Zwangerschap en bevallen

Welkom op de polikliniek Gynaecologie van het Diakonessenhuis locatie Utrecht. In deze folder vind je informatie over je zwangerschap en de bevalling in het ziekenhuis. Achter in deze folder staat een overzicht van belangrijke telefoonnummers en adressen.

De polikliniek Gynaecologie

Maatschap gynaecologen Diakonessenhuis

De gynaecologen van het Diakonessenhuis werken samen in een maatschap. De maatschap gynaecologen bestaat uit tien gynaecologen (vrouwenartsen).

Behalve de gynaecologen zul je ook arts-assistenten (artsen van wie de meeste in opleiding zijn tot gynaecoloog), klinische verloskundigen (verloskundigen  met een specialisatie voor klinische bevallinge) en co-assistenten (studenten in opleiding tot arts) ontmoeten. Samen met het Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam worden arts-assistenten opgeleid tot gynaecoloog. 

Spreekuren

Je krijgt een 'eigen' gynaecoloog toegewezen. De gynaecologen zien zo veel mogelijk hun eigen patiënten op hun spreekuren. Als een bepaald zwangerschapsspreekuur volgeboekt is, krijg je een afspraak bij één van de andere gynaecologen. De gynaecologen nemen spreekuren van elkaar over tijdens afwezigheid en vakantie. 

De spreekuren worden in het Diakonessenhuis locatie Utrecht en locatie Zeist gehouden. De bevallingen vinden op locatie Utrecht plaats. Hier is ook de kinderafdeling gevestigd.

Zwangerschapscontroles

Tijdens de eerste controle heb je twee afspraken. Je hebt eerst een gesprek met een gespecialiseerd verpleegkundige en daarna met een arts. In die gesprekken stellen de verpleegkundige en de arts een aantal vragen. Daarmee verzamelen ze gegevens om de zwangerschap en de bevalling goed te kunnen begeleiden. Ze rekenen uit wanneer je ongeveer zult bevallen en er wordt bloed afgenomen. Soms wordt aansluitend een inwendig echo-onderzoek gedaan om de duur van de zwangerschap en de uitgerekende datum definitief vast te stellen. Dit gebeurt bij voorkeur rond 10 weken zwangerschap. 

Elke keer als je op het spreekuur komt, controleert de arts het volgende: 

  • bloeddruk; 
  • urine (op eiwit); 
  • de groei van de baarmoeder (dit is een uitwendig onderzoek waarbij de arts de buik met de handen onderzoekt); 
  • de harttonen van de baby; 
  • de ligging van de baby (vanaf ongeveer de 26ste week).

Controleschema
In dit schema staat voor elke fase van de zwangerschap hoe vaak je ongeveer op controle wordt verwacht.

  • vóór 12 weken: de eerste controle 
  • tot en met week 24: om de vier à zes weken 
  • tussen week 25 en ongeveer week 32: om de drie weken 
  • week 33 - 36: elke twee à drie weken 
  • week 36 tot en met de bevalling: een à twee weken

Je kunt vragen en problemen bespreken met de arts-assistent Gynaecologie of de gynaecoloog. Het is handig om van tevoren op te schrijven wat je wilt vragen en bespreken.

Als je 30 tot 32 weken zwanger bent, kun je een gesprek over de bevalling krijgen met een gespecialiseerd verpleegkundige van de polikliniek. Maak hiervoor zelf een afspraak via de polikliniek.

Routineonderzoeken

De volgende onderzoeken worden tijdens de bezoeken aan de polikliniek gedaan:

  • Urine-onderzoek: bij de controlebezoeken neem je een flesje ochtendurine mee. De urine wordt onderzocht op eiwit (onder andere van belang voor het vroeg opsporen van zwangerschapsvergiftiging). 
  • Bloedonderzoek: gedurende de zwangerschap wordt er aan het begin en zo nodig later nogmaals bloed afgenomen, om het volgende te controleren: 
    • Aanwezigheid van antistoffen tegen andere bloedgroepen. 
    • Het ijzergehalte (hemoglobine): omdat tijdens de zwangerschap nogal eens bloedarmoede (door een te laag ijzergehalte) voorkomt, wordt het bloed hierop regelmatig nagekeken. 
    • Lues: Lues is een zeldzame geslachtsziekte, die onbehandeld nadelig kan zijn voor het kind. 
    • Hepatitis-B: Hepatistis-B is een ziekte waarbij een ontsteking van de lever optreedt door het hepatitis-B-virus. De ziekte verloopt soms onopgemerkt, soms heeft iemand duidelijk geelzucht. Ongeveer 0,5% van de vrouwen in Nederland is draagster van dit virus. Als jij draagster bent van dit virus, dan kan jouw bloed besmettelijk zijn voor de baby. De kans op besmetting tijdens de bevalling of erna is vrij groot. Door zo snel mogelijk na de bevalling een injectie met hepatitis-B-immuun-globuline aan de baby te geven, kan het virus geïnactiveerd worden, wat besmetting van de baby voorkomt. De baby moet dan verder ingeënt worden op de leeftijd van 3, 4, 5 en 11 maanden om goed beschermd te zijn. 
    • Bloedgroep en rhesusfactor: tijdens het eerste bloedonderzoek (bij voorkeur vóór week 13 van de zwangerschap) bepalen we de bloedgroep en Rhesusfactor D en c. Als het bloed Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief is, kan het lichaam antistoffen aanmaken tegen het bloed van het kindje. Heeft jouw bloed een negatieve Rhesusfactor, dan doen we in week 27 van de zwangerschap nog een keer bloedonderzoek. 
  • Echografisch onderzoek: dit onderzoek, kortweg een echo genoemd, wordt vaak bij één van de eerste controles gedaan. De echo wordt gemaakt om te kijken of de baby zo groot is als verwacht mag worden op grond van de duur van de zwangerschap. Een echo kan ook onverwachte zaken aan het licht brengen, bijvoorbeeld een meerlingzwangerschap, een miskraam of een aangeboren afwijking. Bij een echografie worden geluidsgolven uitgezonden en de terugkaatsende golven worden opgevangen en omgezet in beelden. Deze kun je op een televisiescherm ook zien. Het onderzoek is onschadelijk volgens de beschikbare wetenschappelijke gegevens. Gedurende de rest van de zwangerschap wordt er alleen een echo verricht als de arts-assistent of gynaecoloog dit nodig acht.

Onderzoeken op indicatie

Bepaalde onderzoeken worden alleen ‘op indicatie’ gedaan. Dat betekent dat ze alleen worden gedaan als daar een speciale reden voor is. Dit wordt dan uiteraard nader besproken.

  • Een cardiotocogram (C.T.G.): een C.T.G. wordt onder andere gemaakt als je de baby minder voelt bewegen. Een C.T.G. geeft informatie over de conditie van het kindje. Je krijgt een soort microfoontje op de buik dat de harttonen van jouw baby registreert. Een C.T.G. duurt minimaal dertig minuten. 
  • Doppleronderzoek: dit is een speciaal echografisch onderzoek dat informatie geeft over het functioneren van de placenta (moederkoek) en de conditie van de baby. Met geluidsgolven wordt de bloeddoorstroming in de moederkoek en het kindje gemeten. Net als de normale echografie is dit onderzoek onschadelijk. Het duurt ongeveer vijf minuten. Het onderzoek wordt onder andere gedaan als er twijfel bestaat over de groei van de baby. 
  • Een ontbijttest: als er een vergrote kans is op zwangerschapssuikerziekte dan wordt er een ontbijttest gedaan om de suikerverwerking in je lichaam te controleren. Zie voor informatie de folder 'Onderzoek glucosetolerantietest'. 
  • Aids-test: het H.I.V.-virus (Human Immunodeficiency Virus) veroorzaakt de ziekte aids. Ook in Nederland is een aantal mensen door dit virus besmet. De kans dat een pasgeborene van een seropositieve moeder ziek wordt, is ongeveer 25%. Behandeling met medicijnen van een seropositieve zwangere vrouw, leidt tot een aanzienlijke verlaging van dit percentage. De afdeling Verloskunde kiest ervoor iedereen op aids te laten onderzoeken. Als je deze test niet wil laten doen, kun je dit bespreken bij het bezoek aan de polikliniek. 
  • Onderzoek naar aangeboren afwijkingen: er zijn methoden waarmee sommige aangeboren afwijkingen vroeg in de zwangerschap op te sporen zijn. Het onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek, echoscopie (SEO, GUO) een vlokkentest, vruchtwateronderzoek of NIPT. Meer informatie over deze onderzoeken vind je in folder onderzoekvanmijnongeborenkind.nl.

Het is belangrijk dat je je arts inlicht over bijzondere ziekten en afwijkingen in jouw familie. Doe dit zo vroeg mogelijk tijdens je zwangerschap. Dan kan de arts beoordelen of je voor een dergelijk onderzoek in aanmerking komt.

Wanneer bellen?

In onderstaande gevallen moet je altijd contact met ons opnemen om de situatie te bespreken. 

1. Bij weeën: lang voor de bevalling kun je al harde buiken krijgen. Die zijn meestal onregelmatig of ze verdwijnen weer na korte tijd regelmatig te zijn geweest. Hiervoor hoef je niet naar de verloskamer te komen. Harde buiken worden weeën genoemd als de samentrekkingen van de baarmoeder regelmatig, zo om de vijf minuten blijven komen, en als ze toenemen in kracht en duur en pijnlijk zijn. Neem dan contact op met de verloskamers. Bij weeën vóór de 37ste week: direct bellen. Na de 37ste week: volg het advies van de gynaecoloog op. Bel naar 088 250 6042. 

2. Bij bloedverlies: bij bloedverlies moet je altijd bellen. Als je weeën hebt, verlies je vaak een beetje bloed en slijm (tekenen). Bel naar 088 250 6042. 

3. Bij vruchtwaterverlies: als je vocht verliest zonder dat je het op kunt houden, kan dit vruchtwater zijn.
Bij vruchtwaterverlies vóór de 37ste week: - direct bellen met 088 250 6042.
Bij vruchtwaterverlies na de 37ste week:

  • overdag: altijd telefonisch even melden via 088 250 6042;
  • ‘s nachts: als je nog geen weeën heeft, mag je wachten met bellen tot de ochtend, behalve: 
    • als het vruchtwater groen gekleurd is; 
    • als op de polikliniek is verteld dat het hoofdje nog niet is ingedaald; 
    • als op de polikliniek is verteld dat het kindje in stuitligging ligt; 
    • als we anders met je hebben afgesproken. 

4. Bij plasklachten: als je een branderig gevoel bij het plassen hebt of als je vaak kleine beetjes moet plassen, kun je een urinewegontsteking hebben. Soms kun je hierbij ook koorts hebben. We raden je aan om dan contact met ons op te nemen met de polikliniek via telefoonnumemr 088 250 6198. Buiten kantooruren bel je met de afdeling Triage via telefoonnumemr 088 250 6459. 

5. Bij het voelen van minder bewegen: als je de baby twaalf uur lang niet hebt voelen bewegen, neem dan contact op met de afdeling Triage, telefoonnummer 088 250 6459. Dit geldt ook als je de indruk hebt dat de baby echt veel minder beweeglijk is dan voorheen. Wacht niet tot de volgende controleafspraak, maar maak een afspraak om eerder langs te komen. Dit geldt overigens vooral na de 24ste week van de zwangerschap. In de periode daarvoor is het normaal dat je de dan nog heel kleine baby regelmatig nauwelijks of minder voelt bewegen. 

6. Bij ongerustheid: als je je ongerust maakt, kun je altijd bellen tijdens kantoortijden met de polikliniek via 088 250 6178. Buiten kantoortijden kun je bellen met de afdeling Triage via 088 250 6459.

Adviezen en leefregels

Tijdens de zwangerschap is het verstandig leefregels in acht te nemen. We zullen er hier een aantal van bespreken.

Roken

Het is algemeen bekend dat roken ongezond is, maar dit geldt zeker voor zwangere vrouwen. Roken heeft een negatieve invloed op de groei van de baby en de ontwikkeling van de placenta. Dit kan ook gevolgen hebben voor de latere ontwikkeling. Bovendien komen bij kinderen van ouders die roken meer infecties van de luchtwegen voor, zoals astma en bronchitis. Wij adviseren beide ouders dan ook om al voor de zwangerschap te stoppen met roken.

Alcohol

Alcohol komt via de moederkoek bij de baby terecht. Als je regelmatig drinkt, kan dit de ontwikkeling van de baby beïnvloeden. Wij adviseren je om tijdens de zwangerschap geen alcohol te gebruiken.

Medicijnen

Als je medicijnen gebruikt, geef dit dan altijd door aan de arts of verloskundige. Dit geldt ook voor middelen die je zonder recept bij de drogist kunt kopen, zoals aspirine, hoestdrank, keeltabletten of slaaptabletten. 
Soms dienen medicijnen die je voor de zwangerschap al gebruikte, gestopt of veranderd te worden. Overleg dit met de arts die de medicijnen voorschreef.

Verdovende middelen

Het gebruik van verdovende middelen (heroïne, cocaïne en dergelijke) heeft net als roken een remmende invloed op de ontwikkeling van de baby. Sommige verdovende middelen kunnen afwijkingen bij de baby veroorzaken. De baby kan ook verslaafd geboren worden en moet dan afkicken onder zorgvuldige begeleiding. Wees hierover in je eigen belang en in dat van de baby altijd eerlijk, zodat je van ons de noodzakelijke begeleiding kunt krijgen.

Sauna

Sommige vrouwen zijn gewend regelmatig naar de sauna te gaan en willen dit graag blijven doen. Hiertegen bestaat geen overwegend bezwaar. Het is beter om tijdens de zwangerschap niet te vaak naar de sauna te gaan.  

Sport

Als je door wilt gaan met sporten tijdens de zwangerschap, bespreek dit dan met de arts of verloskundige. In het algemeen kun je zelf het beste beoordelen wat wel en wat niet meer gaat. Als je tijdens het sporten last krijgt van bijvoorbeeld bloedverlies, steken in de buik of als je buik hard wordt, raden we je aan op dat moment te stoppen. 

Voeding

Tijdens de zwangerschap is het goed om wat extra aandacht aan je voeding te besteden. Je hoeft niet ‘voor twee’ te eten, maar moet wel gezond eten. Hieronder verstaan we: niet te veel vet, maar wel voldoende vitaminen, eiwitten en andere bouwstoffen.

Als de stoelgang moeilijkheden oplevert, verhelp je dat meestal al door wit brood te vervangen door bruin brood, volkoren brood en roggebrood. Ook is het raadzaam om regelmatig fruit, rauwkost en peulvruchten te eten. Als dat niet voldoende helpt, probeer het dan met:

  • een glas lauw water op uw nuchtere maag; 
  • meer vruchtensap (geen appelsap) en groentesap; 
  • dagelijks een handje pruimen, dadels of wat laxerende rozenbottelsiroop; 
  • één tot drie eetlepels zemelen (bij meerdere eetlepels kunt u deze over de dag verdelen). Je kunt de zemelen verwerken in bijvoorbeeld yoghurt, vla, pap, groente, gehakt, soep, stamppot, ragout of appelmoes. 

Ochtendmisselijkheid kan vooral in het begin van de zwangerschap voorkomen. Dit is voor een deel te verhelpen door iets lichts te gebruiken, voordat je opstaat, bijvoorbeeld thee met beschuit of een sneetje knäckebröd. Eet kleine hoeveelheden, verdeeld over meerdere momenten op de dag.

Ziek zijn tijdens de zwangerschap

Met een gewone verkoudheid hoef je niet direct naar de dokter te gaan, ook niet als je zwanger bent. Als je op de polikliniek bent, is het altijd goed om eventuele ziekten te melden. Twee besmettelijke ziekten waarvan de baby schade kan ondervinden, bespreken we hier in het kort.

Rode hond
Vrouwen die geboren zijn in Nederland in of na 1965, zijn in principe op 11-jarige leeftijd gevaccineerd tegen rode hond. Daardoor hebben ze antistoffen tegen het virus gemaakt, waardoor er geen risico op een infectie bestaat. Een enkele keer zijn er ondanks de vaccinatie geen antistoffen gemaakt en kunt u wel een infectie oplopen. Daarom raden wij je aan om het altijd aan de arts of verloskundige te melden als je in contact bent geweest met iemand met rode hond. Ook adviseren wij je uit de buurt te blijven van mensen die de rode hond hebben.

Toxoplasmose
Toxoplasmose is een ziekte waarvan de verschijnselen lijken op die van de ziekte van Pfeiffer (moeheid, misselijkheid en dergelijke). Ter voorkoming van toxoplasmose gelden enkele richtlijnen. 

  • Wij raden je aan geen rauw of half rauw vlees te eten, bijvoorbeeld filet americain. 
  • Eet geen slecht gewassen rauwe groente of sla. 
  • Maak de kattenbak niet zelf schoon of draag handschoenen. Vooral jonge katten zijn vaak ‘drager’ van de toxoplasmose-parasiet. 
  • Draag handschoenen als je in de tuin werkt. 

Als je ooit toxoplasmose hebt gehad, kan een eventuele tweede infectie overigens voor de baby geen kwaad.

Zwangerschapscursussen

Je kunt je op verschillende manieren voorbereiden op de bevalling. Dit kan bijvoorbeeld door erover te praten met familie en vrienden, het lezen van boeken en bladen of het volgen van een cursus. Hieronder vind je informatie over een aantal cursussen. Op de polikliniek Gynaecologie is meer informatie verkrijgbaar.

Zwangerschapsgymnastiek
Dit is de meest bekende cursus. Deze bestaat meestal uit tien lessen, waarvan één of twee met partner. De grootte van de groep varieert. Het voornaamste onderdeel van de cursus is het doen van ademhalings- en ontspanningsoefeningen en het leren persen. Ook wordt er algemene voorlichting gegeven over de zwangerschap en bevalling, soms met behulp van dia's of video. Zwangerschapsgymnastiek wordt onder andere georganiseerd door de thuiszorg in de buurt.

Zwangerschapszwemmen
In diverse zwembaden zijn speciale uren voor zwangere vrouwen gereserveerd. Het water is dan warmer. De meeste zwangere vrouwen vinden bewegen in het water erg prettig. Soms is er begeleiding en worden er oefeningen gedaan. Informeer bij het zwembad bij jou in de buurt of men daar deze service ook biedt. De kosten zijn variabel.

Voorlichtingsavonden

  • Voor aanstaande ouders die meer willen weten over de gang van zaken rond de bevalling en de kraamsuites, organiseert het Diakonessenhuis samen met het Geboortehuis Utrecht regelmatig een voorlichtingsavond. De avonden zijn op de eerste maandag van de maand, van 19.30 tot 21.30 uur in het Diakonessenhuis, locatie Utrecht. Vanaf 19.00 uur staan koffie en thee klaar. Een verpleegkundige, een verloskundige van het Geboortehuis Utrecht, een klinisch verloskundige, een gynaecoloog, een anesthesist en een kinderarts vertellen wat ouders kunnen verwachten rond de bevalling. Hoe verloopt een normale bevalling? Wat gebeurt er als het anders loopt? Wat zijn de mogelijkheden voor pijnstilling? Welke mensen kom ik tegen? Is er ruimte voor specifieke wensen rond de bevalling? Aansluitend op de presentaties is er ruime gelegenheid voor het (privé) stellen van vragen aan de specialisten. 
  • Elke vierde dinsdag van de maand organiseren onze lactatiekundigen een voorlichtingsavond. De lactatiekundigen zijn gespecialiseerd in borstvoeding en helpen je met al je vragen over borstvoeding voor en na je bevalling. 

Kijk voor meer informatie en aanmelden in onze agenda.

De bevalling

Slechts 4% van alle bevallingen vindt plaats op de ‘uitgerekende’ dag. De meeste bevallingen vinden plaats in een periode van drie weken voor tot twee weken na die datum. Het is verstandig om de laatste weken een stuk plastic op je matras te leggen. Als je vliezen onverwacht breken, wordt de matras niet nat.

Mogelijkheden van bevallen

Poliklinisch bevallen
Als je onder controle van een verloskundige bent, dan beval je onder begeleiding van je verloskundige in het Geboortehuis Utrecht.

Klinisch bevallen
Als je onder controle bent van een gynaecoloog of als je een medische indicatie hebt, dan beval je in de kraamsuites van het Diakonessenhuis. In sommige gevallen is het noodzakelijk om in de kraamsuites van het ziekenhuis te bevallen, maar wel met je eigen verloskundige.

Als je in het ziekenhuis bevalt, word je tijdens de bevalling begeleid door een klinisch verloskundige of een arts-assistent. Je wordt ook begeleid door een verpleegkundige. Soms is een co-assistent bij de bevalling aanwezig, tenzij je aangeeft hiertegen bezwaar te hebben. De gynaecoloog is nauw betrokken bij alle bevallingen op de kraamsuites door regelmatig overleg met de begeleidende klinisch verloskundige of arts-assistent. Als het nodig is, kijkt de gynaecoloog mee tijdens de bevalling. Tijdens diensturen is de gynaecoloog in het ziekenhuis aanwezig of oproepbaar. Sommige bevallingen vinden altijd plaats onder begeleiding van een gynaecoloog: stuitbevalling, meerlingen of andere bevallingen met een hoger risico op complicaties.

Wat neem je mee voor de bevalling?

Neem voor de bevalling in het ziekenhuis het volgende mee:

  • babykleertjes (meerdere setjes) en babycape; 
  • maxicosi; 
  • makkelijk zittend T-shirt; 
  • reserve nachtkleding; 
  • nachtkleding partner;  
  • ondergoed (ruim zittend); 
  • ochtendjas; 
  • pantoffels; 
  • toiletartikelen; 
  • wekkertje of horloge; 
  • boeken, tijdschriften, spelletjes, muziek; 
  • een euromuntstuk voor eventueel gebruik van een rolstoel; 
  • camera (denk aan batterijen en geheugenkaart).

Neem verder zo min mogelijk waardevolle spullen mee. 

Wie neem je mee naar de bevalling?

Je wilt wellicht behalve je partner nog iemand meenemen. Misschien denk je aan je moeder, een zusje of een vriendin. Wij hebben daar geen bezwaar tegen (als het maximaal één persoon is). Wij merken echter wel eens dat dit tijdens de zwangerschap een leuk idee lijkt, maar dat sommige vrouwen als het eenmaal zo ver is, het toch niet prettig vinden. Al die belangstelling is hen op dat moment teveel, of ze voelen zich beschaamd of geremd. Als er iemand meegaat, bespreek dit dan met hem of haar, zodat je op het laatste moment van gedachten kunt veranderen en diegene kunt vragen om weg te gaan.

Verloop van de bevalling

Je kiest in principe zelf volgens welke methode en in welke houding je bevalt (bijvoorbeeld op de baarkruk), mits dit geen medische bezwaren oplevert. Je kunt de wensen die betrekking hebben op de bevalling opschrijven in een geboorteplan. De verpleegkundige op de polikliniek neemt dit geboorteplan met je door. Tijdens de bevalling houden wij zo veel mogelijk rekening met jouw wensen.

Tijdens de ontsluitingsfase heb je over het algemeen veel bewegingsvrijheid. Je kunt rondwandelen, zitten of douchen of wat je maar prettig vindt. Als er reden is om de conditie van het kind continu te bewaken, is deze bewegingsvrijheid beperkter.

Het is belangrijk dat de sfeer tijdens de bevalling ontspannen is. Je kunt eigen muziek, een spelletje of iets te lezen meebrengen. 

Als de baby geboren is, wordt hij of zij vrijwel altijd direct op de buik of in de armen van de moeder gelegd. Als je borstvoeding gaat geven, kun je de baby kort na de geboorte aanleggen. Heb je nog andere wensen? Bespreek deze dan ook op de polikliniek, zodat wij er rekening mee kunnen houden. 

Bevallen en pijn

Een vraag die regelmatig gesteld wordt, is of de bevalling pijn doet. Het antwoord hierop kan niet anders dan bevestigend zijn. De meeste vrouwen kunnen echter met deze pijn omgaan en uiteraard krijg je begeleiding in het zo goed mogelijk opvangen van de weeën. Als dit onvoldoende helpt, zijn er meerdere mogelijkheden om iets aan de pijn te doen. 

Je kunt een pijnstillende injectie in het been krijgen. Dit werkt snel en is effectief gedurende enkele uren. In gevallen waarin de bevalling wat langer duurt, adviseren we epiduraal-anesthesie, waarbij medicijnen worden toegediend via een zogenaamde ruggenprik. Door middel van een prik in de rug kan de anesthesioloog de werking van de zenuwen die de pijn doen voelen, tijdelijk uitschakelen. Er zijn echter enige nadelen verbonden aan deze methode. Deze nadelen worden met je besproken.   

Met vragen rond de mogelijkheden van pijnbestrijding kun je terecht bij de gynaecoloog. Indien nodig kan de gynaecoloog je verwijzen voor een afspraak met de anesthesioloog.

Complicaties rond de bevalling

Soms zijn extra maatregelen of ingrepen tijdens de bevalling noodzakelijk:

Inleiden (op gang brengen) van de bevalling
Soms is het beter het spontane begin van de weeën niet af te wachten, omdat er zich complicaties voordoen tijdens de zwangerschap of omdat de bevalling te lang op zich laat wachten. De manier waarop je ingeleid wordt, is afhankelijk van een aantal factoren. De arts zal deze met je bespreken. Meer informatie over het inleiden van de bevalling vind je in de folder 'Inleiding van de bevalling'.

Kunstverlossing
Soms lukt het niet om de baby op eigen kracht geboren te laten worden of kan het nodig zijn de geboorte te versnellen, omdat de baby het benauwd heeft. De (assistent-) gynaecoloog zal dan moeten helpen. Dit gebeurt vrijwel altijd met de zogenaamde vacuümpomp. Bij de vacuümpomp wordt er een metalen of plastic cupje op het hoofdje van de baby geplaatst. Op deze manier word je tijdens een wee geholpen om de baby naar buiten te persen.

Keizersnede
Zowel tijdens de zwangerschap als tijdens de bevalling kunnen redenen ontstaan om te besluiten de baby met een keizersnede geboren te laten worden. In het Diakonessenhuis doen we dit bij voorkeur via de gentle sectio (natuurlijke keizersnede). Hierbij wordt de natuurlijke bevalling zo veel mogelijk nagebootst: jij en jouw partner kijken mee tijdens de geboorte en jullie baby wordt, na een korte controle, meteen op jouw borst gelegd en blijft daar zo lang mogelijk, bij voorkeur gedurende de verdere operatie. Meer informatie over een keizersnede vind je in de folder ‘De keizersnede’. Deze is te vinden op de website en verkrijgbaar op de polikliniek Gynaecologie en de kraamafdeling. 

Vergoeding

Over het algemeen worden de kosten van een klinische bevalling vergoed door de zorgverzekeraar. Voor een poliklinische bevalling geldt dit niet. Informeer hiernaar bij jouw zorgverzekering. 

Na de bevalling

De kraambedperiode

We streven ernaar dat je zoveel mogelijk met je baby samen bent. Dit betekent dat de baby 24 uur per dag bij je op de kamer is. 

Na de bevalling spreekt de dienstdoende arts of verloskundige met je af wanneer je met je baby naar huis gaat. Meestal is dit de dag van de bevalling of de volgende dag. Soms is er echter een medische reden die het noodzakelijk maakt dat jij of de baby iets langer in het ziekenhuis blijft. Mocht de baby opgenomen moeten worden op de kinderafdeling, dan doen wij onze uiterste best om jou opgenomen te houden op de kraamsuites of op de kinderafdeling (inrooming), zodat je makkelijk je baby kunt bezoeken. 

Je kunt gewoon met de eigen auto of met een taxi naar huis gaan. Wij raden je aan om goede afspraken te maken met de kraamhulp. 

Couveuse

Er kunnen verschillende redenen zijn om de baby op te nemen op de afdeling Neonatologie (een onderdeel van de Kinderafdeling). Soms is het nodig de baby in een couveuse te verplegen. Hier zijn allerlei zaken, zoals de temperatuur, beter in de gaten te houden.

De kraamafdeling en de couveuseafdeling werken nauw samen zodat jij en de baby zoveel mogelijk bij elkaar kunnen zijn. Je bent uiteraard op ieder tijdstip van harte welkom om bij je baby op de kinderafdeling te komen kijken of te kangoeroeën (ontspannen zitten met de baby op de borst). Je kunt jouw kind komen voeden en baden. Als je van plan bent om borstvoeding te geven, kan dat ook hier. De verpleegkundigen helpen je hier graag bij.

Bezoektijden kraamafdeling

Op de kraamsuites gelden geen bezoektijden. Je kunt de hele dag bezoek ontvangen. Houd wel rekening met de andere kraamvrouwen op de kraamsuites en vermijd zoveel mogelijk dat grote groepen ’s avonds of ’s nachts langskomen.  

Borst- of flesvoeding

Er zijn goede boeken en folders die kunnen helpen bij het maken van de keuze voor borst- of flesvoeding. Het gaat om een keuze die je zelf moet maken. Het is verstandig om hier vroeg in de zwangerschap over na te denken. Als je kort voor de bevalling nog niet besloten hebt waarvoor je kiest, praat er dan gerust nog eens met een verpleegkundige van de verloskamer over. De afdeling Verloskunde heeft een keurmerk Borstvoeding van de Stichting Zorg voor Borstvoeding en een gouden Smiley van de vereniging Kind en Ziekenhuis. Je kunt zo nodig ondersteund worden door professionele lactatiekundigen (borstvoedingsspecialisten).

In het Diakonessenhuis werken lactatiekundigen. Dit zijn verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in borstvoeding. Elke vierde dinsdag van de maand wordt door de lactatiekundigen een voorlichtingsavond georganiseerd. De lactatiekundigen helpen je met al je vragen over borstvoeding voor en na je bevalling. Zij zijn telefonisch te bereiken via telefoonnummer 088 - 250 6380. Kijk voor meer informatie en aanmelden in onze agenda.

De verloskundige

Na ontslag uit het ziekenhuis, vinden thuis ook nog kraambedcontroles plaats. Deze controles worden gedaan door een verloskundige uit jouw buurt. Het is de bedoeling dat je tijdens de zwangerschap contact opneemt met een verloskundige uit jouw buurt. Wil je de naam van de verloskundige die bij jou de kraambedcontroles gaat doen, doorgeven tijdens het polikliniekbezoek?

De controle

Ongeveer zes weken na de bevalling kom je naar de polikliniek Gynaecologie voor controle en om nog eens na te praten over de zwangerschap en de bevalling. Wij proberen zoveel mogelijk een afspraak te plannen bij je eigen gynaecoloog of bij diegene die betrokken was bij jouw bevalling. Bij bijzonderheden of complicaties tijdens de bevalling adviseren wij om op nacontrole te gaan bij de gynaecoloog die de bevalling heeft begeleid. Je krijgt hiervoor een afspraak mee bij ontslag uit het ziekenhuis.  

Misschien is er geen afspraak gemaakt voor controle door de gynaecoloog, maar heb je daar wel behoefte aan. Bijvoorbeeld omdat je vragen of klachten hebt, of omdat je graag adviezen wilt voor een eventuele volgende zwangerschap. Je kunt hiervoor zelf een afspraak maken via de polikliniek Gynaecologie. Deze controleafspraak moet plaatsvinden binnen 42 dagen na de bevalling. Anders wordt dit niet door de verzekering vergoed. 

Meer informatie

Over verschillende onderwerpen die in deze brochure ter sprake komen, is meer informatie beschikbaar. Over onderstaande onderwerpen zijn folders verkrijgbaar op de polikliniek Gynaecologie, de kraamafdeling en op onze website:

  • Borstvoeding; 
  • De afdeling Neonatologie (de couveuseafdeling); 
  • De keizersnede; 
  • Echoscopie in de gynaecologie/ echoscopie in de zwangerschap; 
  • Inleiden van de bevalling. 

Heb je naar aanleiding van deze folders vragen, dan kun je contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie. Wij wensen jou en je partner een voorspoedige zwangerschap en bevalling toe.

Bereikbaarheid polikliniek gynaecologie en verloskunde

Vragen en uitslagen
Voor informatie over bijvoorbeeld uitslagen en eventuele andere vragen kun je op maandag tot en met donderdag van 8.30 tot 16.30 uur en vrijdagochtend van 8.30 tot 12.00 uur contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie/verloskunde via telefoonnummer 088 250 6178. De polikliniekassistente geeft de uitslagen door. 

Spoedgevallen en verloskamerdienst
Voor spoedgevallen, dringende vragen en als je ongerust bent, zijn wij uiteraard 24 uur per dag bereikbaar. Je kunt hiervoor bellen met de verloskamer via telefoonnummer 088 250 6042.

Vragen

Heb je naar aanleiding van deze folder vragen, dan kun je contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie. Het telefoonnummer vind je onder het kopje 'Telefoonnummers'.

Telefoonnummers

Kraamsuites (4 AB)
088 250 6042

Polikliniek Gynaecologie
088 250 6178

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 31 mei 2017

Code: VK1