Glasvochttroebelingen (Vlekjes in het gezichtsveld)

Bij u zijn glasvochttroebelingen geconstateerd. Uw behandelend arts heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder kunt u de informatie nog eens rustig nalezen en wordt op diverse zaken dieper ingegaan. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de situatie voor u anders kan zijn dan is beschreven.

Wat zijn glasvochttroebelingen?

Glasvochttroebelingen zijn vlekjes in het gezichtsveld. Veel mensen nemen vlekjes, die in het gezichtsveld bewegen, waar. Niet altijd vallen deze troebelingen op. Tegen een lichte achtergrond zijn de vlekjes vaak duidelijker.

Het verschijnen van vlekjes in het gezichtsveld heeft te maken met een deel van het oog dat het glasvocht wordt genoemd. Dit glasvocht (of glasachtig lichaam) is een gelei die het grootste gedeelte van het oog opvult. Het bevindt zich achter de ooglens.
Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naar het netvlies. Troebelingen in het glasvocht geven een schaduw op het netvlies. Dit kan in allerlei vormen worden waargenomen, bijvoorbeeld puntjes, cirkels of spinnenwebben. In de loop van de tijd worden de troebelingen vaak kleiner en ondervindt u hier steeds minder hinder van.

Oorzaken

Glasvochttroebelingen kunnen meerdere oorzaken hebben:

  • Veroudering gaat vaak samen met verdichtingen in het glasvocht. Bijziende mensen hebben hiervoor meer aanleg. Hoewel deze glasvochttroebelingen hinderlijk kunnen zijn, is het een onschuldige aandoening. 
  • Glasvochttroebelingen (en lichtflitsen) kunnen de eerste verschijnselen zijn van een scheurtje in het netvlies. 
  • Een ontsteking in het oog (uveitis) geeft vaak glasvochttroebelingen. 
  • Als gevolg van suikerziekte (diabetes mellitus) kan bloed in het glasvocht komen, wat eveneens als vlekjes wordt waargenomen. Dit kan plotseling gebeuren. 
  • Het glasvocht zit op een aantal plaatsen aan het netvlies vast. Bij het ouder worden slinkt het glasvocht en laat het los van het netvlies. Hierbij ontstaan glasvochttroebelingen.

Netvliesloslating

Wanneer het glasvocht krimpt en loslaat van het netvlies, ontstaat in een klein aantal gevallen een gaatje in het netvlies. Soms gaat dit samen met een bloeding, die zich uit met kleine vlekjes in het gezichtsveld. Een gaatje in het netvlies kan het begin zijn van een netvliesloslating. Dit loslaten van het glasvocht gaat soms gepaard met lichtflitsen, alsof een TL-lamp aan- en uitgaat. Meestal gaat dit vanzelf weer over. Als de lichtflitsen aanhouden en samengaan met veel zwarte vlekjes, dan is onmiddellijk onderzoek noodzakelijk. Lichtsensaties die zich als gekartelde lijnen uitbreiden, meestal in beide ogen tegelijk en die 10 à 20 minuten duren, worden waarschijnlijk door migraine veroorzaakt. Men spreekt dan van een aura. Dergelijke lichtflitsen worden vaak gevolgd door hoofdpijn, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Onderzoek en diagnose

Wanneer geleidelijk ontstane glasvochttroebelingen storend zijn, is een oogheelkundig onderzoek door de oogarts zinvol. Deze kan zien of het gaat om onschuldige klachten of niet.

Bij plotseling ontstane troebelingen moet u onmiddellijk de huisarts raadplegen. Deze kan vaststellen of een spoedverwijzing naar de oogarts nodig is.

De oogarts stelt de diagnose op grond van uw klachtenpatroon en door het glasvocht te bekijken. Dit gebeurt met een spleetlamp en/of een oogspiegel.

Behandeling

De behandeling van glasvochttroebelingen hangt samen met de oorzaak ervan. Daarom is het van belang dat eerst de oorzaak van de glavochttroebelingen wordt vastgesteld. Als er sprake is van een inwendige ontsteking (uveitis), dan moet deze worden behandeld. Dit gebeurt met medicijnen.

Troebelingen in het glasvocht als gevolg van suikerziekte (diabetes mellitus) worden meestal met een laserbehandeling bestreden.

Ook bij een gaatje in het netvlies is een laserbehandeling nodig om een netvliesloslating te voorkomen.

Als de troebelingen lang aanhouden, kan het glasvocht verwijderd worden. Deze operatie heet vitrectomie. Vaak verdwijnen de troebelingen spontaan of geven ze nauwelijks hinder. Behandeling is dan niet nodig.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan gerust aan uw oogarts. U kunt hiervoor tussen 8.00 en 16.30 uur bellen met de polikliniek Oogheelkunde. 

Telefoonnummers

Polikliniek Oogheelkunde
088 250 9429

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 10 december 2021

Code: OOG11