Onderzoek van een verdacht plekje op de huid

Vanwege een verdacht plekje op de huid heeft u binnenkort een afspraak bij de dermatoloog. In deze folder leest u wat u van deze afspraak kunt verwachten.

Waarom deze afspraak?

U heeft een plekje op de huid dat mogelijk wijst op huidkanker. Bijvoorbeeld: 

  • een veranderende moedervlek
  • een plekje dat steeds bloedt
  • een wondje dat niet geneest
  • een plekje dat verandert, groeit of pijn geeft.

Tijdens de afspraak onderzoeken we het plekje. We kijken of sprake is van huidkanker of een andere huidafwijking. 

Voorbereiding op uw afspraak

Voor dit onderzoek vragen we u zich uit te kleden. Trek kleding aan die u makkelijk uit kunt doen.

Meenemen

Dit neemt u mee naar uw afspraak:

  • een geldig identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart of rijbewijs)

Het onderzoek

In de spreekkamer bekijkt de arts het plekje waar u voor komt. We controleren ook uw bovenlichaam en armen op verdachte plekjes. Soms controleren we het hele lichaam. Hiervoor vragen we u zich geheel of gedeeltelijk uit te kleden. Uw ondergoed kunt u aanhouden. 

Soms nemen we een stukje van het plekje weg voor nader onderzoek. Dit noemen we een biopt. Het biopt gaat naar het laboratorium voor onderzoek op afwijkende cellen. Het plekje waar we het biopt nemen, wordt plaatselijk verdoofd. 

Kleine plekjes behandelen we soms meteen. Bijvoorbeeld door bevriezing met stikstof of door wegschrapen. 

De dermatoloog informeert u over het vervolg. 

De afspraak duurt 5 tot 10 minuten. 

Vervolgafspraak

Is er een biopt weggenomen? Dan maken we een afspraak om de uitslag van het laboratoriumonderzoek en het vervolg te bespreken. Dit is een telefonische afspraak.

Vragen

Met vragen over uw afspraak kunt u terecht bij de polikliniek Dermatologie. 

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].

Telefoonnummer

Polikliniek Dermatologie 
088 250 6433

Bijgewerkt op: 2 maart 2026

Code: DERM30