Knieaandoeningen

Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en oorzaken van de meest voorkomende knieaandoeningen en de meest gebruikelijke behandelingen. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. Om te bepalen welke aandoeningen iemand precies heeft, zijn vaak verschillende onderzoeken nodig. Welke onderzoeken dit kunnen zijn leest u ook in deze folder. Verder vindt u informatie over hoe een gezonde knie er uitziet.

De gezonde knie

De botstukken die in het kniegewricht ten opzichte van elkaar bewegen zijn het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Het uiteinde van het bovenbeen is bolvormig. Het onderbeen bestaat uit een plat uiteinde. Beide uiteinden passen dus niet precies in elkaar. Om de knie toch zonder problemen te laten bewegen zijn menisci (meervoud van meniscus) nodig. Er is een binnen- en een buitenmeniscus, beide in de vorm van een halve maan. Ze bestaan uit stevig bindweefsel en zorgen ervoor dat boven- en onderbeen beter op elkaar passen. De menisci zitten vast aan het bot van het onderbeen en aan het gewrichtskapsel. De binnenkant van het kniegewricht is voor een deel bekleed met slijmvlies. Dit is de synovia. De synovia maakt vocht waarin voedingsstoffen zitten voor het kraakbeen. Ook dient het als smeermiddel voor de knie. De botstukken die in het kniegewricht ten opzichte van elkaar bewegen, zijn ter plaatse van het gewricht bekleed met kraakbeen. Dit kraakbeen is veerkrachtig weefsel en zorgt ervoor, samen met het gewrichtsvocht, dat de botstukken gemakkelijk over elkaar glijden. Gedurende uw hele leven breekt het lichaam oud kraakbeen af en maakt weer nieuw kraakbeen. 

De kniebanden houden het boven- en onderbeen bij elkaar. Dit is ook voor een deel de functie van de boven- en onderbeenspieren. Het is belangrijk dat deze spieren goed ontwikkeld zijn. Juist zij kunnen de schokken die een knie te verduren krijgt goed opvangen. De spieren zijn ook nodig voor de strek- en buigbewegingen van de knie en voor de stabiliteit (spannen van banden en pezen) van het kniegewricht.

De knieschijf scharniert met het bolvormige uiteinde van het bovenbeen. Ze helpt de bovenbeenspieren vooral als de knie gebogen is: als een soort katrol trekt de knieschijf het onderbeen weer omhoog, waardoor het been zich strekt. 

Wat kan er mis zijn met de knie?

Hieronder vindt u een overzicht van aandoeningen die het meeste voorkomen en welke klachten daarbij kunnen optreden. Het kan ook zijn dat er meerdere knieaandoeningen tegelijk zijn. Wanneer bij een ongeval een ernstig knieletsel ontstaat, wordt de knie pijnlijk, dik en is slecht te bewegen. Dat kan verschillende oorzaken hebben.

  • Gescheurd kraakbeen: Door overbelasting van het gewricht of door een ongeluk kunnen kleine en grote scheuren in het kraakbeen ontstaan. Deze kunnen doorlopen tot in het botweefsel. De genezing van het gescheurde kraakbeen gaat in principe vanzelf maar duurt erg lang omdat het geen bloedvaten bevat.
  • Gescheurde meniscus: Door een geforceerde draaibeweging in de knie kan een meniscus scheuren. Een meniscus kan ook van het kapsel afscheuren. Hierdoor kan de meniscus gaan schuiven. De meniscus zit dan niet op de juiste plaats, waardoor de uiteinden van boven- en onderbeen niet meer goed op elkaar passen: de knie kan 'op slot schieten'. Dit betekent dat de knie niet goed gestrekt kan worden.
  • Gescheurde kniebanden: De ernst van de aandoening hangt af van welke kniebanden zijn aangedaan en hoe groot de scheur van de knieband(en) is (zijn). Doordat de kniebanden gescheurd zijn, kan de knie instabiel worden: de patiënt heeft dan een onvast gevoel bij het lopen.
  • Gebroken bot (fractuur): Er kan een breuk ontstaan in de uiteinden van het boven- of onderbeen, of de knieschijf kan gebroken zijn.
  • Losse bot- en/of kraakbeenstukjes: Losse bot- en/of kraakbeenstukjes kunnen in het kniegewricht ontstaan door beschadiging van bot en/of kraakbeen. Zo'n beschadiging kan optreden na een ongeval of bij ernstige slijtage van het kniegewricht (arthrose). De losse stukjes kunnen bij bewegingen van de knie soms inklemmen. De knie 'schiet dan op slot'.
  • Slijtage van het kniegewricht (arthrose): Arthrose ontstaat als gevolg van een oud letsel in de knie of langdurige overbelasting (bijvoorbeeld door overgewicht). Het kraakbeen - en uiteindelijk ook het bot - slijt dan zover, dat de botstukken van het kniegewricht niet meer op elkaar passen. Het bewegen van het kniegewricht gaat moeilijk en wordt pijnlijk. Ook door ziekte van de synovia kan het kraakbeen slijten. De vochtproductie is dan niet goed meer. Hierdoor krijgt het kraakbeen te weinig voeding en gaat slijtage vertonen.
  • Ontstoken kniegewricht (arthritis): Een kniegewricht kan of door een bacterie of door een inwendige oorzaak (bijvoorbeeld rheuma) ontstoken raken. De knie kan er rood uitzien, warm aanvoelen en gezwollen zijn. Soms gaat dat gepaard met koorts. Bij een ontstoken gewricht zijn alle bewegingen pijnlijk.

Onderzoek

Om vast te stellen wat de oorzaak van uw klacht is (het stellen van de diagnose) bekijkt de chirurg uw knie en vraagt u de klachten te beschrijven. Indien nodig verwijst hij u voor aanvullend onderzoek (röntgenonderzoek, MRI) naar de afdeling Radiodiagnostiek.

Behandelingsmogelijkheden

Wanneer de arts een diagnose heeft vastgesteld zal deze een mogelijke behandeling met u bespreken.

Aandoeningen aan de meniscus en sommige aandoeningen van het kraakbeen zijn veelal te verhelpen tijdens een arthroscopie. Ook een zwelling door bloed of vocht kan tijdens een arthroscopie worden weggenomen. Grotere operaties - zoals het herstel van gescheurde banden - kunnen aansluitend of op een later tijdstip worden uitgevoerd. Verder kan de arts pijnstillers voorschrijven om de pijn te verlichten. Hiermee wordt de oorzaak echter niet weggenomen.

De arts kan ook doorverwijzen naar een fysiotherapeut. Afhankelijk van het letsel adviseert de fysiotherapeut een aantal specifieke oefeningen. Vaak zijn bij knieproblemen oefeningen om de bovenbeenspieren zo sterk mogelijk te maken van groot belang. De fysiotherapeut kan daarbij begeleiden, maar de patiënt zélf is degene die moet oefenen en dus het werk moet verrichten.

Soms is het beter de knie voor enige tijd rust te geven, bijvoorbeeld in een gips- of kunststofverband. 

Wat kunt u zelf doen om het herstel te bevorderen?

Met de volgende maatregelen kan de behandeling die de arts voorstelt, ondersteund worden:

  • Wanneer de knie rust nodig heeft: geen inspanningen verrichten die de knie te veel belasten.
  • Als er een te hoog lichaamsgewicht is: probeer - na overleg met de arts - af te vallen. Een te hoog lichaamsgewicht geeft namelijk een zware belasting van de knie.
  • Zorg voor een goede conditie van de beenspieren. Zij waarborgen de stabiliteit van de knie en beschermen de knie tegen verdraaiingen en dergelijke.

Het is goed om te beseffen dat het herstel van de spier- en gewrichtsfunctie ook na een operatie enige tijd nodig kan hebben. Bij overhaaste hervatting van sport of werk bestaat de kans dat het nog zwakke kniegewricht overbelast raakt. Het risico van een hernieuwd letsel of schade aan de knie op langere termijn kan dan aanwezig zijn.

Vragen

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie.

Telefoonnummers

Polikliniek Chirurgie
088 250 5333

  • toets 1 voor het maken / verzetten van afspraken op de polikliniek in Utrecht en Zeist
  • toets 2 voor vragen rond opname
  • toets 3 voor medisch inhoudelijke vragen
  • toets 4 voor overige vragen

Voor het maken of verzetten van afspraken op de polikliniek in Doorn kunt u bellen met polikliniek Doorn, telefoonnummer 088 250 8888.

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 23 januari 2018

Code: CH52