Poliklinische behandeling met Infliximab

In overleg met de maag-darm-leverarts (MDL-arts) heeft u gekozen voor behandeling met Infliximab. Infliximab gaat ontstekingen in de darm tegen en helpt eventuele lekkage uit fistels tussen de darm en de huid of andere organen te stoppen of te verminderen. De behandeling vindt meestal plaats op de afdeling Dagbehandeling. In deze folder vindt u algemene informatie over Infliximab, de gang van zaken in het ziekenhuis, de bijwerkingen en de gevolgen van de behandeling met dit medicijn.

Algemeen

Het immuunsysteem

De ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa wordt veroorzaakt door afwijkingen in het immuunsysteem. De exacte oorzaak is nog niet bekend. Wel is bekend dat het eiwit Tumor Necrose Factor-alpha (TNF-a) een belangrijke rol speelt bij ontstekingsprocessen. TNF-a helpt bij de afweer tegen infecties en bij het opruimen van zieke of beschadigde lichaamscellen. In geval van ziekteverwekkers is dit nuttig. Bij auto-immuunziekten (zoals Crohn en Colitis Ulcerosa) houdt TNFa de chronische ontsteking juist in stand.

De werking van Infliximab

Infliximab is een antilichaam tegen TNF-a. Antilichamen zijn eiwitten die mensen en dieren maken om zich te beschermen tegen ziekteverwekkers. Infliximab bindt zich aan TNF-a in het bloed en op de cellen waar de stof geproduceerd wordt en maakt TNF-a onwerkzaam.

Voorbereidingen

Onderzoek op infecties

Het gebruik van Infliximab kan ertoe leiden dat een sluimerende infectie actief wordt. Daarom is het van belang infecties bij u uit te sluiten dan wel te behandelen. Voordat u start met het gebruik van Infliximab wordt u op verschillende infecties onderzocht: HIV, hepatitis B en C, tuberculose en Varicella Zoster. Dit gebeurt met een bloedtest en een röntgenfoto.

Uitsluiten overige infecties

Het is belangrijk dat u zelf let op andere bronnen en/of algemene verschijnselen van infecties zoals wonden, problemen met gebit, koorts of ‘niet lekker zijn’. Als u een infectie vermoedt, meld dit dan telefonisch bij de MDL-verpleegkundige. Zij overlegt als het nodig is met de MDL-arts of de behandeling met Infliximab door kan gaan. Het is goed om vooraf zelf een aantal vragen over uw gezondheid door te nemen. U vindt deze vragen hieronder. Als u operaties of tandheelkundige ingrepen ondergaat, moet u de behandelaar vertellen dat u Infliximab gebruikt.

Gezondheidsvragen

Bij een aantal lichamelijke klachten mag u niet behandeld worden met Infliximab. Meld het als u:  

  • de afgelopen dagen koorts heeft gehad
  • de afgelopen dagen keelpijn heeft gehad   
  • huidinfecties heeft zoals steenpuisten of wonden
  • benauwdheidsklachten heeft of vaak moet hoesten  
  • pijn heeft bij het plassen  
  • bijwerkingen heeft gekregen van het vorige Infliximab infuus - op dit moment erg verkouden bent
  • onlangs antibiotica heeft gebruikt
  • de afgelopen dagen kortademig was
  • last heeft van gezwollen enkels
  • binnenkort wordt opgenomen voor een operatie
  • binnenkort behandeld wordt bij de tandarts
  • langer dan een maand in een land bent geweest waar TBC voorkomt of van plan bent hier naar toe te gaan           
  • zwanger bent of een zwangerschapswens heeft     
  • de afgelopen periode contact heeft gehad met TBC-patiënten

Verhinderd

Als u verhinderd bent voor de behandeling, kunt u dit op werkdagen tussen 8.00 uur en 8.30 uur melden bij de MDL-verpleegkundigen. Bij afwezigheid van de MDL-verpleegkundigen kunt u verhindering melden bij de afdeling Dagbehandeling. U kunt dan meteen een nieuwe afspraak maken..

De behandeling

Melden

U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de dagbehandeling locatie Utrecht of Zeist.

Gang van zaken tijdens de behandeling

Infliximab wordt via een infuus toegediend. Het infuus wordt ingebracht in uw arm. Vervolgens loopt het medicijn in een periode van twee uur in. Als u het medicijn goed verdraagt, kan het na de inductiebehandeling in één uur inlopen. Na de toediening – ook wel infusie genoemd - blijft u nog één uur ter observatie in het ziekenhuis. Daarna mag u naar huis.

Er zijn twee behandelingsvormen: de inductietherapie en de onderhoudsbehandeling. De inductietherapie bestaat uit drie infusies in zes weken. Wanneer u Infliximab als onderhoudstherapie krijgt, volgt deze na een inductietherapie. U krijgt dan in principe iedere 8 weken een infuus. In overleg met uw arts kan een afwijkend schema worden afgesproken.

Bijwerkingen

Infliximab kan de volgende bijwerkingen hebben:

  • overgevoeligheidsreactie als gevolg van het geven van een infuus. Uw lichaam kan ‘schrikken’ doordat het in korte tijd een kwart liter extra volume in de bloedbaan krijgt. Dit kan zich uiten door schommelingen in de bloeddruk. Ook kunnen lichtheid in het hoofd en een warm gevoel optreden. Deze klachten nemen na de infusie meestal snel af.
  • overgevoeligheidsreactie als gevolg van het middel of één van de bestandsdelen. De meest voorkomende verschijnselen zijn huiduitslag of netelroos, vermoeidheid, problemen met ademhalen zoals benauwdheid en piepend ademhalen of daling van de bloeddruk. Dit kan tot één uur na de infusie optreden, ook als eerdere behandelingen goed zijn gegaan.
  • klachten die het gevolg zijn van een verminderde werking van het immuunsysteem zoals een grotere kans op infecties en een tragere wondgenezing

Eventuele bijwerkingen worden tijdens de behandeling door een verpleegkundige behandeld en aan uw arts doorgegeven. Zeldzame bijwerkingen waar u ook thuis last van kunt hebben:

  • pijn of zwakheid in borst, spieren, gewrichten of kaken
  • gezwollen handen, voeten, enkels, gezicht, lippen, mond of keel
  • netelroos of andere tekenen van een overgevoeligheidsreactie zoals huiduitslag en jeuk
  • koorts
  • kortademigheid

Heeft u een van deze klachten, neem dan meteen contact op met de MDL-verpleegkundige.

Zwangerschap en borstvoeding

Tijdens een zwangerschap wordt Infliximab tot en met de zesde maand van de zwangerschap toegediend. Dit heeft geen gevolgen voor de ontwikkeling van het ongeboren kind. Bij zwangerschap na 6 maanden wordt gekeken of de behandeling met Infliximab kan worden voortgezet.

Infliximab komt in moedermelk terecht. Daarom wordt in principe geadviseerd om geen borstvoeding te geven. Wilt u toch graag borstvoeding geven, overleg dit dan met uw arts.

Vragen

Vragen aan de MDL-verpleegkundige kunt u stellen via e-mail (mdl-verpleegkundigen@diakhuis.nl), de IBD-coach of via BeterDichtbij. U krijgt binnen 3 werkdagen antwoord.

Telefoonnummers

MDL-verpleegkundige Interne geneeskunde
088 250 6253

Dagbehandeling Utrecht
088 250 6628

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 25 februari 2022

Code: MDL14