Röntgenonderzoek van de bloedvaten (ADSA)

Er is of wordt een afspraak gemaakt voor een onderzoek (en eventuele behandeling) van uw bloedvaten (ADSA). Het onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie of een operatiekamer van locatie Utrecht. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rond het onderzoek. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de situatie voor u anders kan zijn dan beschreven is. Voor dit onderzoek wordt u een dag en een nacht opgenomen. Algemene informatie over een opname in het ziekenhuis vindt u in de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’.

Wat is een röntgenonderzoek van de bloedvaten?

Een röntgenonderzoek van de bloedvaten wordt ook wel ADSA genoemd. Met een ADSA worden de bloedvaten met een röntgencontrastmiddel zichtbaar gemaakt. Hiermee worden afwijkingen aan de bloedvaten opgespoord.

Voorbereidingen

Voorbereidingen thuis

Nuchter
Voor het onderzoek moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u 's ochtends vanaf 7.00 uur niets meer mag eten en drinken.

Overgevoeligheid
In zeldzame gevallen komt een overgevoeligheid voor röntgencontrastmiddelen voor. Bent u overgevoelig voor deze middelen of vermoedt u dit te zijn, meld dit dan aan de verwijzend arts en voor het begin van het onderzoek aan de laborant.

Zwanger?
Röntgenstralen moeten met zorg worden toegepast. Bent u in verwachting of denkt u dit te kunnen zijn, neem dan (minimaal 24 uur voor het onderzoek) telefonisch contact op met de afdeling Radiologie.

Meenemen naar het ziekenhuis
In de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’ kunt u lezen welke spullen u mee moet nemen naar het ziekenhuis.

Verhinderd
Bent u verhinderd voor het onderzoek? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 24 uur vóór het onderzoek) melden aan de polikliniek van de aanvragend arts (verwijzende polikliniek). Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken.

Opname en onderzoek

Melden

Op de afgesproken tijd, meestal om 8.00 uur, meldt u zich op de afgesproken verpleegafdeling op locatie Utrecht.

Voorbereidingen in het ziekenhuis

Een half uur voor het begin van het onderzoek krijgt u een rustgevend medicijn (tabletje). Daarnaast krijgt u een operatiejasje aan en wordt een infuus geprikt. Via dit infuus worden eventueel medicijnen toegediend.

Op het afgesproken tijdstip brengt de verpleegkundige of een medewerker van het patiëntenvervoer u met uw bed naar de afdeling Radiologie. 

NB. Door drukte op de afdeling Radiologie kan het tijdstip waarop het onderzoek plaatsvindt later zijn dan gepland.

Gang van zaken tijdens het onderzoek

De radioloog voert het onderzoek uit via een liesslagader. Eerst geeft de radioloog u een verdoving in de lies. Dan schuift hij een dun plastic buisje in het bloedvat. Door dit buisje brengt de radioloog een langer en dunner plastic buisje (katheter) in het bloedvat. Deze katheter schuift de arts op naar het te onderzoeken gebied. Als de katheter op de juiste plaats ligt, sluit de radioloog deze aan op een spuit met contrastvloeistof. Deze contrastvloeistof maakt de bloedvaten op de röntgenfoto zichtbaar. Bij het inspuiten van de contrastvloeistof kan het onderzochte lichaamsdeel warm aanvoelen. Dit warmtegevoel verdwijnt na ongeveer vijftien seconden. Ook kunt u het gevoel krijgen dat u moet plassen.
Na het inspuiten van de contrastvloeistof maakt de radioloog foto’s. Het is belangrijk dat u tijdens het maken van de foto’s stil blijft liggen. Soms vraagt de arts u om de adem in te houden. Meestal maakt de arts meerdere series foto’s om de bloedvaten in meerdere richtingen af te beelden.

Wordt tijdens het onderzoek een voor behandeling geschikte vernauwing waargenomen, dan wordt in overleg met uw behandelaar geprobeerd om met een dotterballon en/of stentplaatsing dit probleem te verhelpen. 

Na het onderzoek

Na het onderzoek (en de eventuele behandeling) verwijdert de radioloog het buisje uit de slagader in de lies. Het prikgat kan op twee manieren worden gesloten:

  1. De radioloog houdt met zijn vingers het prikgat dicht totdat het niet meer bloedt. Dit duurt ongeveer 15 minuten. Vervolgens plaatst de radioloog een pleister met ballon op het prikgat om dit dicht te houden. De eerste vier uur na het onderzoek moet u met gestrekt been plat in bed blijven liggen. Daarna mag u vier uur lang iets meer overeind komen. Na acht uur mag u uit bed. De volgende morgen mag u naar huis. 
  2. Het prikgat kan door de radioloog ook met een 'plugje' (angioseal) worden gesloten. Na het plaatsen van het 'plugje' moet u moet twee uur in bed blijven. Daarna mag u rustig uit bed komen. Uw behandelaar bepaalt wanneer het verantwoord is om weer naar huis te gaan. 

Het hangt van verschillende factoren af voor welke van de twee bovengenoemde methodes wordt gekozen. De radioloog bepaalt dit op het moment van de ingreep. 

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt ongeveer 1½ uur.

Risico's en mogelijke complicaties

Hoewel de kans op een complicatie klein is, kan er een bloedvat kapot gaan of dicht gaan zitten.

Terug op de afdeling

Bedrust

Na het onderzoek gaat u terug naar de afdeling waar u bent opgenomen en krijgt u bedrust. Bedrust gaat een nabloeding in de lies tegen. De duur van de bedrust en het moment waarop u naar huis mag, hangt af van de manier waarop het gaatje in de lies is gesloten (zie uitleg onder het kopje 'Na het onderzoek'). 

Eten en drinken

U mag na het onderzoek weer normaal eten en drinken.

Verwijderen infuus

Als er zich geen complicaties voordoen, wordt het infuus op de afdeling verwijderd.

Problemen

Voelt het op de plaats van de ballonpleister of plugje (angioseal) warm en vochtig aan of ontstaat er een bult in de lies, waarschuw dan de verpleegkundige. Het kan zijn dat er lekkage is opgetreden. 

Bij- en nawerkingen

Bij het onderzoek kunnen de volgende bij- en nawerkingen zich voordoen: 

  • In de lies kan een blauwe plek ontstaan. 
  • Na een stentplaatsing kunt u pijnklachten hebben. Vraag de verpleegkundige zo nodig om pijnstilling.

Naar huis

Het moment waarop u naar huis mag, hangt af van de manier waarop het gaatje in de lies is gesloten. Zorg dat iemand u op komt halen of maak gebruik van het openbaar vervoer. De eerste vier dagen wordt zelf autorijden afgeraden.

Leefregels
Houdt u de eerste vier dagen na het onderzoek aan de volgende leefregels om een nabloeding in de lies te voorkomen:

  • Rijd geen auto in verband met plotseling remmen; 
  • Laat geen honden uit in verband met plotseling trekken van de hond aan de riem; 
  • U mag niet fietsen; 
  • Loop een trap in een rustig tempo op; 
  • Til niet meer dan 5 kg; 
  • U mag niet persen; 
  • Geef met de hand tegendruk in de lies als u moet hoesten of niezen; 
  • U mag geen geslachtsgemeenschap hebben; 
  • U mag niet in bad; douchen mag wel; 
  • Buig uw heup niet meer dan 90 graden.

Daarnaast adviseren wij de eerste twee weken na het onderzoek geen zwaar lichamelijk werk te verrichten en niet te sporten.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Stel deze dan gerust. U kunt op werkdagen tussen 8.30 en 16.30 uur contact opnemen met de afdeling Radiologie van locatie Utrecht. Ook kunt u tijdens het onderzoek uw vragen stellen aan de radiodiagnostisch laborant en/of de radioloog.  

Telefoonnummers

Afdeling Radiologie Utrecht
088 250 6542

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 30 april 2021

Code: RAD21