Staaroperatie

U ondergaat binnenkort een staaroperatie bij het Staarcentrum Nederland, onderdeel van het Diakonessenhuis. Deze operatie vindt op de afdeling Dagbehandeling plaats. Uw behandelend arts heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder kunt u de informatie nog eens rustig nalezen en wordt op diverse zaken dieper ingegaan. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de situatie voor u anders kan zijn dan beschreven is.

In het kort

Voor de operatie

  • Lees deze folder goed door
  • Heeft u nog vragen, bel of mail dan met de polikliniek Oogheelkunde

De operatie

  • Trek gemakkelijk zittende kleding aan
  • Er is een kluisje voor uw persoonlijke spullen
  • De voorbereiding door middel van druppels duurt ongeveer 45 minuten
  • De operatie zelf duurt ongeveer 20 minuten
  • U voelt geen pijn
  • U krijgt een soort tentje over u heen en wat extra zuurstof, waardoor u gewoon kunt ademen
  • U krijgt een sterke lamp op uw oog gericht en u ziet veel kleuren, als een caleidoscoop
  • Soms wordt uw oog gespoeld, dat voelt koud aan

Na de operatie

  • U voelt geen pijn
  • U krijgt na de operatie zalf in uw oog
  • U moet de meegegeven druppels gebruiken volgens voorschrift
  • Uw pupil blijft nog lang vergroot, waardoor uw oog gevoelig is voor licht
  • U ziet de eerste dag wazig
  • De dag na de operatie kunt u soms al wat zien, het zicht komt langzaam terug

Wanneer moet u bellen?

  • Als u pijn in of achter het oog heeft
  • Als u plotseling slechter gaat zien
  • Als u eerst beter ziet maar geleidelijk minder goed gaat zien
  • Als u twijfelt over een klacht of verschijnsel

Bij vragen kunt u op werkdagen tussen 8.00 en 14.30 uur bellen met de polikliniek Oogheelkunde. Buiten kantoortijd en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende hulp. De telefoonnummers vindt u aan het eind van deze folder.

Algemeen

Wat is staar?

Voor in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naarmate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Daardoor zien we dingen waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens noemen we ‘staar’ of ‘cataract’. Iedereen die ouder wordt, krijgt daarmee te maken. Maar niet iedereen heeft er last van.

Er zijn verschillende vormen van staar, zoals jeugdstaar of staar die ontstaan is door ziekte of door een beschadiging van het oog bij een ongeval. De meest voorkomende vorm van staar is ouderdomsstaar. Deze folder gaat over ouderdomsstaar.

Ouderdomsstaar

Ouderdomsstaar is een ‘normaal’ verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels. Sommige mensen merken al rond hun veertigste dat hun ooglens troebel wordt. Meestal doen de eerste verschijnselen zich later voor.

Of u het merkt, hangt af van de plek in de ooglens waar de troebeling zich ontwikkelt en hoe groot die troebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlakbij, dan krijgt u al snel klachten. U gaat bijvoorbeeld wazig zien, dubbelzien met een oog, u ziet kleuren doffer of u krijgt last van licht of schitteringen. Als u binnen korte tijd veel wisselingen in de sterkte van de brillenglazen krijgt, kan dat ook wijzen op ouderdomsstaar. De nieuwe (sterkere of zwakkere) brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren. Doorgaans neemt de staar in de loop van de tijd toe. Het gezichtsvermogen wordt daarmee steeds slechter. Een bezoek aan de oogarts is dan noodzakelijk.

Vooraf onderzoek

Om erachter te komen of er inderdaad sprake is van ouderdomsstaar, bekijkt de oogarts uw ogen met een spleetlamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht, waarmee de oogarts het voorste deel van het oog kan bekijken. Daar bevindt zich de ooglens. De oogarts kan met het licht zien of er troebelingen zijn in de ooglens en zo ja, hoe ver de staar zich al heeft ontwikkeld. Daarnaast onderzoekt de oogarts hoeveel u nog kunt zien en of uw ogen verder gezond zijn.

Wanneer behandelen?

Wie nog goed genoeg ziet om zonder problemen het dagelijkse werk en hobby’s te kunnen doen en zonder problemen auto kan rijken, hoeft zich (nog) niet te laten behandelen. Het is wel realistisch om rekening te houden met een staaroperatie in de toekomst. Staar wordt namelijk nooit minder. Het gezichtsvermogen gaat langzaam maar zeker achteruit.

Is (beginnende) staar eenmaal ontdekt, dan controleren we regelmatig of de klachten erger worden. Zodra de staar te hinderlijk wordt, kan uw gezichtsvermogen weer worden hersteld met een staaroperatie, als er geen andere afwijkingen zijn die het zien beïnvloeden. Wanneer de operatie moet gebeuren, kunt u in overleg met uw oogarts zelf bepalen.

Doel van de operatie

Bij de staaroperatie vervangt de oogarts de troebele ooglens door een helder kunstlensje. Opereren is de enige manier om iets te doen aan ouderdomsstaar. Er bestaan geen medicijnen tegen staar. Ook met een laserbehandeling is staar niet te verwijderen.

Het resultaat

In de regel geeft een staaroperatie u beter zicht: de gezichtsscherpte en het contrast worden groter. Maar ook kleuren worden beter waargenomen. Deze zijn weer fris en helder.

Meestal kunt u na de staaroperatie op afstand redelijk scherp zien. Soms is voor de verte geen bril (meer) nodig. Als u voor de operatie een leesbril gebruikte, blijft dit ook na de operatie nodig. Dit geldt ook voor een bril die u voor een andere oogaandoening gebruikt.

Wilt u na de operatie graag zonder bril kunnen lezen, bespreek dit dan op de polikliniek met de oogarts. De oogarts bespreekt met u of hiervoor een oplossing gevonden kan worden. De brilsterkte na de operatie kan namelijk in belangrijke mate beïnvloed worden door de keuze van de sterkte van het kunstlensje.

Het optimale zicht wordt meestal drie tot vier weken na de operatie bereikt. Het kan dus zijn dat u toch nog een bril nodig heeft. Een leesbril is in ieder geval vaak nog nodig.

Heeft u altijd oogdruppels gebruikt, dan bespreekt uw oogarts na de operatie met u of dit nodig blijft.

Voorbereiding op de polikliniek

Op de polikliniek vinden er een aantal onderzoeken, gesprekken en administratieve handelingen plaats ter voorbereiding op de operatie:

  1. De oogarts vult een opnameaanvraag in. 
  2. De oogarts bespreekt met u de mogelijkheden van verdoving. Verdoving wordt ook wel anesthesie genoemd. De verdoving vindt meestal plaats door middel van druppels verdovingsvloeistof in het oog; een enkele keer door een injectie naast het oog. Bij uitzondering vindt de operatie, in overleg met u, onder algehele anesthesie (narcose) plaats. 
  3. We doen een lensmeting om de sterkte van uw nieuwe lens te bepalen. Wensen over de reststerkte bespreken we ook met u. Als u harde/vormstabiele contactlenzen draagt, herhalen we deze lensmeting na 4 tot 8 weken. Neem contact op met de polikliniek als dit bij u niet is gedaan.
    Ondanks een goede lensmeting kan na de operatie onder- of overcorrectie ontstaan of vervorming van het hoornvlies (astigmatisme). Dit kan betekenen dat u na de operatie een bril nodig heeft om optimaal te kunnen zien. Dit risico is groter na een eerdere refractiechirurgie (laserbehandeling).
  4. Indien mogelijk krijgt u een opnamedatum. Deze afspraak krijgt u per brief meteen mee. Anders krijgt u een brief thuisgestuurd met een opnamevoorstel of wordt u gebeld. Ook krijgt u controleafspraken voor na de operatie. 
    • Wordt u aan twee ogen geopereerd, dan komt u ongeveer een week na de operatie van het eerste oog voor een korte controle bij de optometrist. Vier tot zes weken na de operatie van het tweede oog komt u voor de eindcontrole bij de optometrist. U krijgt dan een briladvies mee. 
    • Wordt u aan één oog geopereerd, dan komt u vier tot zes weken na de operatie voor de eindcontrole bij de optometrist. U krijgt dan een briladvies mee. 
  5. U wordt 1-2 weken voor de operatie gebeld door de apotheek. Zij bespreken met u het gebruik van oogdruppels die u na de operatie moet gebruiken (zie ook ‘Druppelvoorschrift’ verderop in deze folder). De oogdruppels krijgt u na de operatie mee van de doktersassistent als u terug bent op de afdeling.
  6. U wordt één werkdag voor de operatie na 13.00 uur gebeld om de definitieve opnametijd door te geven waarop u zich in het ziekenhuis moet melden. De OK bepaalt de volgorde van de operaties, daar heeft het Staarcentrum geen invloed op. Operatietijden variëren van 8.00 tot 16.30 uur. Ongeveer een uur na de opnametijd vindt de operatie plaats. Als u onder algehele anesthesie geopereerd wordt, krijgt u een gesprek met een intakeverpleegkundige. Meer informatie over een algehele anesthesie kunt u vinden in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.

Voorbereidingen thuis

  • Medicijnen
    U mag uw medicijnen gewoon innemen. Plastabletten mag u voor de operatie niet innemen, daarna wel weer. Als u voor de operatie al andere oogdruppels gebruikt, dan moet u hiermee na de operatie doorgaan, tenzij uw oogarts iets anders adviseert.
  • Make-up en sieraden
    Uw gezicht moet u goed schoonmaken met water en eventueel zeep. Gebruik geen make-up en/of dagcrème. Doe uw sieraden af en laat deze thuis. 
  • Eten en drinken
    Of u voor de operatie nog mag eten en drinken hangt af van de vorm van verdoving.
    Als de verdoving in de vorm van druppels of een injectie wordt toegediend, hoeft u niet nuchter te zijn. ‘s Morgens mag u een normaal ontbijt gebruiken. Als u ’s middags geopereerd wordt, mag u ook nog een lichte lunch gebruiken.
    Wordt de operatie verricht onder algehele anesthesie, dan moet u voor de operatie nuchter zijn. Ook wordt roken afgeraden. Zie voor meer informatie de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’. 
  • Vervoer regelen
    U kunt en mag de eerste 48 uur na de operatie niet zelf auto rijden. Zorg er daarom voor dat iemand u ophaalt. Ook raden wij u af om na de operatie met het openbaar vervoer of de fiets naar huis te gaan. U kunt wel een taxi nemen. De kosten van taxivervoer naar het ziekenhuis en naar huis zijn (bijna altijd) voor eigen rekening. Ziektekostenverzekeraars vergoeden deze kosten meestal niet. Kijk in uw polis of bel met uw verzekeraar om te weten wat de exacte afspraken zijn. 

Meenemen naar het ziekenhuis
Neem op de dag van uw operatie uw identiteitsbewijs mee. Ook is het handig een zonnebril mee te nemen, omdat uw ogen na de operatie gevoelig zijn. Trek kleding aan die makkelijk zit en u warm houdt tijdens de operatie. Heeft u diabetes, neem dan ook uw medicijnen mee.

Verhinderd
Mocht u op de dag van de operatie verhinderd zijn, enkele dagen van tevoren ziek worden of een oogontsteking krijgen, neem dan direct contact op met de polikliniek Oogheelkunde. In overleg met uw oogarts wordt dan een nieuwe afspraak gemaakt.

De opname

Melden

  • Zeist
    Op de opnamedag meldt u zich op tijd bij het OK Dagcentrum, 3e etage, route 35. U meldt zich via de bel bij de baliemedewerker en neemt dan plaats in de wachtruimte. 
  • Utrecht
    Op de opnamedag meldt u zich op tijd bij de afdeling Dagbehandeling Volwassenen Algemeen (DVA), 2e etage, route 244. U meldt zich bij de verpleegkundige of secretaresse. Daarna kunt u plaatsnemen in de wachtruimte.

Voorbereiding

Ongeveer drie kwartier tot één uur voor de operatie haalt een verpleegkundige of doktersassistente u op. U krijgt verdovende en pupilverwijdende oogdruppels. Uw zicht wordt hierdoor wazig. U mag uw eigen kleding aanhouden.

Verdoving

De operatie vindt plaats onder druppelverdoving, lokale verdoving of algehele anesthesie (narcose). Op de operatie- of behandelkamer wordt uw oog nog een keer verdoofd.

De operatie

Gang van zaken

Op de operatie- of behandelkamer neemt u plaats op een operatietafel of in een operatiestoel. Uw hoofd wordt soms met tape vastgezet. Het is belangrijk dat u gedurende de ingreep zo stil mogelijk ligt.

Er komt een ooglidspreider in het te opereren oog. Dit voorkomt dat u met uw oog knippert en zorgt dat de oogarts goed kan werken. Uw hoofd/gezicht wordt volledig afgedekt met een operatiedoek met daarin een uitsparing voor het oog. Onder de doek krijgt u extra zuurstof toegediend.

De oogarts vertelt wat hij/zij doet. U merkt tijdens de operatie dat de oogarts met u bezig is, maar u voelt geen pijn. Als u toch pijn voelt, kunt u dit aangeven. Eerst vergruist de oogarts uw troebele lens. De lensresten worden los gespoeld met water en afgezogen. Dit voelt koud aan en maakt een zuigend geluid. Er kan water langs uw slaap lopen. Daarna wordt het nieuwe kunstlensje in het oog geplaatst. Dit kan een drukkend gevoel op het oog geven.

Na de operatie krijgt u zalf in uw oog, deze lost vanzelf op. De zalf voorkomt irritatie en vermindert het gevoel van ‘zand in het oog’, dat na een staaroperatie kan optreden. Soms krijgt u na de operatie ook een verband (en een oogdop) op het oog. Dit mag u er de volgende dag zelf afhalen. 

De operatietijd

De operatie duurt ongeveer 20 minuten.

Na de operatie

Terug op de afdeling

Na de operatie wordt u opgevangen door de verpleegkundige/doktersassistente. U krijgt nog iets te drinken. De verpleegkundige/doktersassistente bespreekt de adviezen voor de periode na de operatie met u (zie ook ‘Nazorg’ verderop in de folder).

Oogdruppels

Als u na de operatie terugkomt op de afdeling, krijgt u een tasje met oogdruppels. Deze moet u in de periode na de operatie gebruiken (zie ook ‘Druppelvoorschrift’ verderop in deze folder).

Naar huis

Als alles goed met u gaat, mag u vrij snel na de operatie naar huis. Bent u geholpen onder algehele anesthesie dan mag u na een paar uur (2 à 3 uur) naar huis.

Vervoer na de operatie

Zie voor informatie over vervoer na de operatie het kopje ‘Vervoer regelen’ eerder in deze folder.

Risico’s en mogelijke complicaties

Bij elke operatie kunnen complicaties optreden. Dit geldt ook voor een staaroperatie. In het algemeen is de kans op complicaties bij een staaroperatie klein.

Tijdens de operatie kunnen problemen optreden. De operatie duurt dan meestal langer en is soms een tweede operatie nodig.

  • Het lenszakje, waarin de kunstlens wordt geplaatst, scheurt.
  • Het lenszakje is te zwak.
  • Er blijft een lensrestje achter in het oog. Meestal lost dat vanzelf op.
  • De lens komt in het glasvocht terecht. Deze wordt tijdens een tweede operatie verwijderd.

Soms wordt er geen lens geplaatst en wordt de kunstlens pas tijdens een tweede operatie geplaatst.

Na de operatie kunnen er problemen optreden. Deze verdwijnen vaak vanzelf en zijn meestal goed te behandelen.

  • Drukkende pijn door een verhoogde oogdruk
  • Wazig zien door macula oedeem (vochtophoping in het centrale deel van het netvlies)
  • Wazig zien door zwelling/vertroebeling  van het hoornvlies
  • Droge ogen
  • Netvliesloslating. Als u plotseling troebeling ziet ‘zwemmen’, slecht ziet of lichtflitsen ziet, moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis.
  • Nastaar. Dat betekent dat het lenszakje, waar de nieuwe kunstlens in is geplaatst, troebel is geworden. Dit ontstaat meestal pas na enkele jaren. Een korte laserbehandeling is dan nodig.
  • Blijvend verzwakt hoornvlies. Heel soms is dan een gedeeltelijke hoornvliestransplantatie nodig.
  • Infectie binnen in het oog. Een ernstige infectie kan het zicht blijvend verminderen.

Behalve deze mogelijk complicaties bestaat de kans dat de operatie niet helpt en uw zicht niet verbetert. Ook zijn er andere, zeer zeldzame complicaties mogelijk die hier niet beschreven zijn.

Bel na de operatie altijd onze polikliniek als u de situatie niet vertrouwt.

Nazorg

Herstel na de operatie

Het oog heeft tijd nodig om te herstellen. De eerste drie tot zes weken is het zicht nog niet optimaal. Daarna is het oog meestal voldoende hersteld. Bij de controleafspraak na ongeveer vier weken krijgt u, als dat nodig is, een briladvies mee voor nieuwe glazen.

Uw oog moet na de operatie gedruppeld worden. Instructies hiervoor vindt u onder ‘Druppelvoorschrift’.

Adviezen/informatie voor thuis

  • U mag twee weken niet in uw oog wrijven. 
  • De pupil blijft één tot twee dagen vergroot, waardoor u nog niet scherp kunt zien en lichtgevoeliger bent. Een zonnebril helpt hierbij.
  • ’s Avonds kunt u last hebben van schitteringen door de straatverlichting, koplampen van auto’s en de verlichting in de huiskamer. Vaak ziet u kringen om lichtpunten heen (halo’s). Dit is normaal en gaat vanzelf over. 
  • Bij pijn mag u een paracetamol nemen (zo nodig tot vier maal daags).

    Als de pijn niet zakt of verergert, neem dan contact op met het ziekenhuis.
     
  • U kunt het gevoel hebben dat er een zandkorreltje of haartje in uw oog zit. Het oog kan erg tranen of juist droog en branderig aanvoelen. Deze klachten verdwijnen vaak vanzelf na een aantal weken/maanden. Het kan nodig zijn om (tijdelijk) bevochtende oogdruppels (kunsttranen) te gebruiken. De optometrist/oogarts kan bij de laatste controle op de polikliniek beoordelen of u hiermee moet starten en u daar een recept voor meegeven.
  • Gebruik de eerste week geen make-up of gezichts-/dagcrème rond het geopereerde oog. 
  • U mag twee weken niet zwemmen en niet naar de sauna. 
  • Alle andere activiteiten (zoals douchen, haren wassen, bukken en licht tillen) kunt u de dag na de operatie weer gewoon hervatten.
  • U kunt het brillenglas van uw geopereerde oog door de opticien laten verwijderen of laten vervangen door vensterglas. Hier zijn wel kosten aan verbonden.

Problemen thuis

Bij problemen kunt u op werkdagen tussen 8.00 uur en 14.30 uur bellen met de polikliniek Oogheelkunde (088 250 9429). Buiten kantoortijd en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende hulp (088 250 6211).

Controlebezoek op de polikliniek

Vier tot zes weken na de operatie komt u voor een controle bij de optometrist. 

Druppelvoorschrift

Op de operatiedag begint u na de operatie met het druppelen van het geopereerde oog. U gebruikt 2 soorten oogdruppels: broomfenac en dexamethason/gentamicine. U moet per geopereerd oog 4 weken lang druppels gebruiken. 

Broomfenac moet u 4 weken 2 keer per dag druppelen. Bijvoorbeeld tussen 7.00 en 8.00 uur (bij het ontbijt) en om 22.00 uur (voor het slapengaan).

Dexamethason/gentamicine moet u volgens een afbouwschema druppelen:
1e week: 4 keer per dag
2e week: 3 keer per dag
3e week: 2 keer per dag
4e week: 1 keer per dag

Verdeel de druppeltijden over de dag, dus in week 1 bijvoorbeeld om 8.00, 12.00, 18.00 en 22.00 uur.

Als u de Broomfenac en Dexamethason/gentamicine op hetzelfde tijdstip wilt druppelen, moet u minstens 5 minuten wachten tussen de 2 soorten druppels.

Volg altijd het druppelvoorschrift van de oogarts op, ook al staat in de bijsluiter een ander voorschrift beschreven! 

Druppelhandeling

Oogdruppels kunt u bij uzelf toedienen. U kunt ook uw partner of iemand anders vragen u hierbij te helpen. Hieronder vindt u de instructie voor beide situaties. Op www.apotheek.nl kunt u ook instructiefilmpjes vinden als u zoekt op ‘Oogdruppels toedienen’. 

De verschillende druppels moeten vijf minuten na elkaar gegeven worden. Gebruikt u ook een oogzalf, gebruik deze dan als laatste.

Druppels toedienen bij uzelf

  1. Was uw handen voordat u gaat druppelen. 
  2. Draagt u contactlenzen? Doe uw lenzen uit voordat u gaat druppelen.
  3. Schud het flesje.
  4. Draai de dop van de flacon. Leg de dop op de zijkant. Zo worden de oogdruppels zo min mogelijk besmet via de dop en zijn ze langer houdbaar. Pak het flesje vast als een pen.
  5. Buig uw hoofd achterover en kijk naar het plafond. 
  6. Trek met de wijsvinger van uw vrije hand het onderooglid iets naar beneden, zodat er een klein gootje ontstaat.
  7. Zet de hand met het flesje bovenop de hand die het gootje maakt.
  8. Breng het flesje vlak boven uw oog, maar zorg dat het uw oog of wimpers niet raakt.
  9. Knijp in het flesje en laat één druppel in het gootje vallen. Ga weer met uw hoofd rechtop zitten. Sluit uw oog zonder te knijpen. Druk uw traanbuis 1 tot 3 minuten dicht door zachtjes tegen het bobbeltje aan de binnenkant van uw oog bij uw neus te drukken.
  10. Draai de dop stevig op de flacon.
  11. Was opnieuw uw handen.

Als u het druppelen lastig vindt, kunt u gebruikmaken van een zogenaamde druppelhulp. Dit hulpmiddel is verkrijgbaar bij de apotheek.

Druppels toedienen bij een ander

  1. Was uw handen. Laat ook de patiënt zijn/haar handen wassen.   
  2. Draagt de patiënt contactlenzen? Laat de patiënt de lenzen uitdoen voordat u gaat druppelen.
  3. Schud het flesje.
  4. Draai de dop van de flacon. Leg de dop op de zijkant. Neem het flesje in uw hand als een pen.
     
    • Laat de patiënt gaan zitten.
    • Ga achter de patiënt staan. Laat de patiënt het hoofd naar achteren buigen en naar boven kijken.
    • Het hoofd van de patiënt rust tegen uw buik.
    • Heeft de patiënt moeite het hoofd achterover te buigen, dan kan de patiënt het beste gaan liggen.
       
  5. Steun met uw hand op de slaap van de patiënt en houdt het flesje boven het oog. Raak het oog, de oogleden en de wimpers niet aan.
  6. Laat de patiënt een gootje maken door met de wijsvinger het onderste ooglid naar beneden te trekken. U kunt dit eventueel ook doen met de duim van uw andere hand.
  7. Knijp in het flesje en laat één druppel in het gootje vallen. De patiënt kan nu weer rechtop gaan zitten.
  8. Laat de patiënt het oog sluiten zonder te knijpen.
  9. Laat de patiënt de traanbuis daarna 1 tot 3 minuten dichtdrukken door zachtjes tegen het bobbeltje aan de binnenkant van het oog bij de neus te drukken.
  10. Draai de dop stevig op de flacon.
  11. Was opnieuw uw handen.
Afbeelding 1 tot en met 4 over oogdruppelen

Vragen

Bij vragen kunt u op werkdagen tussen 8.00 en 14.30 uur bellen met de polikliniek Oogheelkunde. Buiten kantoortijd en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende hulp.

(Patiënten)organisaties

Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
De website van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap, de beroepsvereniging van alle oogartsen in Nederland, geeft algemene informatie over oogheelkunde. Daarnaast vindt u er informatie over oogheelkundige aandoeningen en behandelingen.

Telefoonnummers

Polikliniek Oogheelkunde
088 250 9429

Spoedeisende hulp Utrecht
088 250 6211

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 11 november 2022

Code: OOG07