Cuffruptuur (gescheurde schouderpees)

Uw orthopedisch chirurg heeft bij u een afgescheurde schouderpees vastgesteld. We noemen dit een cuffruptuur. Deze folder geeft meer informatie over de behandeling van een cuffruptuur.

Wat is een cuffruptuur?

Een cuffruptuur is een scheur in één of meer van de pezen die de schouderspieren verbinden met het bot van de bovenarm. Deze pezen vormen samen met vier belangrijke spieren de rotator cuff. De spieren zorgen ervoor dat de schouderkop en schouderkom bij elkaar blijven en dat de arm kan bewegen. Een cuffruptuur kan gedeeltelijk (partieel) zijn of compleet. Dan is de pees helemaal doorgescheurd.

Oorzaken

Een gescheurde schouderpees kan het gevolg zijn van slijtage van de pees door het ouder worden. De pees kan ook scheuren wanneer er te veel kracht op komt, bijvoorbeeld bij een val.

Een cuffruptuur komt het meest voor bij mensen ouder dan 50 jaar. Boven de 60 jaar heeft ruim 50% van de mensen een (gedeeltelijke) scheur van de pees. De meeste mensen hebben geen of weinig last van de scheur.

Klachten en symptomen

Pijn is meestal een van de symptomen van een cuffruptuur. De pijn straalt vaak uit naar de arm. Ook de kracht is vaak verminderd: de arm omhoog doen of draaien gaat minder goed. Simpele dagelijkse handelingen zoals het haar borstelen of iets optillen kunnen lastig zijn.

Onderzoek

De orthopedisch chirurg laat bij het eerste consult een röntgenfoto maken en doet een lichamelijk onderzoek. Zo wordt gekeken of er een verdenking is op een gescheurde schouderpees. Vaak is nog een echo-onderzoek of MRI-scan nodig. Dit gebeurt tijdens een aparte afspraak. Als duidelijk is dat u een cuffruptuur heeft, bespreekt de orthopedisch chirurg met u hoe u het beste behandeld kunt worden.

Niet-operatieve behandeling

Als de scheur ontstaan is door slijtage van de pezen geeft een niet-operatieve behandeling een goede kans op herstel.

Fysiotherapie

De orthopedisch chirurg schrijft vaak fysiotherapie voor, samen met medicijnen tegen de pijn. Als u minder pijn heeft, kan de fysiotherapeut u oefeningen geven om de spieren rond de gescheurde pees sterker te maken. Deze spieren kunnen de functie van de gescheurde pees opvangen. Voor deze oefentherapie kunt u het beste naar een schouderfysiotherapeut gaan. U kunt een fysiotherapeut in uw omgeving vinden via www.schoudernetwerk.nl, www.schoudernetwerkmiddennederland.nl of op het lijstje dat beschikbaar is bij de balie op onze polikliniek.

Injectie

Soms helpen medicijnen tegen de pijn onvoldoende. De orthopedisch chirurg kan u dan een injectie in de schouder geven met een verdovende vloeistof en een krachtige ontstekingsremmer (corticosteroïden). De kans op bijwerkingen na een injectie is laag. Bij mensen met suikerziekte die insuline gebruiken kan de bloedsuikerwaarde na een injectie wat meer schommelen. Het is dan verstandig de eerste 48 uur na de behandeling de bloedsuikerwaarde vaker te testen en de insulinedosering hierop aan te passen. Vrouwen kunnen na een injectie opvliegers of een rood gezicht krijgen. Heel soms treedt er vaginaal bloedverlies op.

Operatieve behandeling

Soms is een operatie nodig. Bijvoorbeeld als er sprake is van een acute scheur. Of als de klachten aanhouden na een niet-operatieve behandeling (pijn, minder beweeglijkheid en/of krachtsverlies). De operatie wordt 'cuffrepair' genoemd. Bij deze operatie wordt de gescheurde pees weer vastgemaakt aan het bot van de bovenarm. Een cuffrepair wordt meestal gedaan bij patiënten jonger dan 65 jaar. 

Bij oudere patiënten is de kwaliteit van de spier, de pees en/of het bot vaak niet goed genoeg voor een cuffrepair. De kans op een goed resultaat na de operatie is dan te klein. Meestal kan de orthopedisch chirurg dit al zien op de MRI-scan, maar soms pas tijdens een operatie. Als een cuffrepair niet mogelijk blijkt, kan de orthopedisch chirurg via een kijkoperatie de (vaak pijnlijke) lange bicepspees doorsnijden en de peesresten verwijderen.

Als de klachten na een ingreep toch aanhouden, kunt u met uw orthopedisch chirurg bespreken of u een omgekeerde prothese kunt krijgen (een 'reversed schouderprothese'). Informatie hierover vindt u in de folder 'Schouderprothese'.

Voorbereidingen

Preoperatieve screening (POS)

Zodra uw arts u heeft verwezen voor de operatie starten we met de voorbereiding ervan. Zo kijken we welke verdoving voor u geschikt is en of u nazorg nodig heeft. Deze voorbereiding noemen we de preoperatieve screening. Hoe de preoperatieve screening verloopt en wat u hiervoor zelf moet doen leest u in de folder ‘Het plannen van uw operatie’.

Meestal vindt een cuffruptuur onder algehele anesthesie (narcose) plaats. Soms wordt daarbij een extra plaatselijke verdoving gegeven.

Datum en locatie van de operatie

De polikliniek Orthopedie geeft 3 tot 6 weken voor de operatie de opnamedatum schriftelijk of telefonisch aan u door. De (werk)dag voor de opname dag wordt u ’s middags gebeld door de secretaresse van de afdeling om het tijdstip waarop u verwacht wordt aan u door te geven. U wordt bij aankomst opgenomen door een verpleegkundige van de afdeling.

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u vanaf een bepaalde tijd voor de operatie niet meer mag eten en drinken. Hierover zijn op de POS afspraken met u gemaakt. U krijgt de werkdag voor de operatie van de secretaresse van de afdeling telefonisch te horen vanaf hoe laat precies u niet meer mag eten en drinken. Meer informatie leest u in de folder 'Algehele en regionale anesthesie'.

Medicijnen

Als u bloedverdunners gebruikt, dan overlegt de anesthesioloog met u of en hoeveel dagen u voor de operatie met deze medicatie moet stoppen. Verder bespreekt de anesthesioloog met u welke andere medicijnen u op de dag van de operatie wel en niet moet innemen.

U heeft van uw orthopedisch chirurg recepten voor pijnstillers na de operatie gekregen. Het is handig deze alvast in huis te halen.

De operatie

De operatie wordt via een kijkoperatie (arthroscopie) uitgevoerd. Bij een kijkoperatie worden via enkele gaatjes van 1 centimeter doorsnee een kijkbuisje en hulpinstrumenten ingebracht. Hiermee wordt het hele schoudergewricht bekeken en waar nodig behandeld. Soms is het nodig ook een kleine snee van ongeveer 5 centimeter te maken.

Tijdens de operatie wordt de pees vastgezet met behulp van één of meerdere botankers met hechtingen eraan. De botankers worden in het bot van de bovenarm geplaatst en met draden wordt de pees vastgehecht. De ankers zijn van metaal of kunststof. Soms wordt er een stuk van het schouderdak (acromion) afgeschaafd om extra ruimte te maken. Of er wordt een stukje van het sleutelbeen weggehaald (laterale clavicularesectie) om alle pijnklachten goed te behandelen. Dit is dan van tevoren met u besproken.

Tijdens de operatie kijkt de orthopedisch chirurg ook of de lange bicepspees nog goed is. Als de lange bicepspees beschadigd is, wordt deze doorgesneden (bicepstenotomie) of vastgezet onder de kop van de bovenarm (bicepstenodese). Dit heeft geen gevolgen voor de functie of kracht van de arm. Wel kan de vorm van de bicepsspier op de bovenarm veranderen.

De operatie duurt ongeveer 45 tot 90 minuten.

Na de operatie

Anti-rotatie sling (schouder immobilizer)

Op de operatiekamer krijgt u een anti-rotatiesling aangemeten die u de eerste 4 tot 6 weken dag en nacht draagt (afbeelding 1). De sling zorgt ervoor dat u de geopereerde arm niet zelf kunt optillen en dat de pees de kans krijgt vast te groeien. Als u de sling niet draagt, is er een kans dat de hechtingen losgaan of de pees opnieuw scheurt. Zorg ervoor dat de elleboog goed achterin de sling zit en de pols iets hoger hangt dan de elleboog. De sling moet zowel de hand als de elleboog ondersteunen. Het is prettig om de sling echt voor de buik te dragen, dus niet met de elleboog aan de zijkant van het lichaam. Vaak moet de buikband na de operatie nog wat strakker gezet worden. Als u in bed ligt is het prettig een kussen naast de geopereerde arm te leggen. Dat helpt de arm voor het lichaam te houden en vermindert pijnklachten.

afbeelding van man met sling

Afbeelding 1

Pijn en pijnmedicatie na de operatie

Na de operatie is de schouder vaak pijnlijk en gezwollen. Dit is een normale reactie. Uw anesthesioloog heeft tijdens de preoperatieve screening de verdoving met u besproken. Naast een algehele anesthesie (narcose) wordt er vaak een extra plaatselijke verdoving toegediend, een zogenaamde zenuwblokkade. Dit is vooral de eerste uren na de operatie erg prettig omdat het de pijn wegneemt.

De zenuwblokkade werkt ongeveer een halve dag of iets langer na de toediening. De duur varieert tussen 6 en 48 uur. Als de zenuwblokkade is uitgewerkt, zult u alsnog pijn krijgen. Om dit onder controle te houden krijgt u op de polikliniek al recepten voor pijnmedicatie mee naar huis. U krijgt een instructie voor de inname hiervan. Om een zo goed mogelijk resultaat te krijgen is het van belang de pijnmedicijnen op tijd in te nemen. Zodra u voelt dat de lokale verdoving uit begint te werken of de ingenomen pijnstillers uitgewerkt raken, neemt u de voorgeschreven pijnstillers in. Op deze manier kunt u de pijn zo goed mogelijk tegengaan. Wacht dus niet te lang met de inname van de pijnmedicijnen!

Opnameduur

De opname is op de dag van de operatie. Meestal mag u dezelfde dag weer naar huis. In sommige gevallen is het beter een nachtje in het ziekenhuis te blijven. De orthopedisch chirurg bespreekt dit van tevoren met u.

Adviezen voor na de operatie

U moet bij deze ingreep rekenen op een totale herstelperiode van 6 tot 12 maanden.

Fysiotherapie

U vindt afbeeldingen en uitleg over oefeningen die u de eerste week kunt doen achter in deze folder. Het is belangrijk de arm zo veel mogelijk langs het lichaam te houden en met de goede arm te ondersteunen.

U kunt de eerste afspraak bij uw eigen fysiotherapeut plannen binnen 1 tot 2 weken na de operatie. Uw eigen fysiotherapeut begeleidt u bij de eerste oefeningen die u mag doen. Na ongeveer 4 tot 6 weken begint de actievere oefentherapie. U mag zelf kiezen naar welke fysiotherapeut u gaat. Wij adviseren u naar een schouderfysiotherapeut te gaan. U vindt deze via het schoudernetwerk (www.schoudernetwerk.nl of  www.schoudernetwerkmiddennederland.nl). Wij geven instructies voor de nabehandeling mee voor uw eigen fysiotherapeut. Uw fysiotherapeut kan het nabehandelingsprotocol ook vinden via bovengenoemde websites.  

Wassen en douchen

Het is aan te raden om een katoenen shirt te dragen onder de sling. Dit vangt zweet op en voorkomt huidirritaties. U mag de sling alleen afdoen als u zich gaat douchen of wassen. De verpleegkundige neemt dit voorafgaand aan uw ontslag naar huis met u door. Bij het aantrekken van uw bovenkleding buigt u licht voorover en doet u eerst de geopereerde arm door het T-shirt of het hemd, de onbehandelde arm volgt daarna. Om de oksel te wassen mag de sling af. Met de niet geopereerde arm mag u de geopereerde arm een klein stukje naar buiten bewegen. Let erop dat de arm volledig ontspannen blijft. Vaak heeft u hulp bij het wassen nodig. Als de wondjes droog zijn mag u douchen, houd hierbij de geopereerde schouder ontspannen. Houd tijdens het aankleden de geopereerde arm tegen het lichaam.

Werkhervatting

Het hervatten van uw werkzaamheden gaat altijd in overleg met uw orthopedisch chirurg. Het is afhankelijk van het operatieresultaat, de aangetroffen kwaliteit van het weefsel en het soort werk dat u doet. De geopereerde pezen moeten de tijd krijgen om voldoende te genezen en de arm moet in alle richtingen pijnvrij kunnen bewegen. Gemiddeld duurt dit ongeveer 12 weken. Kantoorwerkzaamheden kunnen eerder hervat worden dan zware lichamelijke arbeid. Als richtlijn kunt u aanhouden dat de pijn, zwelling en stijfheid grotendeels verdwenen moeten zijn en dat uw werk deze symptomen niet mogen veroorzaken of verergeren.   

Autorijden en fietsen

U moet er rekening mee houden dat u na de operatie geen auto kunt rijden en niet mag fietsen gedurende ongeveer 2 tot 3 maanden. In overleg met uw fysiotherapeut mag u dit hierna voorzichtig oppakken. Voorwaarde is dat deze activiteiten geen pijn of stijfheid veroorzaken aan de schouder.

Sporten

In overleg met uw orthopedisch chirurg mag u na enkele maanden bepaalde sporten hervatten. Bespreek dit met uw orthopedisch chirurg en fysiotherapeut. Voorafgaand aan het hervatten van uw sport is 'sport-specifieke training' met uw fysiotherapeut nodig.

Controle  

Ongeveer 2 maanden na de operatie komt u voor een controleafspraak bij uw orthopedisch chirurg. 

Hechtingen

De wond wordt gehecht met oplosbare of niet-oplosbare hechtingen. De huisarts kan de hechtingen na 10 tot 14 dagen controleren en eventuele knoopjes op de huid verwijderen. Soms worden er hechtpleisters op de huid geplakt. Na 10 dagen mag u deze hechtpleisters zelf verwijderen.

Resultaat

De meeste patiënten hebben 6 tot 12 maanden na de operatie bijna geen pijn meer in de schouder. Goede fysiotherapie is hierbij belangrijk. De kracht en beweeglijkheid komen meestal ook weer terug, maar bij bovenhands werken blijft dit vaak wat minder.

Complicaties

Ondanks alle zorg die aan de operatie besteed wordt, kunnen er soms toch complicaties optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • frozen shoulder (stijve schouder door kapselprikkeling)
  • nabloeding  
  • wondinfectie (afhankelijk van de ernst krijgt u antibiotica of wordt de wond gespoeld)
  • doofheid rond de operatiewondjes
  • niet vastgroeien of opnieuw scheuren van de pees. Dit komt door de kwaliteit van de pees of het bot, of door te zware belasting vroeg in het revalidatietraject.  
  • uitstralende pijn in de vingers, hand of bovenarm. Dit kan 3 tot 9 maanden duren. Heel soms duren deze klachten langer.

Wanneer contact opnemen

Neem contact op met de dienstdoende arts als:

  • u een bloeding heeft die niet stopt nadat u er 10 minuten stevig tegenaan hebt gedrukt
  • u hevige pijn heeft en pijnmedicijnen niet genoeg helpen
  • infectie van de wond optreedt (roodheid, zwelling, pijn, eventueel pus of koorts)
  • u een week na de operatie nog steeds een scherpe uitstralende/schietende pijn heeft in combinatie met tintelingen, doofheid en/of krachtsverlies van handen of vingers
  • u het om andere redenen niet vertrouwt

Oefeningen voor thuis

De oefeningen hieronder doet u 2 keer per dag. Elke oefening doet u dan 10 tot 15 keer.

Oefening 1. Schouderblad

  • Draai met de schouderbladen voorzichtig rondjes naar achteren
Afbeelding van schouderoefening

Oefening 1

Oefening 2. Elleboog 

  • Haal uw arm uit de sling
  • Houd uw bovenarm langs het lichaam
  • Ondersteun de geopereerde arm met uw “goede” hand
  • Buig en strek de elleboog voorzichtig
Afbeelding van een elleboogoefening

Oefening 2

Oefening 3. Hand / pols

  • Beweeg de pols op en neer en maak cirkels
  • Strek en buig de vingers
  • Maak een vuist en laat weer los
Afbeelding van een hand-polsoefening

Oefening 3

Telefoonnummers

Polikliniek Orthopedie
088 250 6270

Afdeling Fysiotherapie
088 250 6412

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].

Bijgewerkt op: 2 februari 2026

Code: ORTH24