein stukje gaat lopen. De verpleegkundigen en zo nodig de fysiotherapeut ondersteunen u hierbij. Afhankelijk van hoe het met u gaat, wordt dit de komende dagen uitgebreid.
  • U start met kauwtabletten magnesium. Deze zorgen ervoor dat de ontlasting soepel wordt en makkelijker langs het operatiegebied kan.
  • Als u een stoma heeft gekregen, verwisselt de verpleegkundige het stomamateriaal en krijgt u uitleg hierover. Probeer zo snel mogelijk mee te kijken en zelf onder begeleiding te oefenen.

De tweede dag na de operatie

  • Het wondverband wordt indien mogelijk verwijderd. In principe bent u vandaag verlost van alle slangetjes die het bewegen belemmeren. De verpleegkundige helpt u met douchen. Wanneer u het prettig vindt, kunt u uw gewone kleding weer aan.
  • De pijnstilling via het pijnpompje proberen wij af te bouwen en te stoppen. Vanaf vandaag krijgt u, in principe, alleen nog op vaste tijden pijnstilling in tabletvorm. De vaste tijden zijn belangrijk om de bloedspiegel van pijnmedicatie stabiel te houden. Als u pijn heeft, geef dit dan vandaag ook aan de verpleegkundige door.
  • Probeer minimaal 1,5 liter te drinken. Als u nog een infuus heeft, kan dit worden verwijderd. U krijgt een optimaal dieet met eiwitrijke tussendoortjes. U kunt het best aan tafel eten.
  • Het is de bedoeling dat u meer uit bed komt. U gaat bijvoorbeeld vaker in een stoel zitten en lopen. De verpleegkundige ondersteunt u hierbij. Zorg dat u een boek of iets anders binnen handbereik heeft, zodat u zich op een prettige manier kunt ontspannen.
  • Als u een stoma heeft gekregen, leert de verpleegkundige u hoe u het beste het stoma kunt verzorgen. Probeer zoveel mogelijk mee te kijken en zelf onder begeleiding te oefenen. U krijgt de instructies van de stomazorg ook op papier. Bespreek al uw vragen en mogelijke twijfels en betrek ook uw partner/contactpersoon hierin. Zo raakt u langzaam gewend aan het stoma en leert u het verzorgen. De verpleegkundige zal u vragen een afspraak met uw partner/contactpersoon te maken om mee te kijken en te oefenen in de stomazorg.

De derde dag na de operatie

  • Het ontslag naar huis komt steeds dichterbij. Bij een vlot herstel kunt u aan het eind van deze dag al naar huis als dat medisch verantwoord is. Als u nog niet naar huis kunt, wordt er een streefontslagdatum vastgesteld. Soms is het noodzakelijk thuiszorg te regelen. Dit bespreken wij dan samen met u. Heeft u of uw partner/contactpersoon vragen over het naderende ontslag? Stel ze dan gerust.
  • U krijgt een optimaal dieet met eiwitrijke tussendoortjes. U kunt het best aan tafel eten. Uw darmen functioneren het beste wanneer er weer voedsel in komt. Probeer steeds meer uit wat u kunt verdragen. Het is de bedoeling dat u in korte tijd weer eet wat u gewend was.
  • Ook vandaag moet u uw bed een aantal keren in en uit. Het streven is zo min mogelijk in bed te zijn, stukjes te lopen en aan tafel te eten. Dit is bedoeld om de conditie te behouden en het herstel te bevorderen.
  • Als u een stoma heeft, oefent u samen met de afdelingsverpleegkundige en uw partner of contactpersoon om het stoma te verzorgen. De verpleegkundige vraagt u vanaf vandaag zoveel mogelijk zelf te doen, uiteraard onder begeleiding van de verpleegkundigen. De verpleegkundige schakelt zo nodig thuiszorg in voor de stomazorg thuis en bestelt stomamateriaal voor thuis.
  • Wanneer u een operatie heeft gehad in verband met darmkanker, moet u 4 weken fraxiparine gebruiken om trombose te voorkomen. Fraxiparine wordt via een prik toegediend. Vanaf vandaag leert u hoe u dat zelf kunt doen.
  • Vergeet niet eventuele vragen vandaag nog te stellen aan de verpleging of de afdelingsarts. Laat uw partner/contactpersoon alvast de kleding meenemen die u wilt dragen als u naar huis gaat.

De balans opmaken
We kijken terug op uw herstel en bespreken of u naar huis kunt. Alleen als u onvoldoende herstelt en ziekenhuiszorg noodzakelijk is, blijft u langer opgenomen. We treffen voorbereidingen voor uw ontslag zoals het schrijven van recepten en het maken van controleafspraken.

Klaar voor ontslag?
Voordat u naar huis gaat:

  • is de pijn onder controle met de pijnmedicatie
  • moet u gewoon kunnen eten en zelfstandig kunnen lopen
  • zijn alle slangen verwijderd
  • is uw lichaamstemperatuur lager dan 38 graden Celsius
  • moet uw ontlasting op gang zijn
  • genezen de wond of wondjes goed
  • moet u uw stoma, als u deze heeft, in principe zelf kunnen verzorgen
  • is eventuele thuiszorg geregeld

Zo nodig bepalen we een aantal bloedwaarden. Als de afdelingsarts deze uitslagen goed vindt, kunt u naar huis.

Medicatievoorschriften worden naar uw apotheek doorgestuurd.

Fraxiparine prikken
Als u Fraxiparine moet blijven prikken (dit is doorgaans het geval bij operaties vanwege darmkanker), dan moet u dit tot vier weken na de operatie doen. U leert het prikken tijdens uw opname.

Vervolgafspraken

U krijgt een afspraak mee voor poliklinische controle bij:

  • de chirurg
  • de coloncareverpleegkundige (telefonisch)
  • de stomaverpleegkundige (alleen als u een stoma heeft gekregen)
  • de diëtiste, indien nodig

Adviezen voor thuis/leefregels

Adviezen voor thuis

Hechtingen
Vaak lossen hechtingen vanzelf op. Het is mogelijk dat er niet-oplosbare hechtingen geplaatst zijn en dat deze nog niet zijn verwijderd als u met ontslag gaat. In overleg met de zaalarts kunnen de hechtingen dan 12 tot 14 dagen na de operatie door de huisarts of tijdens de controle bij de chirurg worden verwijderd.

Pijnstilling
Voor het bestrijden van eventuele wondpijn kunt u tot de controleafspraak de voorgeschreven pijnstilling gebruiken, als dat noodzakelijk is. Bij het gebruik van bepaalde medicatie, denk aan morfinetabletten, mag er geen deelname aan het verkeer zijn. Wees hierop alert. Tijdens de controleafspraak kunt u het verdere gebruik van pijnstillers bespreken met de chirurg.

Ontlasting
Het is belangrijk dat de ontlasting na de operatie soepel blijft. Hiervoor krijgt u van de zaalarts eventueel medicijnen voorgeschreven voor thuis. Als de ontlasting goed op gang is, mag deze medicatie afgebouwd worden. Let er wel op dat de ontlasting niet te hard wordt.

Controle-afspraak op de polikliniek
Bij ontslag krijgt u een vervolgafspraak mee voor controle op de polikliniek. Deze controle vindt meestal na ongeveer twee weken plaats. De chirurg kijkt hoe het met u gaat en er is gelegenheid voor het stellen van vragen. Het is handig om de vragen van tevoren op te schrijven. Mocht bij ontslag de uitslag van het weefselonderzoek nog niet bekend zijn dan wordt u al eerder terug verwacht op de poli om deze uitslag te krijgen. Hoelang u onder poliklinische controle blijft, hangt samen met de aard van uw ziekte. De arts zal dit met u bespreken. 

Uitslag
De uitslag van het microscopisch onderzoek van het verwijderde (darm)weefsel is na ongeveer 10 dagen bekend. De chirurg bespreekt de uitslag met u tijdens uw opname, mocht u dan nog opgenomen zijn, of tijdens de controle-afspraak op de polikliniek en adviseert u zo nodig over een aanvullende behandeling.

Contact coloncareverpleegkundige
De coloncareverpleegkundige neemt binnen twee weken na ontslag telefonisch contact met u op. Als er thuis vragen bij u opkomen of als zich problemen voordoen, aarzel dan niet om zelf contact op te nemen met de coloncareverpleegkundige. Het telefoonnummer vindt u achter in deze folder. Ook buiten kantooruren kunt u via dit telefoonnummer terecht. U krijgt dan een afdelingsverpleegkundige aan de telefoon.  

Neem in de volgende gevallen contact op met de coloncareverpleegkundige:

  • koorts (boven de 38,5 C)
  • aanhoudend braken hevige buikpijnen
  • wondproblemen
  • problemen met of vragen over de ontlasting
  • als u zich ergens onzeker over voelt of vragen heeft

Contact stomaverpleegkundige
U krijgt bij ontslag, indien nodig, een afspraak mee voor een bezoek aan een stomaverpleegkundige, een à twee weken na ontslag. Afhankelijk van uw woonplaats wordt er een afspraak gemaakt in het Diakonessenhuis in Utrecht of in Zeist. Als u problemen ondervindt van het stoma, zoals lekkage, huidproblemen of een brandend gevoel rond het stoma, kunt u contact opnemen met de stomaverpleegkundige. Dat geldt ook wanneer u vragen heeft over stomaverzorging of de opvangmaterialen.

Leefregels

  • Voor uw herstel is het van belang dat u actief blijft. Welke activiteiten u wel of niet kunt doen is afhankelijk van de hinder die u ondervindt aan het operatiegebied. Het is hierbij belangrijk om de komende periode aan uw conditie te werken. Zie folder 'Beter uit bed'.
  • Om de buikwand zo goed mogelijk te laten genezen is het belangrijk om de eerste zes weken na de operatie de druk op de buikspieren beperkt te houden. Daarom adviseren wij om gedurende deze periode niet meer dan 4 tot 5 kilo te tillen. Het tillen van voorwerpen en het uitvoeren van fysieke inspanning mag in ieder geval geen pijn aan de buikwand en het operatiegebied opleveren.
  • Verder geldt: dat wat u kunt doen, mag ook. Het is dus belangrijk dat u luistert naar uw lichaam. 
  • Na een operatie als deze kan het zijn dat u enige tijd last heeft van vermoeidheid. Dit kan komen doordat het lichaam hard aan het werk is om te herstellen wat ten koste gaat van uw normale conditie. Sommige medicijnen (zoals morfine) kunnen ook voor vermoeidheid zorgen.
  • Wij adviseren u een eiwitrijke voeding (zie folder) omdat eiwitten zorgen voor een beter herstel na operatie.
  • Zie ook de folder 'Naar huis na een darmoperatie'.

Wanneer u weer helemaal van de operatie hersteld zult zijn, hangt af van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en uw conditie voor en na de operatie. Houd er rekening mee dat het herstel thuis verder voortzet en dat u in totaal 2-6 weken nodig heeft om volledig te herstellen.

Vragen

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de coloncareverpleegkundige of de polikliniek Chirurgie. De contactgegevens vindt u in deze folder onder het kopje 'Telefoonnummers'.

Telefoonnummers

Polikliniek Chirurgie
088 250 5333

  • toets 1 voor het maken / verzetten van afspraken op de polikliniek in Utrecht en Zeist
  • toets 2 voor vragen rond opname
  • toets 3 voor medisch inhoudelijke vragen
  • toets 4 voor overige vragen

Voor het maken of verzetten van afspraken op de polikliniek in Doorn kunt u bellen met polikliniek Doorn, telefoonnummer 088 250 8888.

Opnameplanner Chirurgie
088 250 5333 (toets 2)

Coloncareverpleegkundige Chirurgie
088 250 6639 (maandag en donderdag van 13.00 tot 15.00 uur) Bij spoedgevallen 24 uur bereikbaar

Stomaverpleegkundige
088 250 5761 (op werkdagen van 7.30 tot 16.00 uur)

Verpleegkundig specialist (Bo Visscher/ Sonja de Stigter)
088 250 6562

Verpleegafdeling Maag-darm-leverziekten en chirurgie (F1)
088 250 6451 (kamer 23-26) / 088 250 6452 (kamer 15-22)

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl

Bijgewerkt op: 3 november 2022

Code: MDL27