Operatie bij een nekhernia of een kanaalstenose

U wordt binnenkort geopereerd aan een nekhernia of kanaalstenose. U wordt hiervoor twee à drie dagen opgenomen in het ziekenhuis. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rond de operatie en de opname. Uw behandelend arts heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder kunt u de informatie nog eens rustig nalezen. Algemene informatie over een opname in het ziekenhuis vindt u in de folder 'Opname in het Diakonessenhuis'.

Wat is een nekhernia/een stenose?

Een nekhernia

De wervelkolom in de hals bestaat uit nekwervels. We noemen deze C1 t/m C7. De letter C komt van het woord ‘cervix’, Latijn voor ‘nek’. Tussen elke twee halswervels zit een tussenwervelschijf, behalve tussen de eerste twee wervels. De tussenwervelschijven zijn elastisch. De wervels zijn met elkaar verbonden via gewrichten. De tussenwervelschijven en de gewrichten zorgen ervoor dat de wervels gemakkelijk ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. 

Hernia betekent letterlijk breuk of uitpuiling. Door overbelasting en/of ouder worden, treedt er slijtage op van de tussenwervelschijven. Hierdoor kunnen er scheurtjes in de wand van de schijven ontstaan, waardoor de weke kern naar buiten kan gaan puilen.

afbeelding nekhernia

Klachten bij een hernia
De uitpuilende weke kern drukt op de zenuwwortel, waardoor deze bekneld raakt. Hierdoor kunnen de volgende klachten optreden:

  • Stekende pijn in de schouder, arm, hand en/of vingers. 
  • Krachtsvermindering in de arm en/of hand (verlamming van één of meer spiergroepen). 
  • Gevoelsveranderingen in de arm, hand en/of vingers (doof en/of tintelend gevoel).

Deze klachten kunnen verergeren als u uw hoofd naar achteren beweegt (extensie) of bij het bewegen van de arm.

Een stenose

Bij een stenose is er een vernauwing van het wervelkanaal. Hierdoor raken één of meer zenuwen (zenuwwortels) die in het wervelkanaal lopen, bekneld.

De vernauwing ontstaat door slijtage van de wervelkolom, een normaal verouderingsverschijnsel. Deze slijtage (arthrose) is ook bekend van de heup- en kniegewrichten. Door slijtage wordt het wervelbot, vooral bij de wervelgewrichten, dikker. Bovendien raken de banden om de gewrichten verdikt. Dit veroorzaakt de vernauwing van het wervelkanaal.

afbeelding stenose

Klachten bij een stenose
Bij een stenose kunnen de volgende klachten optreden:

  • Krachtsvermindering of verlamming van de arm-/beenspieren. Het kan zijn dat de benen slapper of stijver zijn dan normaal (spastische verlamming). 
  • Verminderd gevoel in de armen/benen. Het gaat hierbij om twee soorten gevoel:
    • Positiegevoel; u voelt niet goed hoe uw armen/benen staan en bewegen;
    • Gevoel voor aanraking; het lijkt alsof u op kousenvoeten loopt. 
  • Controleverlies over de armen/benen (door krachtsverlies en/of verminderd gevoel). U kunt hierdoor slingerend gaan lopen. 
  • Incontinentie voor urine/ontlasting. 
  • Een gevoel alsof er elektrische stroom door de ruggengraat gaat bij het buigen van de nek.

Verschil tussen nekhernia en stenose

Bij een stenose ligt het accent op de beknelling van het ruggenmerg en bij de hernia meer op de beknelling van de zenuwwortels. Een ander verschil is dat bij stenose de klachten geleidelijker optreden, terwijl bij een hernia de klachten vaak acuut ontstaan. Stenose en hernia komen regelmatig tegelijk voor.

Doel van de operatie

Afhankelijk van de klachten kan worden besloten een operatie uit te voeren. Een operatie aan een nekhernia of kanaalstenose is een veelvoorkomende operatie. De neurochirurg probeert met de operatie de beklemde zenuw(en) of het ruggenmerg ruimte te geven.

Voorbereidingen

Nazorg regelen

In principe gaat u 1 dag na de operatie naar huis, tenzij er redenen zijn om langer te blijven, bijvoorbeeld een lekkende wond. Houd er rekening mee dat u na de operatie een aantal activiteiten niet mag uitvoeren (zie de folder 'Fysiotherapie na een operatieve behandeling bij een nekhernia of stenose'). Het is daarom belangrijk om voor de operatie te bepalen welke hulp nodig is. Vraag hierover informatie op bij uw huisarts. Tijdens uw opname zijn er geen mogelijkheden meer om dit te regelen. Houd er rekening mee dat u voorafgaande aan uw opname een aantal zaken moet regelen:

  • In principe kunt u na ontslag gewoon naar huis. Denkt u na ontslag tijdelijk niet alleen thuis te kunnen zijn, regel dan zelf een logeerplek in een zorghotel of bij familie. 
  • U mag tot zes weken na de operatie, geen zware boodschappen doen en geen zware huishoudelijke taken uitvoeren, zoals dweilen, stofzuigen, ramen lappen en het bed opmaken. 
  • Zorg op tijd dat iemand anders zware huishoudelijke taken voor u doet. Denk hierbij aan de volgende mogelijkheden:
    • Schakel hulp in van familie en vrienden. 
    • Bent u alleenstaand of heeft u een partner die ouder is dan 75 jaar en/of zelf hulp nodig heeft, dan kunt u bij het WMO-loket van uw gemeente huishoudelijke hulp aanvragen.
    • Bij veel supermarkten kunt u online boodschappen bestellen en tot in de keuken laten bezorgen.
    • Kies voor magnetronmaaltijden of regel een maaltijd via ‘tafeltje dekje’ (bijvoorbeeld via internet of een thuiszorgorganisatie). 
  • Laat zorg voor eventuele jonge kinderen overnemen.

Wat mag u zelfstandig doen?

Na de operatie kunt u veel activiteiten al snel weer zelf doen.
Wat niet meteen mag zijn activiteiten waarbij u zwaarder dan één kilo moet tillen.
Uw nek bewegen mag rustig aan en op geleide van de pijn.

Overige voorbereidingen thuis

Medicijnen
Vanaf zeven dagen voor de operatie mag u geen bloedverdunnende middelen, zoals Sintrom of Marcoumar en bepaalde pijnstillers (onder ander aspirine) meer gebruiken. De anesthesist overlegt met u welke thuismedicatie (met name medicatie bij hartklachten en suikerziekte) u wel/niet mag innemen voor de operatie. 

Eten/drinken
Voor de operatie moet u nuchter zijn. Meer informatie over nuchter zijn en medicijngebruik vindt u in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.

Stoelgang
Veel pijnstillers kunnen leiden tot verstopping. Heeft u in de twee dagen voor de operatie geen ontlasting gehad, neem dan een laxeermiddel. Dit voorkomt extra pijnklachten en problemen bij verstopping na de operatie. Een laxeermiddel kunt u kopen bij de drogist.

Sieraden afdoen
U wordt verzocht uw sieraden af te doen en thuis te laten.

Meenemen naar het ziekenhuis

In de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’ staat aangegeven welke spullen u mee moet nemen naar het ziekenhuis. Dit is een algemene lijst. Neem ook makkelijk zittende kleding en stevige (instap)schoenen mee voor het mobiliseren na de operatie.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de operatie? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 48 uur voor de opname) melden aan de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie. Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken. Neem ook contact op als u verkouden bent, griep of koorts heeft. Het kan zijn dat de arts de operatie uitstelt.

De opname

Melden

De verpleegkundige belt u één werkdag voor de opname om door te geven hoe laat u op de afdeling wordt verwacht en hoe laat de operatie plaatsvindt. Op de opnamedag meldt u zich op het afgesproken tijdstip op afdeling A1, Neurologie/Neurochirurgie van het Diakonessenhuis locatie Utrecht.

Voorbereidingen in het ziekenhuis

  • Eén uur voor de operatie krijgt u pijnstillers in tabletvorm. 
  • Als u een kunstgebit en/of contactlenzen heeft, moet u deze voor de operatie uitdoen. Ook moet u sieraden afdoen en make-up verwijderen. 
  • Kort voor de operatie trekt u een operatiejasje aan. Hierna wordt u in uw bed naar de operatieafdeling gebracht. Daar ligt u enige tijd in een wachtruimte (holding) met andere patiënten. Als u aan de beurt bent, haalt de verpleegkundige of anesthesist u op om u naar de operatiekamer te brengen. U wordt vanuit uw bed op de operatietafel geholpen. Vervolgens krijgt u een infuus in uw arm en wordt de verdoving toegediend. Afhankelijk van de soort operatie, ligt u daarna op uw buik of op uw rug.

De operatie

Verloop van de operatie

Er zijn een aantal manieren voor een nekoperatie. Uw arts zal u informeren over de methode die hij zal gebruiken.

De verschillende mogelijkheden zijn:

  • Vanuit de voorzijde
    Aan de linker- of rechterzijde van de hals wordt een snee gemaakt. Zo kan de arts de voorkant van de wervelkolom gemakkelijk bereiken. Het strottenhoofd, de luchtpijp en de slokdarm worden tijdens de operatie opzij gehouden. Het maakt niet uit aan welke kant de klachten zitten, omdat vanuit deze benadering beide zijden van de nek bereikt kunnen worden. Na het verwijderen van de hernia van de tussenwervelschijf zet de arts de wervels aan elkaar vast. Deze ingreep heet 'anterolaterale discectomie'.  
  • Vanuit de achterzijde
    Aan de achterzijde van de nek maakt de arts ruimte op de plek waar de zenuwwortel het wervelkanaal verlaat. De ingreep noemt men een foraminotomie. 
    De arts kan er ook voor kiezen de 'dakjes' van het vernauwde wervelkanaal te verwijderen. Dit heet 'cervicale laminectomie'.

Duur van de operatie

De operatie duurt gemiddeld anderhalf uur.

Na de operatie

De uitslaapkamer

Na afloop van de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (recovery) gebracht. Als u voldoende wakker bent en de pijn voldoende onder controle is, haalt een verpleegkundige van de verpleegafdeling u op en brengt u terug naar de verpleegafdeling.

Terug op de afdeling

Gemiddeld bent u na drie à vier uur weer terug op de afdeling. Als u terug bent op de afdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon.

Infuus en drain

U heeft een infuus in uw arm gekregen. Hierdoor worden vocht en eventueel medicijnen toegediend. Wanneer u goed gedronken en/of geplast heeft, niet misselijk bent en het ijzergehalte in uw bloed goed is, verwijdert de verpleegkundige de dag na de operatie het infuus.

Mogelijk heeft u een plastic slangetje (wonddrain), die tot in het operatiegebied loopt. De wonddrain zorgt ervoor dat het bloed dat zich na de operatie in het operatiegebied ophoopt, wordt afgevoerd naar een plastic flesje. Dit bevordert de wondgenezing. Na één dag wordt de wonddrain verwijderd.

Misselijkheid en pijn

Na de operatie kunt u misselijk zijn en pijn hebben. Mocht u misselijk zijn, vraag hier dan gerust iets voor aan de verpleegkundige.

De pijn kan drie oorzaken hebben:

  • Wondpijn
    Deze pijn wordt veroorzaakt door de operatiewond. 
  • Pijn uit spieren en gewrichten
    Om de pijn te ontwijken bent u zich, voor de operatie, anders gaan bewegen en heeft u zich een andere houding aangeleerd. Na de operatie kunt u zich weer normaal bewegen. De spieren van de rug en de armen zullen hierop reageren. Dit kan pijn veroorzaken. De operatie zelf kan ook spierpijn veroorzaken omdat de spieren opzij worden gelegd om goed bij het operatiegebied te kunnen komen. 
  • Zenuwpijn
    De zenuw heeft lange tijd bekneld gezeten door de uitpuilende hernia. De zenuw heeft nu voldoende ruimte, maar is nog steeds geïrriteerd. De pijn zal anders zijn dan voor de operatie. Ook kan het zijn dat door de operatie de zenuw tegenover de hernia geïrriteerd raakt.

Direct na de operatie heeft u een infuuspompje met een krachtige pijnstiller dat u zelf kunt bedienen. Het is beveiligd tegen overdosering, zodat u nooit te veel pijnstiller kunt krijgen. 

Controles

De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, uw polsslag, uw arm- en/of beenfuncties en vraagt naar uw pijn. Ook houdt de verpleegkundige in de gaten of de urineproductie weer op gang komt. Bovendien controleert de verpleegkundige dagelijks uw wond en vervangt indien nodig de pleister.

Eten/drinken

Na de operatie mag u weer gewoon eten en drinken. Neem kleine beetjes eten en drinken in verband met kans op misselijkheid.

Weer in beweging komen

Als u via de voorzijde van de hals wordt geopereerd mag u na 4 uur bedrust op geleide van kunnen weer uit bed. Wordt u via de achterzijde van de hals geopereerd dan mag u de ochtend na de operatie op geleide van kunnen uit bed. U mag glooiend/iets rechtop zitten met maximaal één hoofdkussen onder uw hoofd. Op uw buik liggen is de eerste zes weken niet toegestaan.

Als de neurochirurg u een halskraag heeft voorgeschreven, doet u deze zittend op bed om. Pas daarna mag u gaan lopen. De kraag ontziet uw nek en herinnert u eraan hier voorzichtig mee om te gaan. U wordt hierbij geholpen door de verpleegkundige of de fysiotherapeut. Gedurende de eerste dag mag u niet langer dan maximaal één uur per keer uit bed en eet u op een stoel aan tafel. De wond en de pleister mogen de eerste twee dagen na de operatie niet nat worden. U mag dan niet douchen. U kunt zich wel aan de wastafel wassen, als de wond en de pleister maar niet nat worden. De derde dag na de operatie mag u weer douchen.

Fysiotherapie

De fysiotherapeut komt een dag na de operatie langs om het draaien in bed, het in en uit bed gaan en het lopen met u door te nemen. In de folder 'Fysiotherapie na een operatieve behandeling bij een nekhernia of stenose' vindt u meer informatie.

Antistolling

Na de operatie krijgt u één keer per dag een injectie in uw buik met een antistollingsmiddel. Dit is een medicijn om trombose (een bloedstolsel in een bloedvat) te voorkomen. U krijgt deze injecties tijdens de opname, totdat u met ontslag gaat. Als u voor de opname antistollingsmedicijnen gebruikte, start u daar op de tweede dag na de operatie weer mee. 

Hechtingen

Er worden meestal oplosbare hechtingen gebruikt om de operatiewond te sluiten. Deze hoeven niet verwijderd te worden, maar verdwijnen vanzelf. Als uw wond gehecht is met niet-oplosbare hechtingen, dan moeten deze twaalf dagen na de operatie verwijderd worden door de huisarts.

Risico's en mogelijke complicaties

In de meeste gevallen verloopt een operatie zonder problemen. Toch is het van belang dat u weet dat de volgende complicaties kunnen optreden: 

  • Wondlekkage
    Door de beweeglijkheid van de nek is er met name bij operaties vanaf de achterzijde van de nek kans op wondlekkage. De pleister zal dan vaker vervangen moeten worden. Het ontslag kan worden uitgesteld als de wond veel lekt. 
  • Keelklachten
    Vaak bestaan er kortdurend wat klachten van spreken (schorre stem) en slikken (pijn bij slikken, of het gevoel van ‘een brok in de keel’) bij patiënten die een nekoperatie langs de voorkant ondergaan hebben. Beschadiging van een stembandzenuw met heesheid is een zeldzame complicatie. 
  • Infectie
    Het gebied rond de wond kan geïnfecteerd raken met uw eigen huidbacteriën. U krijgt dan een antibioticakuur. 
  • Nabloeding 
    Zeer zelden komt een nabloeding voor. Als dit klachten geeft, verwijdert de neurochirurg deze bloeduitstorting operatief. 

Het ontslag

Naar huis

Als uw herstel goed verloopt, mag u de eerste dag na de operatie naar huis. Wanneer de wond lekt of het mobiliseren niet zo voorspoedig verloopt, wordt de opname verlengd. Voordat u naar huis gaat, wordt een afspraak gemaakt voor poliklinische controle bij de neurochirurg. Een polikliniekafspraak, het nazorgformulier en een machtiging voor de verzekering voor fysiotherapie en de overdracht van de fysiotherapeut krijgt u mee naar huis. Met de fysiotherapeut bespreekt u of de fysiotherapie daadwerkelijk thuis voortgezet dient te worden.

Vervoer regelen
U mag niet zelf naar huis rijden. Regel daarom een taxi of iemand die u op komt halen.

Problemen thuis

Als er na uw ontslag uit het ziekenhuis problemen zijn (plotseling optredende koorts, opvallende wondlekkage of hevige pijn), neem dan tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie en buiten de kantoortijden met de verpleegafdeling.

Adviezen voor thuis en nazorg

Wat u na de operatie wel en niet kunt doen, kunt u lezen in de folder van de fysiotherapie: 'Fysiotherapie na een operatieve behandeling bij een nekhernia of stenose' en het nazorgformulier welke u van de verpleging ontvangt.

Controle op de polikliniek

Ongeveer zes weken na de operatie komt u terug bij de neurochirurg. Hij bespreekt hoe het met u gaat sinds uw ontslag uit het ziekenhuis. Heeft u vragen, dan kunt u deze uiteraard stellen. We adviseren u om thuis uw vragen op te schrijven, zodat u ze niet vergeet te stellen.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op met de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie.

(Patiënten)organisaties

Meer informatie over nekhernia en kanaalstenose vindt u op onderstaande websites.

Telefoonnummers

Polikliniek Neurologie/Neurochirurgie 
088 250 5303

Verpleegafdeling A1
088 250 6183

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].

Bijgewerkt op: 29 april 2021

Code: NEU22