Darmstoma

In deze folder vindt u informatie over het aanleggen van een stoma. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. Neem bij vragen of onduidelijkheden contact op met de coloncare- of stomaverpleegkundige of met uw arts.

Wat is een stoma?

Een darmstoma is een kunstmatige uitgang voor ontlasting. Stoma is het Griekse woord voor ‘opening’ of ‘mond’. 

Een darmstoma wordt aangelegd als de ontlasting het lichaam niet langs de natuurlijke weg kan verlaten. Bij het aanleggen van de stoma wordt een stukje darm door de buikwand naar buiten gebracht en aan de huid vastgehecht. Er zijn verschillende darmstoma’s. De chirurg heeft met u besproken welke darmstoma u kunt krijgen.

Redenen om een stoma aan te leggen

Er zijn verschillende redenen om een stoma aan te leggen:

  • een darmoperatie waarbij een darmnaad tussen twee darmdelen wordt gemaakt. Om deze darmnaad te beschermen wordt een tijdelijke stoma aangelegd. Soms is het bij een darmoperatie noodzakelijk een blijvende stoma aan te leggen.
  • een gezwel in het laatste deel van de darm (rectum en/of anus), waardoor het rectum en/of de anus moet worden verwijderd 
  • een ziekte aan de dikke darm, waardoor een deel van de dikke darm of de hele dikke darm verwijderd moet worden, zoals Colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn
  • een ernstige darmontsteking waarbij medicijnen niet werken
  • een onbehandelbare verstopping in de darm

Verschillende stoma's

Afhankelijk van de reden om een stoma aan te leggen zijn er verschillende stoma’s:

  • Een stoma kan aangesloten worden op de dunne darm (ileostoma) of op de dikke darm (colostoma). 
  • Een stoma kan ‘eindstandig’ of ‘dubbelloops’ zijn: 
    • een eindstandig stoma heeft één opening waar de ontlasting uit komt. 
    • een dubbelloops stoma heeft twee openingen naast elkaar. Uit één opening komt ontlasting, uit de andere opening komt slijm (afkomstig van het slijmvlies van de darm).  

Een stoma kan tijdelijk (voor een aantal maanden) of definitief (blijvend) zijn.

Begeleiding in het ziekenhuis

Een stoma krijgen is een ingrijpende gebeurtenis die een verandering in uw leven tot gevolg heeft. Goede voorlichting en begeleiding kunnen u daarbij ondersteunen. Daarom wordt u in het ziekenhuis begeleid door de afdelingsverpleegkundige, de coloncareverpleegkundige en de stomaverpleegkundige. 

Coloncareverpleegkundige

De coloncareverpleegkundige informeert u tijdens het intakegesprek voor de operatie over de gevolgen van het krijgen van een stoma en de veranderingen in uw leven.  Zij is uw contactpersoon/ aanspreekpunt voor, tijdens en na de opname en geeft voorlichting over hoe om te gaan met de stoma. 

Afdelingsverpleegkundige

De afdelingsverpleegkundige begeleidt u dagelijks in het aanleren van de stomazorg. Het streven is hierbij om u zelfredzaam te maken in de stomazorg.

Stomaverpleegkundige

De stomaverpleegkundige is gespecialiseerd in stoma's en houdt het genezingsproces van de stoma in de gaten. Zij doet dit tijdens uw opname, maar ook als u weer thuis bent en voor controle naar de polikliniek komt. Zij regelt het meest geschikte stomamateriaal voor u en geeft u uitleg over het gebruik van deze middelen.

Ook kan zij vragen beantwoorden op lichamelijk, geestelijk en seksueel gebied. Veel patiënten die een stoma krijgen, zijn bang dat hun seksuele aantrekkingskracht afneemt. Als dit ook voor u geldt, praat er dan over met de stomaverpleegkundige.

Ten slotte kunt u ook voor praktische zaken rondom uw stoma bij de stomaverpleegkundige terecht, bijvoorbeeld:

  • stoma en reizen
  • stoma en werken
  • stoma en sporten

Voorbereidingen in het ziekenhuis

De opnamedag

Op de dag van de opname komt de stomaverpleegkundige bij u langs om samen met u een plaats te bepalen waar de stoma moet komen. De plaats waar de stoma komt, hangt af van een aantal factoren, zoals de vorm van uw buik, de kleding die u draagt en welke lichamelijke activiteiten u doet. Meestal komt de stoma op de rechter of linker buikhelft, een stukje lager dan de navel. 

De chirurg bepaalt tijdens de operatie of deze plek ook haalbaar is. Dat is afhankelijk van de omstandigheden in de buik. Soms is het noodzakelijk om voor de operatie de darmen schoon te spoelen. Als dit voor u van toepassing is, bespreekt de coloncareverpleegkundige dit met u tijdens het intakegesprek. 

Gang van zaken rond de operatie

Het aanleggen van een stoma is meestal een onderdeel van een andere operatie aan de darmen. De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (narcose). Tijdens de preoperatieve screening heeft de anesthesioloog u hierover geïnformeerd.

Tijdens de operatie brengt de chirurg het darmdeel door een kleine opening in de buikwand naar buiten. Dit wordt omgeslagen en de stoma wordt in de huid vastgehecht. De stoma die u ziet op uw buik is dus de binnenwand van uw darm. Het is te vergelijken met het slijmvlies van de binnenkant van uw wang. 

Een stoma heeft geen sluitspier die de ontlasting tegen kan houden. Om de ontlasting die uit de stoma komt op te vangen, wordt er een ‘opvangsysteem’ op uw huid geplakt. Dit noemen we ‘stomamateriaal’.

Na de operatie

Na de operatie heeft u enige tijd nodig om te herstellen van de ingreep. Zodra u zich iets beter voelt, is het verstandig zo snel mogelijk te leren omgaan met uw stoma.

De stomaverpleegkundige bezoekt u verschillende keren op de verpleegafdeling. Zij informeert en begeleidt u en u kunt bij haar met uw vragen rond de stoma terecht. De afdelingsverpleegkundige en/of stomaverpleegkundige verzorgen samen met u de stoma. Hierdoor raakt u steeds meer vertrouwd met de stoma. In het begin kijkt u mee wanneer de stoma verzorgd wordt. Tegen de tijd dat u met ontslag gaat, kunt u de stoma grotendeels zelf verzorgen. Eventueel worden bij de verzorging van uw stoma ook uw naasten betrokken.

Naar huis

Hoelang u in het ziekenhuis moet blijven is afhankelijk van hoe goed en snel u opknapt. Als u voldoende hersteld bent, mag u naar huis. De chirurg of de zaalarts bespreekt dat samen met u en de afdelingsverpleegkundige.

Thuiszorg is soms nodig om ondersteuning te geven bij de stomazorg na ontslag uit het ziekenhuis. De afdelingsverpleegkundige bespreekt dit met u en kan de thuiszorg inschakelen.

Stomamateriaal

Bij ontslag wordt er voor twee weken stomamateriaal besteld. Dit wordt bij u thuis afgeleverd. Als het stomamateriaal bevalt, kunt u dit na deze twee weken voor een langere periode bestellen. Als er door omstandigheden ander materiaal moet komen, dan bestelt de stomaverpleegkundige dit voor u. 

Tip: Bestel u stomamateriaal op tijd en hou rekening met een levertijd. Zo voorkomt u dat u zonder stomamateriaal komt te zitten.

Vergoeding
Standaardmaterialen worden over het algemeen vergoed vanuit de basisverzekering. Informeer hiernaar bij uw verzekering. 

Controleafspraak

Binnen twee weken na ontslag komt u voor controle op de polikliniek bij de chirurg en de stomaverpleegkundige. De chirurg bespreekt het genezingsproces met u. De stomaverpleegkundige bespreekt alles rond de stoma met u. U kunt met haar ook problemen die u thuis tegenkomt bespreken. 

Neem bij het polibezoek een extra setje van uw huidige stomamateriaal en de mal mee.

Stomaproblemen

  • De stoma kan in het begin gezwollen zijn (oedemateus). Hij slinkt in de loop van een aantal dagen, soms weken. Na ongeveer vier tot zes weken heeft de stoma een vaste vorm. 
  • Het slijmvlies van de darm is goed doorbloed en kwetsbaar. De stoma kan daarom vrij makkelijk bloeden tijdens de verzorging. Dit kan over het algemeen geen kwaad. De stoma bevat geen zenuwen en is dus niet gevoelig. 
  • In het begin is de ontlasting meestal (water)dun. In de loop van de tijd dikt de ontlasting in. Bij een stoma van de dunne darm is de ontlasting ‘brijig’, bij een stoma van de dikke darm krijgt de ontlasting een vaste vorm. 
  • Bij een dubbelloops stoma kan het zijn dat u via de anus (het rectum) nog wat ontlasting verliest. Dit kan geen kwaad. 
  • Het resterende deel van de darm dat naar het rectum loopt, is ook bedekt met slijmvlies en blijft actief slijm afgeven. Het kan zijn dat u soms aandrang heeft en een slijmprop verliest. Dit kan geen kwaad. 

Wanneer moet u contact opnemen?

Neem bij onderstaande problemen contact op met de stomaverpleegkundige of coloncareverpleegkundige Chirurgie. Telefoonnummers en bereikbaarheid vindt u onder 'Telefoonnummers'.

  • Als er geen of zeer weinig ontlasting uit de stoma komt. Bij een stoma van de dunne darm neemt u contact op als u een halve dag geen ontlasting heeft gehad. Bij een stoma van de dikke darm na twee dagen. 
  • Als er constant bloed uit de stoma sijpelt. 
  • Als de hechting van de stoma is losgelaten waardoor de stoma wijkt van de huid. 
  • Als er een zwelling naast de stoma ontstaat. Dit kan een buikwandbreuk (hernia) zijn. 
  • Als de ontlasting er zeer moeilijk of niet uitkomt. Dit kan komen door een vernauwing van de stoma. 
  • Als er een deel van de darm via de stoma naar buiten komt (prolaps). Dit kan gebeuren door een te hoge druk op de stoma, bijvoorbeeld bij te veel tillen. 
  • Als de stoma van kleur verandert. De stoma heeft tijd nodig om vast te hechten in de huid en moet een rode kleur hebben. Soms verandert de kleur naar donkerrood/blauw. Dit kan komen door een verminderde doorbloeding van de stoma. 
  • Als uw huid geïrriteerd raakt van het stomamateriaal. De stomaverpleegkundige kan dan ander materiaal voorstellen of extra producten aanraden om uw huid te beschermen. 
  • Als stomamateriaal niet goed blijft zitten en de ontlasting naast het opvangsysteem loopt (stomalekkage).
  • Als u tegen andere problemen aanloopt.

Adviezen en leefregels

  • Het zakje moet u regelmatig legen of verwisselen. De ontlasting komt via de stoma naar buiten in het opvangmateriaal. U heeft hier geen controle over.
  • U mag de eerste zes weken niet meer tillen dan vier tot vijf kilo tegelijk. Na zes weken niet meer dan 10 kilo. In overleg met de stomaverpleegkundige kunt u speciaal materiaal regelen om de stoma te beschermen bij tillen of als bescherming bij sporten of andere lichamelijke activiteiten. 
  • Sommige voedingsmiddelen kunnen gasvorming veroorzaken. Deze gasvorming komt net als de ontlasting in het stomazakje. U heeft geen controle over de darmgeluiden en deze zijn ook voor de omgeving hoorbaar. Als u dat prettig vindt, kunt u uw omgeving hierover inlichten. 
  • Als u een stoma aan de dunne darm heeft gekregen, mist u de functie van de dikke darm. De dikke darm neemt vocht en zout op. Daarom moet u 2 tot 2,5  liter vocht per dag drinken en extra zout innemen door bijvoorbeeld bouillon te drinken of een handje chips of andere zoute voedingsmiddelen te eten. De diëtiste bezoekt u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis en informeert u hierover. 
  • Als u een stoma aan de dikke darm heeft gekregen hoeft u geen dieet te volgen. Probeer wel normaal te eten en voldoende vocht (1,5 tot 2 liter per dag) binnen te krijgen.
  • Na een ingreep waarbij een (tijdelijke) stoma is aangelegd is een passende lichamelijke training zeer zinvol. U kunt daarvoor terecht bij Fysiotherapiepraktijk OOFU. Dit is een gespecialiseerde fysiotherapiepraktijk met kennis over stoma's. U kunt daar revalideren, sporten en bewegen. OOFU is te bereiken via e-mail: info@oofu.nl en telefoon: 030 - 880 9070

Vragen

Heeft u vragen, neem dan contact op met de stomaverpleegkundige of de coloncareverpleegkundige Chirurgie. Hun telefoonnummers en wanneer zij te bereiken zijn, vindt u onder 'Telefoonnummers'.

(Patiënten)organisaties

Er is veel informatie beschikbaar. U vindt meer informatie bij:

Telefoonnummers

Verpleegafdeling Maag-, darm-, leverziekten en Chirurgie (1F)
088 250 6451 (kamer 23-26) / 088 250 6452 (kamer 15-22)

Stomaverpleegkundige
088 250 5761 (maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 15.30 uur)

Coloncareverpleegkundige Chirurgie
088 250 6639 (maandag t/m vrijdag van 13.00 tot 15.00 uur). In geval van spoed 24 uur bereikbaar.

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl

Bijgewerkt op: 3 juni 2021

Code: MDL30