Poliklinisch spreekuur voor kinderen met plas- en/of poepproblemen

In verband met plas- en/of poepproblemen van uw kind brengt u binnenkort een bezoek aan het poliklinisch spreekuur voor plas- en/of poepproblemen van het Diakonessenhuis, locatie Zeist. In deze folder leest u wat u van het bezoek aan dit spreekuur kunt verwachten.

Het poliklinisch spreekuur

Langdurige plas- en/of poepproblemen bij een kind kunnen leiden tot lichamelijke, psychische en/of gedragsproblemen. Dit staat een gezonde ontwikkeling in de weg. Daarom is het van belang om de problemen bespreekbaar te maken en aan te pakken.

Om kinderen met plas- en/of poepproblemen goed te kunnen helpen, heeft de polikliniek Kindergeneeskunde van het Diakonessenhuis een speciaal spreekuur opgezet. Kinderarts, urotherapeut, kinderfysiotherapeut, kinderpsycholoog en uroloog werken hier nauw samen en bieden een behandelplan op maat. Het spreekuur is bedoeld voor kinderen:

  • vanaf vijf jaar en/of leerniveau groep 2-3;
  • met plas- en/of poepproblemen;
  • die regelmatig overdag een natte broek hebben door incontinentie voor urine;
  • die regelmatig poep in de broek hebben of last hebben van langdurige obstipatie;
  • met steeds terugkerende blaasontstekingen.

Voorbereidingen

Afspraak maken

U kunt zich aanmelden voor het spreekuur bij het secretariaat van de polikliniek Kindergeneeskunde, Diakonessenhuis locatie Zeist. Als u verhinderd bent voor uw afspraak verzoeken we u vriendelijk om dit minimaal 48 uur van tevoren te melden. U kunt dan meteen een nieuwe afspraak maken.

Het eerste bezoek aan het spreekuur

Het eerste bezoek aan het spreekuur is bedoeld om een goed beeld te krijgen van het probleem van uw kind. De kinderarts gaat na of het probleem een lichamelijke of meer psychische oorzaak heeft en/of er een eventuele samenhang is met het gedrag van uw kind. Het bezoek duurt ongeveer 30 minuten. Wij vragen u onderstaande zaken mee te nemen naar het spreekuur: 

  • de verwijsbrief van de huisarts of specialist;
  • het identiteitsbewijs en gegevens van de ziektekostenverzekering van uw kind;
  • indien uw kind medicijnen gebruikt, naam en dosering van de medicijnen.

Als uw kind nog niet ingeschreven is bij het Diakonessenhuis meldt u zich bij de inschrijfbalie op de begane grond bij de hoofdingang. Hier wordt ook een pasfoto gemaakt. 

Hierna meldt u zich bij de doktersassistente van de polikliniek Kindergeneeskunde en levert u de verwijsbrief in. Uw kind moet een volle blaas hebben wanneer u naar het spreekuur komt. Als uw kind tijdens het wachten aandrang krijgt om te plassen, meld dit dan bij de doktersassistente. Zij laat uw kind plassen op een aparte wc, de uroflowmeter.

Consult bij de kinderarts

De kinderarts verricht (lichamelijk) onderzoek. De kinderarts bekijkt het plasgaatje (bij plasproblemen) of de billen en de anus (bij poepproblemen). Ook zal de kinderarts vragen of uw kind op de hakken en de tenen kan lopen.

Na het bezoek aan de kinderarts kunt u naar huis. Op basis van de verzamelde gegevens stelt het team een behandelplan op. De doktersassistente van de polikliniek maakt de eventuele vervolgafspraken bij de urotherapeute. Indien nodig krijgt u poep- en plaslijsten via de mail, afgedrukt of per post. Deze lijsten dient u bij het volgende polikliniekbezoek mee te nemen.

Meer informatie over de onderzoeken

Plasproblemen

Uroflowmetrie
Om inzicht te krijgen in het plasgedrag van uw kind, plast uw kind op een speciale wc, de uroflowmeter. In deze wc zit een weegschaaltje dat de urinestraal meet. Het is belangrijk dat uw kind met een volle blaas naar het spreekuur komt zodat er een flinke plas geplast kan worden.

Echo van de blaas
Een paar minuten na de uroflowmetrie maakt de urotherapeut een echo van de blaas. Dit is om te kijken of de blaas helemaal leeg is na het plassen. Tijdens de echo ligt uw kind op een onderzoekstafel. Hij/zij krijgt wat gel op de onderbuik. Dit kan een beetje koud aanvoelen. Vervolgens beweegt de urotherapeut het echoapparaat over de onderbuik om de blaas in beeld te krijgen.

Urineonderzoek
De kinderarts kan tijdens het spreekuur aan uw kind vragen om nog een keer te plassen voor laboratoriumonderzoek. U wordt dan gevraagd om het plasgaatje van uw kind eerst schoon te maken met wattenbolletjes en water. Op het laboratorium wordt onderzocht of er bacteriën of andere ongewenste stoffen in de urine van uw kind zitten.

Poepproblemen

Echo van het rectum
Om te zien of het rectum gevuld is, maakt de urotherapeut een echo van de onderbuik. Tijdens de echo ligt uw kind op een onderzoekstafel. Hij/zij krijgt wat gel op de onderbuik. Dit kan een beetje koud aanvoelen. Vervolgens beweegt de urotherapeut het echoapparaat over de onderbuik om het rectum in beeld te krijgen.

Rectaal toucher
Om de mate van obstipatie en de werking van de sluitspier te beoordelen, bekijkt en bevoelt de kinderarts de anus. Veel kinderen vinden dit niet zo prettig. Belangrijk is dat uw kind zo ontspannen mogelijk op de onderzoeksbank ligt.

Klysma
Als uw kind veel harde poep in de darmen heeft, is het soms nodig om de darmen te legen. De kinderarts kan een recept voor een klysma uitschrijven of een afspraak voor een klysma op de kinderafdeling maken.

De behandeling

Meestal bestaat de behandeling uit een poliklinische training door de urotherapeut. Soms is eerst aanvullend onderzoek of een aanvullende behandeling nodig door de kinderfysiotherapeut, kinderpsycholoog en/of uroloog.

Inzet van uw kind en u

De behandeling vraagt inzet van uw kind en u. Belangrijk is dat uw kind gemotiveerd is om het probleem aan te pakken en dat u hem of haar hierbij wilt begeleiden. Voor uw kind is het ook belangrijk dat tijdens de trainingsperiode geen grote veranderingen in het gezin plaatsvinden (bijvoorbeeld een verhuizing of de komst van een broertje of zusje).

De training beperkt zich niet tot het polikliniekbezoek. Het is de bedoeling dat u elke dag met uw kind bezig bent met de trainingsopdrachten. In de praktijk duurt een blaastraining ongeveer 3 maanden. Een poeptraining duurt gemiddeld langer. In deze periode is er wekelijks telefonisch contact met uw kind en/of u en komen uw kind en u elke 4 tot 6 weken op de polikliniek voor controle en/of training.

Poliklinische training door de urotherapeut

De poliklinische blaas en/of poeptraining bestaat uit:

  • Uitleg over de werking van de blaas en/of darmen.
  • Uitleg over het specifieke probleem van uw kind.
  • Praktische adviezen voor thuis.
  • Wekelijks telefonisch contact met de urotherapeut.
  • Om de vier weken een bezoek aan de urotherapeut. Zij bespreekt de voortgang en de resultaten en stelt de training zo nodig bij.
  • Soms wordt tijdens de vervolgafspraak weer een uroflowmetrie of een echografie van de blaas gedaan.

Duur van de behandeling

De poeptraining duurt één tot enkele maanden. De blaastraining duurt ongeveer drie maanden. Als uw kind naast plasproblemen ook last heeft van verstopping (obstipatie), kan de training enkele weken langer duren.

Vragen

Als u vragen hebt naar aanleiding van bovenstaande informatie kunt u contact opnemen met het secretariaat van de polikliniek Kindergeneeskunde, Diakonessenhuis locatie Zeist, bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 16.30 uur.

Telefoonnummers

Polikliniek Kindergeneeskunde
088 250 6326

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 14 augustus 2018

Code: K05