Dotteren van de beenvaten

Er is bij u een slagadervernauwing geconstateerd. Daarom moet u gedotterd worden. We nemen u hiervoor een dag en een nacht op. In deze folder leest u wat een dotterbehandeling is, wat er tijdens uw opname gebeurt en welke leefregels u na de behandeling moet volgen.

Wat is dotteren?

Dotteren (percutane transluminele angioplastie) is een behandeling waarbij met behulp van een ballon een vernauwde slagader van binnenuit weer wijder gemaakt wordt. De behandeling wordt uitgevoerd door een interventieradioloog. Dat is een radioloog die zich gespecialiseerd heeft in het verrichten van radiologische onderzoeken en behandelingen. De interventieradioloog brengt een dun slangetje (katheter) in de bloedvaten naar bepaalde organen in het lichaam. Door deze katheter kunnen daarna kleine instrumenten (dotterballonnen en/of stents) ingebracht worden.

Voorbereiding voor de opname

  • Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, dan kan het zijn dat u hier vijf tot zeven dagen voor de ingreep mee moet stoppen. Bloedverdunnende medicijnen zijn bijvoorbeeld acenocoumarol (Sintrommitis), fenprocoumon (Marcoumar), Apixaban,clopidogrel (Plavix / Vatoud / Iscover / Grepid) of dipyridamol (Persantin). Of u van tevoren met de bloedverdunnende medicijnen moet stoppen, is afhankelijk van de behandeling die u krijgt en van uw persoonlijke situatie. Uw behandelend arts vertelt u of en wanneer u met de bloedverdunnende medicijnen moet stoppen. Als u alleen carbasalaatcalcium (Ascal) of Acetylsalicylzuur, dan hoeft u niet te stoppen.
  • Als u een verminderde nierfunctie heeft, vertelt uw arts u met welke medicijnen u tijdelijk moet stoppen. Het gebruik van Metformine, diuretica (plastabletten) en NSAID’s (Diclofenac, Ibuprofen, Naproxen) kan in combinatie met contrastvloeistof schadelijk zijn voor uw nieren.
  • Heeft u een allergie, meld dit dan bij uw behandeld arts of bij de verpleegkundige. Bij dit onderzoek is het met name belangrijk om te weten of u een contrastallergie heeft.
  • Zorg dat u bij uw bezoek aan een arts of bij opname altijd een medicijnpaspoort bij u draagt. Op een medicijnpaspoort staat welke medicijnen gebruikt. U kunt dit paspoort opvragen bij uw apotheek.

Meenemen

In de folder 'Opname in het Diakonessenhuis' kunt u lezen wat u mee moet nemen.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de opname? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 48 uur voor de opname) melden aan de opnameplanner Chirurgie? Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken. Het telefoonnummer vindt u achter in deze folder.

De opname

De dag voor de behandeling wordt u door een secretaresse van de verpleegafdeling gebeld. Zij vertelt u hoe laat u zich moet melden op de verpleegafdeling en hoe laat u behandeling gepland staat.

Nuchter

Op de dag van de behandeling moet u vanaf 7.00 uur nuchter zijn. Dit betekent dat u niet meer mag eten, drinken of roken. Eventuele medicijnen mag u nog wel innemen met een slokje water.

Melden

Op de opnamedag meldt u zich op het afgesproken tijdstip bij de secretaresse op de verpleegafdeling.

Voorbereiding voor de behandeling

Op de verpleegafdeling krijgt u een operatiejasje en -broekje aan en een rustgevend tabletje. Ook krijgt u een infuus. Het is belangrijk dat u kort voor het onderzoek naar het toilet gaat.

De behandeling vindt plaats op de hybride operatiekamer. De verpleegkundige brengt u er op het afgesproken tijdstip heen. U krijgt een knijpertje op uw vinger, waardoor we uw hartslag en zuurstofgehalte kunnen bewaken.

De behandeling

De dotterbehandeling duurt ongeveer één tot anderhalf uur.

Allereerst wordt uw lies plaatselijk verdoofd. Daarna krijgt u een steriel laken over u heen en wordt de slagader in uw lies aangeprikt. De interventieradioloog schuift nu een dun slangetje (katheter) in de slagader. Als de katheter op de goede plek ligt, wordt via de katheter contrastvloeistof in de bloedvaten van uw benen gespoten, zodat er röntgenfoto’s gemaakt kunnen worden. Contrastvloeistof zorgt ervoor dat de bloedvaten met röntgenstraling zichtbaar worden. Tijdens het maken van de foto’s kunt u door de gebruikte contrastvloeistof een licht warmtegevoel krijgen, dat snel weer verdwijnt. Het is belangrijk dat u tijdens het maken van de foto’s zo stil mogelijk ligt.

Aan het uiteinde van de katheter zit een lege ballon. Als de ballon zich in de vernauwing van het bloedvat bevindt, vult de interventieradioloog deze met een vloeistof. Daardoor wordt de vernauwing opgerekt. De ballon blijft dan enkele seconden tot minuten gevuld. Dit kan gevoelig zijn. Soms moet dit oprekken van het bloedvat een aantal keer achter elkaar gebeuren om een goed resultaat te krijgen.

Stent

Sommige vernauwingen veren na het dotteren spontaan terug. Het kan dan nodig zijn om een ‘stent’ op de plek van de vernauwing te plaatsen. Een stent is een buisje van gevlochten metaal, dat opgerold om de ballonkatheter zit. Bij het opblazen vouwt de stent open en wordt deze in de vaatwand gedrukt. De vernauwing wordt daardoor beter opengehouden.

Na de behandeling

Na afloop van de behandeling wordt de katheter weer verwijderd. De interventieradioloog sluit het gaatje in de slagader af door er een soort plug (Mynx) in aan te brengen. De insteekplaats wordt daarna twee minuten afgedrukt.

Soms lukt het niet om een plug te plaatsen. In dat geval drukt de interventieradioloog of de laborant de insteekplaats tien minuten dicht. Daarna krijgt u een ballonpleister (Safeguard) op de wond.

Na de behandeling gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Na de behandeling

U moet een aantal uren plat in bed blijven liggen.

Als bij u een plug (Mynx) is ingebracht, moet u 2 uur plat in bed blijven liggen. Daarna mag u tot 30 graden overeind zitten. U moet dan nog 1 uur rustig in bed blijven. Na 3 uur mag u het bed uit, maar alleen als de insteekplaats niet lekt en geen bloeduitstorting vertoont. Als dat gebeurt, krijgt u een drukverband en moet u langer in bed blijven.

Als u een ballonpleister (Safeguard) heeft, moet u 4 uur plat in bed blijven liggen. Daarna mag u 4 uur tot 30 graden overeind zitten. Na 8 uur mag u het bed uit, maar alleen als de insteekplaats niet lekt en geen bloeduitstorting vertoont. Als dat gebeurt, krijgt u een drukverband en moet u langer in bed blijven.

De verpleegkundige controleert een paar keer uw bloeddruk en de aanprikplaats in de lies. Ook voelt zij of uw voeten/enkels warm voelen. Dat betekent dat de doorbloeding voldoende is. Soms maakt ze hierbij gebruik van een dopplerapparaat.

Eten en drinken

Na het onderzoek mag u meteen weer eten en drinken. Het is belangrijk dat u na het onderzoek veel drinkt. De contrastvloeistof gaat dan sneller uit uw lichaam. Als u nog bedrust heeft en u moet plassen, dan geeft de verpleegkundige u een urinaal of een po.

Pijn

De ingreep is meestal niet pijnlijk. Het lange liggen kan wel ongemakkelijk zijn en pijnklachten geven, bijvoorbeeld in uw rug. U krijgt tijdens uw opname op vaste tijden pijnstilling aangeboden. Meestal is dit vier keer per dag paracetamol. De verpleegkundige vraagt u regelmatig naar de pijn en past de pijnmedicatie zo nodig aan.

Complicaties

Zoals bij iedere behandeling, kunnen ook bij het dotteren complicaties optreden. Mogelijke complicaties zijn:

  • een gevoelige/dikke/blauwe lies rondom de insteekopening. Hierover hoeft u zich geen zorgen te maken. Dit kan een aantal weken aanhouden en gaat meestal vanzelf over.
  • een paar druppels bloed uit de plek in uw lies waar u geprikt bent. Dit is niet ernstig. Afplakken met een pleister is voldoende.
  • een bloedpropje in een bloedvat in het been. Het is dan soms noodzakelijk u snel te opereren om het bloedpropje te verwijderen.
  • een allergische reactie op het contrastmiddel als u overgevoelig blijkt te zijn voor jodium
  • een toenemende zwelling in uw lies, mogelijk als gevolg van een bloeding of wondvocht

Ontslag

Naar huis

Meestal mag u een dag na de dotterbehandeling naar huis. In sommige gevallen mag u de dag van de behandeling al naar huis.

Op de dag van ontslag zal er een enkel-arm index meting verricht worden door een arts-assistent. Hierbij wordt zowel de bloeddruk aan uw armen als benen gemeten, om zo eventuele doorbloedingsproblemen vast te kunnen stellen en te zien of de behandeling resultaat geeft.

Voor ontslag controleert de zaalarts of de aanprikplaats in de liesslagader goed dicht is. Bij twijfel wordt er een echo gemaakt.

Daarnaast wordt u verteld welke bloed verdunnende medicijnen u moet (blijven) gebruiken. Dit is afhankelijk van de bloedverdunners die u voor de dotterbehandeling gebruikte.

Nacontrole

U krijgt een afspraak mee voor na vier tot zes weken bij de vaatchirurg.

Problemen thuis

In geval van problemen kunt u de eerste 24 uur na ontslag contact opnemen met de verpleegafdeling of met de polikliniek Chirurgie. Daarna moet u in geval van problemen contact opnemen met uw huisarts of de huisartsenpost. Bel altijd bij de volgende problemen:

  • koorts of rillingen, lichaamstemperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius
  • plotselinge heftige pijn
  • verandering van het aanprikwondje: roodheid, zwelling, warmte en/of wondlekkage
  • een koud been of voet

Leefregels

De eerste 4 dagen na het onderzoek gelden de volgende leefregels:

  • geen autorijden in verband met plotseling remmen
  • geen honden uitlaten uit in verband met plotseling trekken
  • niet fietsen
  • rustig een trap op lopen
  • niet meer dan 5 kg tillen
  • niet persen
  • bij hoesten of niezen: geef met de hand tegendruk in de lies
  • geen seksuele activiteiten
  • niet in bad gaan, douchen mag wel
  • heup niet meer dan 90 graden buigen

 

De eerste 2 weken na het onderzoek gelden de volgende leefregels:

  • geen zwaar lichamelijk werk doen
  • niet sporten

 

Meer informatie

Meer informatie over PTA / dotteren vindt u op

Vragen

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u terecht bij de behandelend arts of de verpleging.

Telefoonnummers

Polikliniek Chirurgie Utrecht
088 250 5333

Toets 1 voor het maken of wijzigen van afspraken op de polikliniek
Toets 2 bij verhindering voor opname of bij vragen rond opname
Toets 3 in geval van medisch inhoudelijke vragen
Toets 4 voor vragen aan het secretariaat

Spoedeisende hulp
088 250 6211

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl

Bijgewerkt op: 12 april 2022

Code: CH89