Neurostimulatie met gebruik van een onderhuidse elektrode

De pijnspecialist heeft met u besproken dat u mogelijk in aanmerking komt voor neurostimulatie en met u doorgenomen wat neurostimulatie in grote lijnen inhoudt. In deze folder vindt u informatie over neurostimulatie met gebruik van een onderhuidse elektrode en het zorgtraject in het Diakonessenhuis. Het is goed dat u zich realiseert dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven. Tijdens het intakegesprek wordt dieper ingegaan op de procedure en kunt u vragen stellen.

Voorwaarden voor neurostimulatie

Het is belangrijk dat u zich realiseert dat het behandeltraject neurostimulatie een diagnostisch traject is. Dat betekent dat er eerst aan alle voorwaarden moet worden voldaan voordat een beoordeling door het multidisciplinaire team kan plaatsvinden. Tijdens het intakegesprek komen deze voorwaarden uitgebreid aan bod. Daar waar nodig zal eerst aanvullend onderzoek cq een behandeling met u worden afgesproken. Om in aanmerking te komen voor neurostimulatie, moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn:

  1. Medicijnen en andere therapieën die u tot nu toe heeft gehad werken onvoldoende of zorgden voor te veel bijwerkingen.
  2. U bent niet verslaafd aan medicijnen, alcohol of drugs.
  3. U heeft geen andere ziekten of lichamelijke beperkingen/afwijkingen die een behandeling met een neuromodulatiesysteem in de weg staan.
  4. U heeft geen geschil met het UWV of klachtenprocedure in andere behandelcentra.
  5. U en uw partner/familie zien neurostimulatie als mogelijke oplossing voor vermindering van uw pijnklachten. Na de intakeprocedure (waaronder een psychologische screening en bespreking binnen het multidisciplaire team) blijkt dat u een geschikte kandidaat bent voor neurostimulatie.
  6. Na de intakeprocedure (waaronder een psychologische screening en bespreking binnen het multidisciplaire team) blijkt dat u een geschikte kandidaat bent voor neurostimulatie.

Wat houdt neurostimulatie met gebruik van een onderhuidse elektrode in?

Tijdens de operatie wordt een speciale kabel/geleidingsdraad (hierna 'lead' genoemd) met elektroden onder de huid geplaatst. De elektroden zijn verbonden met een batterij, ook wel de IPG (Implantable Puls Generator) genoemd, die onder de huid wordt geïmplanteerd (zie afbeelding 1). De IPG geeft zeer kleine elektrische signalen af aan de elektroden. Dit ervaart u als een lichte tinteling in de gebieden waar u pijn heeft. Deze tintelingen hebben tot doel de pijnprikkel vanuit het pijngebied naar de hersenen te onderdrukken. De meeste mensen ervaren deze tintelingen als aangenaam.

Afbeelding van een elektrode die onderhuids in de rug is geplaatst

Afbeelding 1

Wanneer wordt neurostimulatie gebruikt?

Neurostimulatie werkt alleen bij zogeheten neuropathische pijn. Dit is pijn die veroorzaakt wordt door een beschadiging of verandering van een (deel) van het zenuwstelsel, bijvoorbeeld door chronische irritatie van de zenuw of als gevolg van littekenvorming na een of meerdere rug operatie(s) (hernia). De neuropathische pijnklachten die met behulp van neurostimulatie met gebruik van een onderhuidse elektrode kunnen worden onderdrukt zijn:

  • bepaalde zenuwletsels, zoals bij posttraumatische dystrofie;
  • blijvende zenuwpijn na een liesbreukoperatie;
  • clusterhoofdpijnen;
  • urogenitale pijnklachten (bijvoorbeeld pijn aan de blaas);
  • algemene chronische pijnen. 

Verwacht resultaat

Als u al lang lijdt aan chronische pijn, heeft u waarschijnlijk al diverse behandelingen ondergaan met al dan niet een reële verwachting/hoop dat uw pijnklachten zouden verminderen. Voor de behandeling met neurostimulatie is het belangrijk dat u de procedure in gaat met een reële verwachting. Tijdens het intakegesprek wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed.

Om de succeskans van de behandeling te vergroten is het belangrijk dat:

  1. U en uw partner achter de behandeling en leefregels staan. Deze regels staan verderop in deze folder beschreven. Het is belangrijk dat u zich aan deze leefregels houdt.
  2. U actief bij de behandeling betrokken bent. U bent degene die verantwoordelijk is voor het opvolgen van de instructies en het optimaal bedienen van het systeem.
  3. U zich realiseert dat er een kans bestaat dat neurostimulatie bij u niet of niet voldoende de pijn vermindert. Hoewel neurostimulatie een groot deel van uw pijn kan onderdrukken, blijft er altijd nog restpijn over.
  4. U zich bewust bent van het feit dat neurostimulatie de klacht niet geneest maar een bijdrage kan leveren in het verminderen van de pijn en het gebruik van pijnmedicatie. Schade die al is opgetreden als gevolg van operaties en slijtage wordt niet hersteld. Daar verandert neurostimulatie niets aan.

Begeleiding

De Physician Assistant (PA) Pijngeneeskunde (neurostimulatie specialist) biedt samen met de verpleegkundige neurostimulatie, professionele medische zorg en begeleiding in het eerste jaar na implantatie. Indien nodig overlegt hij/zij met de pijnspecialist om het behandelplan af te stemmen.

Om deze zorg/begeleiding te bieden, is het belangrijk dat u regelmatig op controle komt op het spreekuur van de PA of verpleegkundige neurostimulatie.

Wilt u een afspraak maken of een afspraak wijzigen, neem dan contact op met het secretariaat Pijngeneeskunde. Het telefoonnummer vindt u op de laatste bladzijde van deze folder.

Voor meer informatie over de werkzaamheden van de Physician assistant verwijzen wij u naar de patiëntenfolder 'Physician assistant pijnbehandeling'.

Voorbereidingen

Intake

Het implanteren van een neurostimulatiesysteem (de lead en IPG) is een operatieve ingreep en vindt plaats op de operatiekamer. Ter voorbereiding van deze ingreep heeft u een intakegesprek met de verpleegkundige neurostimulatie of PA, een preoperatieve screening bij de anesthesioloog en een psychologische screening. Houd er rekening mee dat de totale tijd van de intake, het invullen van de diverse formulieren en de preoperatieve screening ongeveer 3 tot 4 uur in beslag neemt. Na het intakegesprek en de pre-operatieve screening krijgt u tijd om na te denken of u deze behandeling wilt. U maakt altijd zelf de keuze om deze behandeling te ondergaan.

Meenemen naar het ziekenhuis voor het intakegesprek

Neem op de dag van het intakegesprek en de preoperatieve screening een actueel overzicht van uw medicijnlijst mee.

Intakegesprek

U heeft een intakegesprek met de verpleegkundige neurostimulatie of PA. Tijdens dit gesprek krijgt u informatie en wordt een uitgebreide vragenlijst doorgenomen waarbij specifiek wordt ingegaan op uw pijnklachten. Wat is neurostimulatie en hoe verloopt de behandeling.

  • Een inventarisatie van eerdere behandelingen/onderzoeken die u hebt gehad en de resultaten van deze behandelingen. Aan de hand daarvan wordt bekeken of neurostimulatie een behandeling kan zijn voor de door u beschreven pijnklachten.
  • Uw pijngebieden worden nauwkeurig in kaart gebracht.
  • De voor- en nadelen van een neurostimulatiesysteem worden besproken.
  • De leefregels en eventuele complicaties worden besproken.
  • Uw en onze verwachtingen ten aanzien van het uiteindelijke resultaat van de behandeling worden met u doorgenomen.
  • De locatie van de batterij in uw lichaam.
  • Uw huidige medicatie. Neem een actuele medicijnlijst van de apotheek mee naar het intakegesprek.
  • Aansluitend aan de intake vult u enkele vragenlijsten in waaronder een psychologische screening en een informed consent (toestemmingsformulier voor het uitvoeren van de ingreep). De ingevulde formulieren kunt u ter archivering afgeven bij de secretaresse van de afdeling Pijngeneeskunde.

Na het gesprek met verpleegkundige neurostimulatie of PA verwijst de secretaresse Pijngeneeskunde u naar het Opnameplein voor de preoperatieve screening.

Preoperatieve screening

Ter voorbereiding op een opname vindt een preoperatief onderzoek plaats. U bezoekt hiervoor het Opnameplein.  U meldt zich aan de balie van het Opnameplein en neemt plaats in de wachtkamer. Afhankelijk van uw situatie heeft u met verschillende zorgverleners een gesprek.

  • Een apothekersassistente neemt uw medicijngebruik met u door.
  • Een intakeverpleegkundige informeert u over de opname en vertelt u vanaf wanneer u nuchter moet zijn.
  • Een anesthesioloog of PA-anesthesiologie bespreekt de methode van verdoving met u en informeert u over medicijngebruik op de dag van opname. In sommige gevallen laat de anesthesioloog of PAanesthesiologie aanvullend onderzoek doen, zoals bloedonderzoek, een hartfilmpje (ECG), röntgenonderzoek of verwijst u, wanneer dat nodig is, naar een ander specialisme.

Belangrijk om te melden

Meld tijdens het gesprek met de anesthesioloog of PA-anesthesiologie als één van de onderstaande zaken op u van toepassing is. Deze informatie kan belangrijk zijn voor uw operatie:

  • Gebruik van (bloedverdunnende) medicijnen. De anesthesioloog / PA bespreekt met u of en hoelang u van tevoren moet stoppen met de medicijnen.
  • Een (mogelijke) zwangerschap. Tijdens de behandeling wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen en anesthesie (verdoving of narcose). Bepaalde anesthesiemiddelen en röntgenstraling kunnen schadelijk zijn voor het ongeboren kind. De behandeling wordt uitgesteld als u zwanger bent of vermoed zwanger te zijn.
  • Suikerziekte.
  • Allergie of overgevoeligheid voor bijvoorbeeld jodiumhoudende contrastmiddelen, jodium, medicijnen, antibioticum of pleisters.
  • Complicaties of problemen tijdens eerdere medische ingrepen bij verdoving of bij gebruik van medicatie.

Psychologische screening

Om uw behandeling zo optimaal mogelijk te laten verlopen, kunt u voor of na de operatie doorverwezen worden naar een aantal specialisten voor individuele begeleiding.

Dit zijn onder andere:

  • Klinisch psycholoog
  • Revalidatiearts
  • Cesartherapeut
  • Fysiotherapeut
  • Neuroloog

De psychologische screening is een verplicht onderdeel van het traject. Dit omdat lichaam, geest en welbevinden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Al deze onderdelen kunnen zowel in positieve als negatieve zin invloed hebben op uw therapie. U ontvangt via de afdeling Psychologie van het Diakonessenhuis een oproep voor het gesprek met de psycholoog.

MRI-onderzoek

Soms is het nodig een MRI-onderzoek te doen. Dit is een techniek waarbij met een zeer sterke magneet en radiogolven afbeeldingen van het lichaam worden gemaakt. In principe wordt een MRI-onderzoek door uw zorgverzekeraar vergoed als de MRI in het Diakonessenhuis plaatsvindt. Als u kiest om dit onderzoek in een ander ziekenhuis te laten plaatsvinden dan komen de kosten voor dit onderzoek voor uw eigen rekening.

De operatie

Nuchter zijn

Het is belangrijk dat u voorafgaand aan de operatie nuchter bent. Houdt u zich daarom aan onderstaand schema:

  • Tot zes uur voor de operatie mag u een lichte maaltijd gebruiken, bijvoorbeeld twee beschuiten of twee sneetjes brood met mager beleg.
  • Tot twee uur voor de operatie mag u heldere vloeistoffen / doorzichtige dranken als water, appelsap, zwarte thee en koffie (zonder melk) drinken. Melk, melkproducten en producten met vezels, zoals sinaasappelsap mag u niet meer drinken.
  • Hierna mag u niets meer eten of drinken. Uw eigen medicijnen en de medicatie die u krijgt voor de operatie op de afdeling mag u met één slok water innemen. 

Melden

Voor de implantatie van het neurostimulatiesysteem wordt u twee dagen opgenomen op locatie Zeist (of soms Utrecht) van het Diakonessenhuis. Op de dag van de operatie meldt u zich bij de receptie van de verpleegafdeling. Een verpleegkundige brengt u naar uw kamer, waar u een bed en een kledingkast krijgt toegewezen. U krijgt operatiekleding en medicijnen ter voorbereiding op de operatie. Als u aan de beurt bent, wordt u vanaf de verpleegafdeling naar de wachtruimte van de operatieafdeling gebracht. Een anesthesiemedewerker haalt u daar op en brengt u naar de operatiekamer.

Voorbereiding op de operatie

Tijdens de operatie bewaakt de anesthesiemedewerker uw lichamelijke toestand en wordt u aangesloten op apparatuur die uw hartslag, bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed meten. U krijgt een infuus in de arm waar een pomp met een pijnstiller op wordt aangesloten. Van deze pijnstilling kunt u enigszins draaierig en slaperig worden. U krijgt antibiotica toegediend via het infuus.

Gang van zaken tijdens de operatie

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Gedurende de operatie ligt u minimaal één uur op uw buik, met kussens onder hoofd en borst. Eerst wordt de plaats van de lead bepaald door middel van röntgendoorlichting. Op basis van de röntgenbeelden markeert de pijnspecialist de plaatsen op uw huid waar de snee en de lead komen (afbeelding 2). Na het desinfecteren van de huid met jodium of alcohol wordt het operatiegebied afgedekt met steriele doeken.

In overleg met u is afgesproken of de IPG in de bil, buik of rug wordt ingebracht (zie afbeelding 3). Onderhuids wordt op deze plek ruimte gemaakt voor de batterij. Afhankelijk van de plaats wordt eventueel een verlengdraad onderhuids doorgevoerd van de lead naar de IPG. De lead wordt nu op de onderhuidse IPG aangesloten. De wonden worden gehecht met oplosbare hechtingen en afgeplakt met een pleister. Deze pleisters kunt u laten zitten tot u voor controle komt bij de verpleegkundige neurostimulatie of PA.

Afbeelding waarin de pijnspecialist markeert waar de snee en lead komen

Afbeelding 2

Afbeelding van het plaatsen van de IPG

Afbeelding 3

Na de operatie

Complicaties en bijwerkingen

Na het implanteren kunnen de volgende complicaties of bijwerkingen optreden:

  • Bloeding: Er is een kleine kans dat er in de ruimte waar de lead wordt ingebracht, een bloeding ontstaat. Dit kan met een operatie worden verwijderd.
  • Infectie: Na een ingreep kan altijd een ontsteking ontstaan. Als u roodheid, meer pijn, warme huid, koorts (boven 39 graden), koude rillingen ervaart of er komt pus uit de wond, neem dan contact op met de afdeling Pijngeneeskunde overdag via het secretariaat van de afdeling Pijngeneeskunde of ’s nachts of in het weekend via het telefoonnummer 088 250 5000 en vraag naar de dienstdoende anesthesioloog.
  • Wondlekkage kan voorkomen. De vloeistof die uit de wond komt is helder/gelig van kleur. Het kan ook voorkomen dat het wondvocht helder roodgekleurd is. Neem in dat geval contact op met de afdeling Pijngeneeskunde.
  • Zenuwschade: Dit is een zeldzame complicatie en kan doofheid van de huid (‘slapend’ gevoel) of een tijdelijke of blijvende verlamming van de benen tot gevolg hebben. U moet zich er wel van bewust zijn dat er altijd een kleine kans bestaat dat u verder zenuwschade kan oplopen.
  • Verschuiving: Moeilijkheden met de apparatuur kunnen voorkomen zoals breuken,  losraken of verschuivingen van de lead. Dit wordt met een ingreep hersteld.
  • Allergie: er is een zeer kleine kans (minder dan 3%) dat u allergisch reageert op één van de onderdelen van het neurostimulatiesysteem. Heeft u in het verleden hiermee ervaring gehad, meld dit dan tijdens het intakegesprek met de PA of SCS-verpleegkundige.

Ontslag

U gaat de volgende ochtend weer naar huis. Voordat u naar huis gaat, krijgt u bezoek van iemand van de afdeling Pijngeneeskunde en wordt er een röntgenfoto gemaakt van uw rug om de plaats van de lead vast te leggen.

Voor het verder instellen van de neurostimulatie maakt de afdeling Pijngeneeskunde met u een afspraak. Deze afspraak vindt een week na de operatie plaats. Tijdens deze afspraak krijgt u uitleg over hoe u het apparaatje zelf kunt bedienen.

De apparatuur

Afstandsbediening

Uw neurostimulator wordt geleverd met een afstandsbediening (afbeelding 4). Dit is een draagbaar apparaat, in grootte en vorm vergelijkbaar met een computermuis. Hiermee kunt u zelf uw stimulatie aanpassen: de intensiteit hoger of lager instellen en de neurostimulator aan- en uitzetten. Het gebied waar u stimulatie voelt wordt samen met u bepaald tijdens een programmeringsafspraak met de PA of de SCSverpleegkundige.

Afbeelding van de afstandsbediening voor de neurostimulator

Afbeelding 4

Controles in het ziekenhuis

Na ontslag uit het ziekenhuis komt u regelmatig voor controle op de polikliniek. Bijvoorbeeld voor het verder instellen van de stimulator om het meest optimale stimulatie-effect te bereiken. De planning voor controles is als volgt:

  • De dag na de ingreep (wondcontrole en instelling programma);
  • 1 week na de ingreep (wondcontrole en zo nodig instelling programma);
  • 1 maand na de ingreep (controle bij de PA/ verpleegkundige neurostimulatie);
  • 3 maanden na de ingreep (controle bij de PA/ verpleegkundige neurostimulatie);
  • 6 maanden na de ingreep (controle bij de PA/ verpleegkundige neurostimulatie);
  • 1 jaar na de ingreep (controle bij de Pijnspecialist);
  • Daarna jaarlijks (controle bij de PA/ verpleegkundige neurostimulatie).

Uiteraard kunt u altijd telefonisch overleggen als er problemen zijn. U kunt contact opnemen met het secretariaat Pijngeneeskunde. Het telefoonnummer vindt u onder het kopje 'Telefoonnummers' achter in deze folder.

Leven met een neurostimulator

Medicijnen

De neurostimulator werkt alleen voor langdurige (chronische) neuropathische pijn in het behandelde gebied. De ingreep kan, zoals bij elke andere ingreep wondpijn veroorzaken die helaas niet met neurostimulatie te bestrijden is. Van deze wondpijn kunt u enkele weken tot enkele maanden last hebben. Hiervoor kunt u een pijnstiller gebruiken. Omdat de meeste chronische pijnpatiënten een lange voorgeschiedenis met pijnstillers hebben, worden deze zorgvuldig op uw behoefte afgestemd.

Het afbouwen van de pijnstillers moet u niet zelfstandig doen in verband met bijwerkingen, zoals ontwenning. De pijnstillers worden in de weken na de ingreep in overleg met u afgebouwd.

Batterij

De batterij (IPG) verbruikt langzaam energie. De levensduur hiervan varieert tussen de twee en vijf jaar. Dit wordt bepaald door het stroomverbruik en is afhankelijk van de instellingen. Als de batterij leeg is, is een ingreep nodig om deze te vervangen.

Stimulatie en houding

Tijdens bewegen kan de positie van de lead veranderen. Dit kan veranderingen veroorzaken in het gebied waar u stimulatie voelt. Dit is normaal en neemt af naarmate de lead vast op zijn plek komt te liggen. U hoeft alleen contact op te nemen indien de stimulatie zo hinderlijk is dat u er niet meer tegen kan. De sterkte van de stimulatie is in de eerste drie maanden na de operatie sterk houdings- en bewegings afhankelijk. Denk hierbij ook aan drukverhogende momenten zoals hoesten, lachen, niezen, persen en seksuele activiteit. Ongeveer drie maanden na de definitieve plaatsing is de positie van de lead stabiel. Dit houdt echter niet in dat de lead zich niet door onverhoedse bewegingen ongewenst kan verplaatsen.

Medische adviezen

  • Neem altijd contact op met de afdeling Pijngeneeskunde als u een andere operatie of ingreep of een tandheelkundige behandeling ondergaat.
  • Het gebruik van unipolaire diathermie (apparaat voor het dichtbranden van bloedvaten op de operatiekamer) bij neurostimulatiepatiënten is verboden in verband met een verhoogd risico op weefselschade.
  • Het gebruik van de neurostimulator tijdens de zwangerschap wordt afgeraden. Op dit moment zijn er onvoldoende gegevens bekend over de effecten van het gebruik van neurostimulatie tijdens de zwangerschap en eventuele schadelijke gevolgen voor het (ongeboren) kind. Als u een kinderwens heeft, bespreek dit dan met de PA.
  • Het ondergaan van een MRI-scan bij neurostimulatiepatiënten is doorgaans verboden in verband met verhoogd risico op weefselschade. Dit moet u aan alle artsen melden.
  • Overleg eerst met uw Pijnspecialist / PA voordat u een manueel therapeut, chiropractor, fysiotherapeut of medisch specialist bezoekt voor een behandeling aan uw rug. Bij dit type behandelingen kan de lead namelijk verschuiven.

Herstelperiode

Adviezen en leefregels na de operatie

Deze leefregels gelden voor de eerste 3 maanden volledig en deels daarna. Er wordt met u besproken wanneer u weer activiteiten, zoals sporten, mag hervatten.

Adviezen kort na de operatie

  • Zorg dat de wonden de eerste 10 dagen niet nat worden.
  • U mag pas douchen/ baden als u bij de PA op controle bent geweest en deze hiervoor toestemming heeft gegeven.
  • Laat de pleisters zitten, tenzij ze uit zichzelf loslaten.
  • Als u roodheid, zwelling, pijn, lekkage (veel wondvocht, bloed), koude rillingen en/of koorts ervaart, neem dan onmiddellijk contact op met de afdeling Pijngeneeskunde.
  • Als u ver weg woont, mag u, in overleg met de PA, eventueel naar de huisarts om uw wond te laten beoordelen of te laten verzorgen. Neem daarna altijd contact op met de afdeling Pijngeneeskunde om ons hiervan op de hoogte te stellen.

Leefregels na de operatie

  • Til geen zware voorwerpen (niet zwaarder dan 2 kg).
  • Reik niet met uw armen boven uw hoofd. U mag wel uw haren wassen.
  • Voorkom bukken met een kromme rug of andere belastende bewegingen voor uw rug. Zak door uw knieën als u wilt bukken en maak gebruik van de kracht uit uw benen.
  • Voorkom de volgende bewegingen: buigen, rekken, klimmen, reiken en strijken.
  • Loop niet teveel de trap op en af en voorkom dat u langer dan 30 minuten in dezelfde houding blijft zitten. Het is beter periodes van fysieke activiteit (waaronder zitten en staan) en rust af te wisselen.
  • Wij adviseren u in de eerste 6 weken geen voertuig (auto, scootmobiel etc.)  te besturen.
  • Tijdens het vrijen kunt u beter de stimulator uitzetten zodat u geen pijnlijke schokken ervaart bij onverwachtse bewegingen.
  • Uw lichaam moet weer wennen aan fysieke activiteiten. U kunt spierpijn krijgen. De stimulator heeft hier geen effect op.
  • Bouw rustig uw fysieke activiteiten op en zorg voor voldoende rust.
  • Vermijd grote elektrische of magnetische velden zoals generatoren en de poorten van luchthavens in verband met weefselschade en schade aan de IPG.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op met de afdeling Pijngeneeskunde. Het telefoonnummer vindt u onder het kopje Telefoonnummers.

Telefoonnummers

Afdeling Pijnbehandeling
088 250 9122 (afspraken) / 088 250 9494 (vragen, bereikbaar van 9.30 tot 11.30 uur)

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 24 april 2019

Code: P34