Plaatsen van een male sling

Binnenkort krijgt u een male sling vanwege inspanningsincontinentie. Voor het plaatsen van de male sling verblijft u een of twee nachten in het ziekenhuis. In deze folder vindt u informatie over de ingreep en de gang van zaken rond de opname.

Algemeen

Wat is een inspanningsincontinentie?

Inspanningsincontinentie is een vorm van urineverlies die voorkomt bij inspanningen zoals tillen, sporten of springen. Men spreekt ook wel van stressincontinentie. Met ‘stress’ wordt hier bedoeld dat het urineverlies optreedt als de druk in de buikholte plotseling toeneemt door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan. U verliest dan urine zonder dat u aandrang voelt.

De oorzaak van inspannings- of stressincontinentie

De voornaamste oorzaak van inspannings- of stressincontinentie is een verzwakte sluitspier in de bekkenbodem. Deze vorm van incontinentie komt vaak voor na prostaatoperaties, vooral na een prostatectomie, waarbij de prostaat wordt weggenomen. Na zo’n operatie kan het gebeuren dat de urinebuis minder goed wordt ondersteund en minder goed afsluit (zie afbeelding A en B).

Afbeelding van voor en na een prostatectomie

Afbeelding A: Voor een prostatectomie Afbeelding B: Na een prostatectomie

De male sling

Bij inspanningsincontinentie zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk: een afwachtende houding, bekkenfysiotherapie of een male sling-operatie. U heeft, samen met uw arts, gekozen voor een behandeling met een male sling. Bij deze operatie wordt er onder de urinebuis een draagband (sling) geplaatst via een snede achter de balzak (zie afbeelding 1). Een operatie heeft als voordeel dat uw klachten snel verminderen of verdwijnen. De kans op succes is het grootst bij de lichte en matige vorm van inspanningsincontinentie.

Afbeelding van een geplaatste male sling

Afbeelding 1: Male sling

Voorbereidingen

Meenemen naar het ziekenhuis

In de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’ staat aangegeven welke spullen u mee moet nemen naar het ziekenhuis. Dit is een algemene lijst. Neem voor een male sling-operatie ook twee strakke onderbroeken, strakke boxershorts of zwembroeken mee.

Medicatie

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit van tevoren melden bij de uroloog. In overleg met hem/haar zult u het gebruik van deze medicijnen geruime tijd voor de operatie moeten stoppen. Na de operatie overlegt u met uw uroloog wanneer u weer kunt beginnen met het gebruik van deze medicijnen.

Preoperatieve screening

De ingreep vindt plaats onder verdoving met een ruggenprik of onder algehele verdoving (narcose). De anesthesioloog bespreekt de vorm van verdoving met u tijdens de preoperatieve screening. Meer informatie over de verdoving vindt u in de folder 'Algehele en regionale anesthesie'.

Nuchter zijn

Voor deze operatie moet u nuchter zijn. Voorschriften over nuchter zijn vindt u in de folder 'Algehele en regionale anesthesie'.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de operatie? Meld dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 24 uur voor de opname) aan de polikliniek Urologie. Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken.

Opname en operatie

Tijdstip van opname

Een dag voor de opname wordt u tussen 13.30 uur en 17.00 uur gebeld door de verpleegafdeling en hoort u hoe laat en waar u in het ziekenhuis wordt verwacht.

Melden

Op de opnamedag meldt u zich op het afgesproken tijdstip op de afgesproken afdeling. Hier neemt u plaats in de ontvangstruimte.

Voorbereidingen in het ziekenhuis

Een verpleegkundige haalt u op voor het opnamegesprek. Hij/zij vraagt u naar uw medicijnen en de naam van uw contactpersoon. Neem daarom uw medicijnen en medicijnkaart mee naar het ziekenhuis. De verpleegkundige vertelt u hoe laat u ongeveer geopereerd wordt.

Na het opnamegesprek gaat u terug naar de ontvangstruimte tot de verpleegkundige u ophaalt voor de operatie. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte. Onderweg laat u uw bagage achter in een kluisje.

In de voorbereidingsruimte kleedt u zich om in een operatiejasje en neemt u plaats op een bed. Uw kleding gaat samen met de sleutel van uw kluis in een tas die u van de verpleegkundige krijgt. Deze tas wordt aan uw bed bevestigd en blijft dus bij u in de buurt.

Vervolgens krijgt u medicijnen ter voorbereiding op de operatie. Er wordt een infuusnaald geprikt, uw bloeddruk wordt gemeten en u krijgt plakkers op uw borst om uw hartfunctie tijdens de operatie in de gaten te kunnen houden.

Gang van zaken tijdens de operatie

U ligt op uw rug op de operatietafel, met de beide benen in beensteunen. Het bandje (de sling) wordt ingebracht via een verticale snede, lopend van de achterzijde van de balzak tot een centimeter voor de anus. Via een klein sneetje aan de binnenzijde van beide bovenbenen, wordt met een kromme naald het bandje in de juiste positie gelegd. Hierdoor wordt het eerste deel van de plasbuis zodanig ondersteund, dat de plasbuis omhoog wordt getrokken tot het niveau van de bekkenbodemspieren, waarvan de sluitspier onderdeel is.  

Duur van de operatie
De operatie duurt ongeveer één uur.

Na de operatie

De uitslaapkamer

U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer van de operatieafdeling. Wanneer u voldoende hersteld bent, gaat u naar de verpleegafdeling.

Op de verpleegafdeling

Op de afdeling controleert de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, uw hartritme en uw urineproductie. Na de operatie krijgt u pijnstilling volgens een vast schema. Als u pijn blijft houden, kunt u dit aangeven bij de verpleegkundige.

Na de operatie heeft u:

  • een infuus in de arm. Hierdoor kunnen zo nodig vocht en medicijnen toegediend worden;
  • een katheter. Dit is een slangetje dat via de urine-uitgang in de blaas wordt gebracht en zo de urine afvoert. Door de katheter kan de urine uit de blaas lopen.

De dag na de operatie wordt de katheter verwijderd. Als u zelf een paar keer hebt geplast, controleert de verpleegkundige of u de blaas voldoende leeg plast. Na twee à drie keer plassen lukt dit meestal goed.

Risico's en mogelijke complicaties

De kans op complicaties bij een male sling-operatie is klein en niet groter dan bij andere incontinentieoperaties. De complicaties die het meest voorkomen zijn:

  • Het lukt niet om te plassen. Soms lukt het na de operatie niet om te plassen; een tijdelijk katheter is dan noodzakelijk. Meestal lukt het plassen na een paar dagen wel, maar incidenteel blijft de klacht bestaan. U moet dan leren om zelf de blaas met een katheter leeg te maken.
  • Een kleine bloeduitstorting in het wondgebied tussen balzak en anus (perineum). Bij een bloeduitstorting ziet u een rode bult van opgehoopt bloed onder de snede  in de huid. Vaak verdwijnt dit vanzelf. De bloeduitstorting verspreidt zich dan onder de huid, waardoor het omringende gebied verschillende kleuren aanneemt. Soms komt het bloed via de sneetjes naar buiten. Dit kan geen kwaad. De wondjes genezen vanzelf. Gebruik in die tijd een pleister of een gaasje om uw kleding te beschermen.
  • Wondinfectie. De male sling is gemaakt van lichaamsvreemd materiaal en kan gaan ontsteken. Dit wordt behandeld met medicijnen tegen ontsteking. In een enkel geval moet het bandje worden verwijderd.
  • Een beschadiging van de urinebuis. Als de urinebuis beschadigd raakt tijdens de operatie, dan wordt deze tijdens de operatie hersteld. U krijgt dan een katheter en moet langer in het ziekenhuis blijven. Een beschadiging van de urinebuis geneest meestal goed.
  • Aandrangincontinentie. In de eerste dagen en weken na de operatie ontstaat soms een nieuwe klacht: aandrangsincontinentie. Er is dan zeer vaak aandrang om te plassen. Meestal is dit tijdelijk, een enkele keer niet. Het is een complicatie die ook bij andere incontinentie-operaties voorkomt. Deze klacht is meestal met medicatie te verhelpen.

Ontslag

Naar huis

We raden u aan om niet zelf naar huis te rijden. Regel daarom een taxi of iemand die u naar huis brengt.

Adviezen voor thuis

Als u weer thuis bent, dient u rekening te houden met de volgende zaken.

  • 24 uur na de operatie kunt u weer onder de douche. Zorg wel dat u het wondje altijd goed droog dept na het douchen. U kunt het wondje ook drogen met een haarföhn, aangezien het op een plaats zit waar het gemakkelijk kan verweken. Wacht met het nemen van een bad tot de wond genezen is (minimaal twee weken).
  • U kunt na de operatie last hebben van ‘plasdrang’. U wilt dan het toilet snel bereiken omdat u het gevoel heeft de plas niet op te kunnen houden. U kunt dan enkele druppels urine verliezen op weg naar het toilet. Dit zal na enkele dagen tot weken verdwijnen.
  • Het is belangrijk dat u de eerste weken na de operatie vaak plast. Daarbij is het belangrijk dat u niet perst tijdens het plassen. Het kan zijn dat u na de operatie een minder krachtige urinestraal heeft. Dit verdwijnt meestal vanzelf.
  • U kunt na de operatie pijn hebben aan de wond. De wond is gemaakt achter de balzak en voelt dus onaangenaam als u zit. We adviseren u om op een zacht kussen te zitten. U kunt ook paracetamol gebruiken tegen de pijn. Binnen twee tot vier weken na de operatie hoort de pijn verdwenen te zijn. Als de pijn na vier weken nog aanhoudt, raden we u aan contact op te nemen met de uroloog.
  • De eerste vier weken na de operatie mag u geen voorwerpen tillen die zwaarder zijn dan 5 kilo. Bij voorkeur tilt u geen kinderen en draagt u geen zware boodschappentassen. U mag niet sporten of ander zwaar werk verrichten. Na vier weken kunt u uw gewone werkzaamheden hervatten.
  • U mag de eerste vier weken na de operatie uw benen niet wijd spreiden. U mag dan ook niet hurken of klimmen (bijvoorbeeld in hoge voertuigen stappen). Ook seksuele activiteit is in deze periode af te raden. 
  • We adviseren u de eerste vier weken na de operatie niet te fietsen en geen auto te rijden.
  • Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, overleg dan met uw uroloog wanneer u deze weer mag innemen.

Antistolling

Na de operatie krijgt u gedurende uw opname één keer per dag een injectie - in de buik of het bovenbeen - met een antistollingsmiddel. Dit is een medicijn om trombose (een bloedstolsel in een bloedvat) te voorkomen.

Problemen thuis

Bij vragen of twijfel binnen 24 uur na ontslag kunt u bellen met de verpleegafdeling. Als u na 24 uur last heeft van onderstaande problemen, neem dan contact op met de polikliniek Urologie (tijdens kantoortijden) of met de (dienstdoende) huisarts (buiten kantoortijden).

  • Als u koorts boven de 38,5°C krijgt.
  • Als u pijn krijgt die niet verdwijnt na het innemen van pijnstillers.
  • Als u zoveel moeite heeft met plassen, dat u het gevoel heeft de blaas niet helemaal leeg te kunnen plassen.

Controle op de polikliniek

Twee weken na de operatie komt u op de polikliniek voor controle. Tijdens deze afspraak zal een plastest worden gedaan. Daarom is het belangrijk dat u op de dag van de afspraak met een gevulde blaas komt.

Kosten en vergoeding

De kosten voor het plaatsen van een male sling worden niet vergoed vanuit uw basisverzekering. Wellicht krijgt u een vergoeding vanuit uw aanvullende verzekering. Dit is afhankelijk van uw polis. Uw zorgverzekeraar kan u hierover informeren. Als u niet voor vergoeding in aanmerking komt, betaalt u de kosten voor deze behandeling zelf. Voor informatie over de kosten van de behandeling kunt u contact opnemen met de afdeling Zorgadministratie van het Diakonessenhuis via 088 250 6404.

Verklaring voor akkoord

Deze ingreep kan pas worden uitgevoerd als u onderstaande verklaring voor akkoord heeft afgegeven aan de afdeling Urologie. U kunt de verklaring inleveren aan de balie of sturen aan:

Diakonessenhuis
Polikliniek Urologie
Antwoordnummer 96
3500 ZJ Utrecht

Verklaring voor akkoord

U hebt kennis genomen van het feit dat het plaatsen van een male sling niet standaard door de zorgverzekering wordt vergoed. Dit betekent dat de kosten voor deze ingreep door u worden betaald in geval de verzekering deze niet vergoed. Ik verklaar het voorgaande gelezen en begrepen te hebben.

Plaats en datum:

 

 

Naam patiënt:

 

 

Geboortedatum:

 

 

Handtekening patiënt:

 

 

Naam wettelijk vertegenwoordiger bij patiënt jonger dan 18 jaar:

 

 

Handtekening wettelijk vertegenwoordiger bij patiënt jonger dan 18 jaar:

 

 

Vragen

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie. Het telefoonnummer vindt u onder het kopje ‘Telefoonnummers’.

Telefoonnummers

Polikliniek Urologie Utrecht
088 250 6327

Verpleegafdeling 3 CD Utrecht
088 250 6362 / 088 250 6363

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].

Bijgewerkt op: 24 april 2020

Code: URO26