Tandheelkundige implantaten

Uw tandarts heeft u geadviseerd om een implantaat te laten plaatsen. Uw kaakchirurg heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rond de behandeling en wordt op diverse zaken dieper ingegaan.

Algemeen

Wat zijn implantaten?

Als tanden en kiezen verloren gaan, gaan ook hun wortels verloren. Soms kan zo’n wortel vervangen worden door een implantaat. Tandheelkundige implantaten zijn ‘kunstwortels’ gemaakt van een lichaamsvriendelijk metaal (titanium). Deze kunstwortels hebben de vorm van een schroef en worden in het kaakbot gedraaid. Op implantaten kunnen kronen of een brug worden geplaatst (afbeelding 1). Er kan ook een gebitsprothese op worden vastgeklikt (afbeelding 2). 

implantaat kaak

Afbeelding 1 Een titanium implantaat (boven) waarop een kroon is geplaatst (onder)

Afbeeldingen van implantaten waarop een staaf is vervaardigd en waarop drukknoppen zijn gemaakt

Afbeelding 2 Implantaten waarop een staaf is geplaatst (links) en waarop drukknoppen zijn geplaatst (rechts). Hierop kan een gebitsprothese worden vastgeklikt.

Wel of geen implantaten?

Niet bij iedereen kunnen implantaten geplaatst worden.

Eerst een andere gebitsprothese
Als een gebitsprothese los zit doordat deze bijvoorbeeld niet goed past, wordt eerst een nieuwe, goedpassende gebitsprothese gemaakt.

Een brug
Als één of twee tanden moeten worden vervangen door implantaten, dan beoordeelt de kaakchirurg eerst de tanden en kiezen ernaast. Als deze al flink gevuld zijn, kan de tandarts een brug bij u plaatsen. Als de tanden en kiezen ernaast nog gaaf zijn, kunt u voor een implantaat kiezen. De gave tanden en kiezen ernaast kunnen dan intact blijven.

Gezondheid
Er zijn aandoeningen die het risico op complicaties groot maken. Dan is het beter om geen implantaat te plaatsen.

Kaakbot
Om implantaten te kunnen plaatsen moet voldoende kaakbot aanwezig zijn. Om dit te beoordelen worden vooraf röntgenfoto’s gemaakt. Bij een tekort aan kaakbot is uitgebreide voorbehandeling noodzakelijk. Soms kunnen we het bottekort aanvullen. Hiervoor gebruiken we bot uit bijvoorbeeld de kin, kaakhoek of bekkenkam. Soms wordt ook kunstbot gebruikt.

Klemmen en knarsen
Bij patiënten die extreem klemmen of knarsen en bij zwakke gebitselementen tegenover de implantaten, is het soms beter om af te zien van implantaten.

Roken
Roken belemmert de genezing van wonden en het vastgroeien van implantaten. Implantaten kunnen hierdoor los gaan zitten en verloren gaan. Als u rookt, is het dringende advies te stoppen met roken. Blijft u wel roken, dan is het de vraag of het plaatsen van implantaten verantwoord is.

Resultaten van de behandeling

Soms groeit het implantaat niet goed vast aan het bot. Ook kan een implantaat pas na langere tijd los gaan staan. Er kan dan sprake zijn van zogenaamde 'peri-implantitis'. In beide gevallen moet de kaakchirurg het implantaat verwijderen.

Na genezing kan de kaakchirurg beoordelen of opnieuw een implantaat geplaatst kan worden. Vaak is dit nog mogelijk. 

Implantaten in de onderkaak geven betere resultaten dan implantaten in de bovenkaak. Dat komt doordat de kwaliteit van het bot in de onderkaak anders is dan in de bovenkaak.

Voorbereidingen

Voorbereidingen thuis

Wij adviseren u het mondspoelmiddel chloorhexidine 0,10% of 0,12% in huis te halen. U kunt dit kopen bij de drogist of apotheek. De meest voorkomende merknamen zijn Corsodyl en Perioaid, maar er bestaan ook huismerken. U mag 1 à 2 uur voor de ingreep eenmaal de mond spoelen met het mondspoelmiddel. Na de ingreep kunt u het middel gedurende een week 2 à 3 keer per dag gebruiken, maar begin niet eerder dan 24 uur na de ingreep (zie bijsluiter).

Ook adviseren wij u pijnstillers in huis te halen. Het is verstandig 1 uur voor de ingreep een pijnstiller te nemen. Soms wordt een antibioticum voorgeschreven. U moet dan 1 uur voor de ingreep met het antibioticum starten.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de behandeling of schikt het tijdstip niet in verband met de te verwachten nawerkingen? Geef dit dan zo snel mogelijk door aan de polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie (uiterlijk 24 uur voor de behandeling). U kunt dan meteen een nieuwe afspraak maken.

De behandeling

Melden

Op de afgesproken tijd en locatie (Utrecht of Zeist) meldt u zich op de polikliniek.

Gang van zaken tijdens de behandeling

De kaakchirurg verdooft u plaatselijk. Vervolgens maakt de kaakchirurg een snee in het tandvlees en schuift dit opzij. Hierna maakt de kaakchirurg met boortjes van een oplopende diameter, een ruimte in het bot. Hierin wordt het implantaat geplaatst. Daarna wordt de wond gesloten met hechtingen. Afhankelijk van de kwaliteit van het bot, wordt het implantaat tijdelijk onder het tandvlees gelegd of komt het direct zichtbaar in de mond te liggen.

Duur van de behandeling

De behandeling duurt meestal tussen de 15 en 45 minuten.

Risico's

Risico op zenuwschade

Er is een klein risico op een blijvend verminderd of een veranderd gevoel (bijvoorbeeld tintelen) van de helft van de onderlip en/of kin. Met name als een implantaat geplaatst wordt in het gebied achter de hoektand in de onderkaak, is er kans op zenuwschade. Tussen de beide hoektanden is dit risico kleiner, maar niet uitgesloten. Door de onderkaak loopt namelijk de gevoelszenuw van de onderlip en de kin. Om te bepalen hoe de zenuw loopt, wordt vooraf een röntgenfoto gemaakt en een correcte implantaatlengte berekend. Bij een groot risico op beschadiging overlegt de kaakchirurg met u of de behandeling gewenst is.

Na de behandeling

Vervoer naar huis

Het is raadzaam om na de behandeling niet zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Regel daarom vooraf een taxi of iemand die u naar huis brengt.

Bij- en nawerkingen

De lip voelt nog enkele uren stijf aan door de verdoving. In het algemeen levert de ingreep weinig napijn op. Wel treedt vaak wat zwelling op die één week kan aanhouden. Soms kan de huid na behandeling een paar dagen verkleurd zijn (bloeduitstorting), met name bij gebruik van bloedverdunners.

Problemen thuis

Implantaatbehandelingen geven over het algemeen weinig problemen. Soms kan de wond de eerste 24 uur na de behandeling een beetje bloeden. Dit gaat vanzelf over. Ook het speeksel kan de eerste dag na de ingreep nog wat rood zijn. Als de wond erg blijft bloeden, kunt u het volgende doen:

  • Neem een schoon gaasje en maak daarmee uw mond schoon en droog. Neem een nieuw gaasje, vouw dat in elkaar en leg dit op de wond. Bijt of druk hier op gedurende een half uur. Het gaat erom dat er druk op de wond wordt uitgeoefend. Als u geen gaasjes heeft, kunt u een schone zakdoek gebruiken.
  • Spoel de mond de eerste 24 uur niet, omdat dit de kans op een nabloeding vergroot.

Neem in de volgende situaties contact op met het ziekenhuis:

  • als de dag na behandeling er nog een verdoofd gevoel in de onderlip zit (het implantaat kan dan te diep zitten);
  • als de wond fors blijft bloeden, ondanks de eerder genoemde adviezen.
  • bij koorts boven de 39°C;
  • als na vier of vijf dagen de pijn, zwelling en/of slikklachten erger lijken te worden;
  • als na drie dagen de verdoving nog niet helemaal uitgewerkt lijkt te zijn.

Contact/ bereikbaarheid

De kaakchirurgen van het Diakonessenhuis werken nauw samen met de kaakchirurgen van het UMC Utrecht. Zij hebben de zorg bij eventuele problemen na de behandeling als volgt georganiseerd:

  • Tijdens kantooruren kunt u bellen met de polikliniek MKA in het Diakonessenhuis (088 250 5900).
  • Buiten kantooruren belt u uitsluitend bij spoedgevallen met het algemene nummer van het Diakonessenhuis (088 250 5000). U wordt dan zo nodig doorverbonden met de dienstdoende kaakchirurg van het Diakonessenhuis of het UMC Utrecht.

Adviezen voor thuis

Doe het de eerste dagen na de ingreep rustig aan.

Niet belasten
Door groei van bot tegen het implantaat gaat dit na verloop van tijd vastzitten. Hoelang dit duurt is afhankelijk van de kwaliteit van het kaakbot. Het kan zes weken tot een half jaar duren. In deze periode mag u de implantaten niet belasten. Dit betekent dat u gedurende één tot twee weken de (gedeeltelijke) gebitsprothese niet mag dragen. Laat ook ’s nachts de gebitsprothese uit. Het eten met de aangepaste gebitsprothese zal lastig blijven, omdat u afbijten en stevig kauwen moet vermijden om overbelasting te voorkomen.

Verzorging van implantaten
De dag van behandeling is het het beste de wond met rust te laten. 24 uur na behandeling kunt u beginnen met het spoelmiddel. Spoel de mond gedurende 7 dagen 2 maal per dag met het mondspoelmiddel om te voorkomen dat het tandvlees rond het implantaat ontstoken raakt. Nadat u gespoeld heeft, mag u een half uur niet  eten, drinken of spoelen met bijvoorbeeld water. Na drie dagen moet u starten met poetsen van het implantaat.

Als u onvoldoende poetst, blijft tandplak achter op en rond het implantaat. Tandplak is een aanslag die voornamelijk bestaat uit bacteriën. Tandplak irriteert het tandvlees, waardoor het ontstoken raakt. U kunt dit zelf merken doordat het tandvlees bloedt bij het poetsen of aanraken. Bij onvoldoende mondhygiëne kan het implantaat los gaan staan. Tandplak kunt u voorkomen door niet alleen de implantaten, maar ook het tandvlees en de kaakwal drie maal per dag te poetsen. Maak bij het poetsen kleine, horizontale, trillende bewegingen, waarbij de tandenborstel nauwelijks van zijn plaats komt. Gebruik de eerste twee maanden na plaatsing van het implantaat bij voorkeur géén elektrische tandenborstel: de draaiende beweging kan het dopje van het implantaat los draaien.

Controlebezoek op de polikliniek

Als de implantaten bij u in een tandeloze kaak zijn geplaatst, dan komt u na één tot twee weken voor controle terug bij de kaakchirurg. De chirurg verwijdert dan de hechtingen en past, indien mogelijk, de gebitsprothese aan.

Nabehandeling

Als bij u de implantaten onder het tandvlees zijn gelegd, krijgt u nog een behandeling. Hierbij worden onder plaatselijke verdoving de implantaten ‘vrijgelegd’ en voorzien van een verlengstukje dat in de mond uitsteekt. Daarna kan de tandarts of tandprotheticus een kroon, brug of gebitsprothese maken. Een gebitsprothese kan bevestigd worden op een staaf of op drukknoppen (zie afbeelding 2). De tandarts of tandprotheticus overlegt met u welke optie het beste bij u past.

Nacontrole

Na het plaatsen van de kroon, brug of gebitsprothese zien wij u nog eenmaal terug om te controleren of het implantaat met daarop de kroon, brug of gebitsprothese goed zit. Dit is belangrijk voor de levensduur van het implantaat.

Wie betaalt?

Of uw zorgverzekering de kosten van het plaatsen van tandheelkundige implantaten (geheel of gedeeltelijk) vergoedt, hangt af van de polisvoorwaarden. Wij adviseren u van tevoren bij uw zorgverzekeraar na te vragen hoeveel u vergoed krijgt. 

Vragen

Als u vragen heeft, kunt u altijd contact opnemen met onze polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie. Uw kaakchirurg geeft u graag uitleg als iets u niet duidelijk is.

Telefoonnummers

Polikliniek Mondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
088 250 5900

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 4 februari 2022

Code: MKA7