Spondylodese (voorste benadering)

U wordt binnenkort geopereerd aan uw rug. U wordt hiervoor vier tot vijf dagen opgenomen in het ziekenhuis. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rond de operatie en de opname. Uw behandelend arts heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder kunt u de informatie nog eens rustig nalezen. Deze folder richt zich alleen op het vastzetten van wervels in het onderste deel van de wervelkolom (lendenwervelkolom of lumbale wervelkolom).

Algemeen

Wat is een spondylodese?

Een spondylodese is het aan elkaar vastzetten van twee of meer rugwervels met behulp van kunstmatig fixatiemateriaal en bot. Het doel van deze operatie is om de wervels aan elkaar te laten groeien en pijnklachten te verminderen.

afbeelding Spondylodese, voorste benadering

Spondylodese, voorste benadering

Klachten

Een spondylodese wordt uitgevoerd bij mensen met rugklachten. De oorzaak van lage rugklachten is niet goed bekend. Het gaat waarschijnlijk om pijn die voortkomt uit allerlei delen van de wervelkolom, zoals tussenwervelschijven, spieren, banden, gewrichten of een combinatie daarvan.

Slijtage
De pijn in de rug wordt mogelijk verergerd door slijtageverschijnselen (degeneratie). Slijtageprocessen zijn verouderingsverschijnselen die zich bij de één sneller voordoen dan bij de ander. Er zijn echter ook patiënten die pijn hebben zonder dat slijtageverschijnselen kunnen worden aangetoond. Ook het omgekeerde komt voor: een op de röntgenfoto volledig ‘versleten rug’ en geen klachten. 

Slijtage kan voor een vernauwing van het wervelkanaal zorgen, waardoor de zenuwen minder ruimte hebben. 

afbeelding Slijtage van de tussenwervelschijf

Slijtage van de tussenwervelschijf

Instabiliteit
Rugklachten kunnen ook het gevolg zijn van instabiliteit van de rug. De rugwervels hebben onvoldoende onderling verband met elkaar, en liggen dus ‘los’ van elkaar. Op de röntgenfoto is geen duidelijke verschuiving of afglijden te zien, de wervels maken zogenaamde ‘microbewegingen’. Deze kunnen enerzijds leiden tot pijnklachten, anderzijds tot verdere slijtage, zodat een vicieuze cirkel ontstaat. De instabiliteit kan ook het gevolg zijn van een fractuur (breuk) of een versleten tussenwervelschijf. Een wervel glijdt hierbij verder af ten opzichte van de erboven of eronder gelegen wervel (spondylolisthesis, figuur 2). Dit kan zowel op basis van een aangeboren aanlegstoornis als door slijtage optreden. Een spondylolisthesis is wel duidelijk op een röntgenfoto te zien. Het vastzetten van de rug door middel van een spondylodese kan de instabiliteit opheffen en daardoor de pijn verminderen. Daarnaast kan bij deze operatie extra ruimte worden gecreëerd voor de zenuwen.
 

afbeelding Instabiliteit van de ruggenwervel

Instabiliteit van de ruggenwervel

Voorbereidingen

Pre-operatieve screening

Nadat u samen met de orthopeed besloten heeft tot een spondylodese, meldt u zich bij de balie-assistente van de polikliniek Orthopedie. Zij verwijst u voor een pre-operatieve screening voor een gesprek met de intakeverpleegkundige en anesthesioloog.

Intakeverpleegkundige
De intakeverpleegkundige bespreekt met u hoe u uw opname en ontslag zo goed mogelijk kunt voorbereiden. U praat over de voorbereiding op de ingreep, uw thuissituatie, de nazorg, allergieën, dieetwensen en de noodzaak van aanpassingen in huis.

Anesthesioloog
De anesthesioloog neemt met u een vragenlijst door, doet eventueel lichamelijk onderzoek ter voorbereiding op de verdoving en laat aanvullend onderzoek verrichten, als dit nodig is. 

Meer informatie over de preoperatieve screening vindt u in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.


Datum en locatie van de operatie

De polikliniek Orthopedie geeft drie tot zes weken voor de operatie de opnamedatum schriftelijk of telefonisch aan u door. 

De (werk)dag voor de opnamedag krijgt u tussen 13.30 en 16.00 uur telefonisch te horen hoe laat en waar precies u wordt verwacht. 

Voorbereidingen thuis

Nuchter zijn
De operatie wordt uitgevoerd onder algehele narcose. Het is belangrijk dat u de dag van de operatie nuchter bent. Informatie over nuchter zijn vindt u in de folder ‘Algemene en regionale anesthesie’.

Beneden slapen
We adviseren u om een bed in de woonkamer te zetten om goed te kunnen rusten. Via thuiszorgwinkel Vitaal kunt u een hoog-laagbed huren. Kijk voor meer informatie op www.vitaalgroep.nl

Meenemen naar het ziekenhuis

In de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’ staat aangegeven welke spullen u mee moet nemen naar het ziekenhuis. Dit is een algemene lijst. Draag op de dag van opname gemakkelijk zittende kleding en schoenen. Laat waardevolle spullen zoveel mogelijk thuis. Doe uw spullen in een kleine koffer/tas (afmeting ongeveer 60 x 50 x 40 cm) en leg de kleding die u na de operatie wilt dragen bovenop.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de operatie? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 48 uur voor de opname) melden bij de opnameplanner Orthopedie? Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken. Het telefoonnummer vindt u achter in deze folder.

De operatie

Melden

U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de afgesproken afdeling. Hier neemt u plaats in de ontvangstruimte.

Voorbereidingen

Een verpleegkundige haalt u op voor het opnamegesprek. Hij/zij vraagt u naar uw medicijnen en de naam van uw contactpersoon. De verpleegkundige vertelt u hoe laat u ongeveer geopereerd wordt. 

Na het opnamegesprek gaat u terug naar de ontvangstruimte tot de verpleegkundige u ophaalt voor de operatie. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte. Onderweg laat u uw bagage achter in een kluisje.

In de voorbereidingsruimte kleedt u zich om in een operatiejasje en neemt u plaats op een bed. Uw kleding gaat, samen met de sleutel van uw kluis, in een tas die u van de verpleegkundige krijgt. Deze tas wordt aan uw bed bevestigd en blijft dus bij u in de buurt.

Vervolgens krijgt u medicijnen ter voorbereiding op de operatie. Er wordt een infuusnaald geprikt, uw bloeddruk wordt gemeten en u krijgt plakkers op uw borst om uw hartfunctie tijdens de operatie in de gaten te kunnen houden.

Duur van de operatie

Voor deze operatie wordt u gemiddeld drie dagen opgenomen in het ziekenhuis. De operatie zelf duurt een aantal uur, afhankelijk van het aantal wervels dat wordt vastgezet.

Gang van zaken tijdens de operatie

Tijdens de operatie ligt u op uw rug. De operatie wordt uitgevoerd door een orthopeed en een vaatchirurg. Uw arts maakt een  opening in uw onderbuik (overdwars of in de lengte) ter hoogte van de wervels die vastgezet moeten worden. Vervolgens worden de versleten tussenwervelschijf/schijven zo veel mogelijk verwijderd. Deze worden vervangen door een cage (kooitje) en (kunst)bot. De wervels worden tot slot met een plaatje aan de voorzijde van de wervels vastgezet. De operatie duurt een aantal uur, afhankelijk van het aantal wervels dat wordt vastgezet.

Na de operatie

Zodra de pijn het toelaat mag u rechtop zitten en eventueel uit bed komen. Na de operatie start u onder begeleiding van een fysiotherapeut met oefeningen. Tevens wordt de dag na de operatie een röntgenfoto van de rug gemaakt.

De uitslaapkamer

Na de ingreep komt u rustig bij van de verdoving in de uitslaapkamer. Als u voldoende hersteld bent, gaat u naar de verpleegafdeling waar u tijdens uw opname verder zult verblijven.

Op de verpleegafdeling

Zodra de pijn het toelaat mag u rechtop zitten en eventueel uit bed komen. Onder begeleiding van een fysiotherapeut start u met oefeningen. Tevens wordt de dag na de operatie een röntgenfoto van de rug gemaakt.

Herstel

Na de operatie kunt u nog veel last hebben van rugpijn. Uw klachten kunnen zelfs erger zijn dan voor de operatie. Dit is normaal. Daarnaast kunt u last hebben van uw buik en moeite hebben met ontlasting. Hiervoor krijgt u, zo nodig, medicatie voorgeschreven. Na een aantal dagen tot weken nemen de klachten af. De herstelperiode wisselt echter sterk per patiënt. Het uiteindelijke resultaat kan vaak pas enkele maanden na de operatie worden vastgesteld.

Naar huis

U kunt meestal drie tot vier dagen na de operatie weer naar huis. Dit is afhankelijk van uw herstel en mobiliteit. Belangrijk is dat uw darmen goed op gang zijn gekomen en dat de wond niet meer lekt.  Als u thuis een trap heeft, oefent de fysiotherapeut tijdens uw opname het traplopen met u.

Bloedverdunners

U gebruikt tot zes weken na de operatie bloedverdunners in prikvorm (Fraxiparine®) ter voorkoming van een trombosebeen en longembolie. De verpleegkundige op de afdeling geeft u uitleg over het gebruik van de bloedverdunners. Zo nodig wordt aanvullende pijnstilling voorgeschreven.

Controles

Voordat u naar huis gaat krijgt u een controleafspraak voor de polikliniek en een verwijzing voor fysiotherapie mee. U komt zes weken en drie maanden na de operatie op controle bij uw arts. Tijdens deze bezoeken wordt er een röntgenfoto van de rug gemaakt.

Hechtingen

De hechtingen zijn oplosbaar. De knoopjes van de hechtingen hoeven niet verwijderd te worden, maar mogen twee weken na de operatie worden afgeknipt door de huisarts.

Complicaties

Elke operatie brengt risico’s met zich mee. Zo bestaat ook bij deze operatie de normale kans op een infectie en een nabloeding. Bij deze operatie bestaat een kleine kans op de volgende complicaties: 

  • Bloeding tijdens de operatie. 
  • Pseudo-arthrose (het niet aan elkaar vastgroeien van de wervels). 
  • Zenuwbeschadiging (waardoor er gedeeltelijk uitval optreedt van een spiergroep of van het gevoel in het gebied van de zenuw.) Het herstel hiervan is onzeker en duurt vaak maanden. 
  • Trombose. 
  • Loskomen of verplaatsing van cages en/of plaatje.

Adviezen en leefregels

Als u thuiskomt uit het ziekenhuis is het van belang de eerste dagen het ritme van het ziekenhuis aan te houden. Dat wil zeggen: kort zitten, vaak kleine stukjes lopen en regelmatig gaan liggen. Vermijd lang staan en lang zitten. 
Houd u de eerste zes weken aan de volgende leefregels:

Douchen

Douchen mag zodra de wond gesloten is (meestal enkele dagen na ontslag).

Houding

  • Slaap op uw rug of zij (niet op uw buik). 
  • Probeer als u uit bed komt eerst op uw zij te gaan liggen. Dan kunt u gaan zitten en daarna pas uit bed stappen. 
  • Zit rechtop, met een steun in de rug. Ga niet onderuitgezakt zitten. Zit niet te lang achter elkaar. 
  • Vermijdt draaibewegingen van de romp. Draai de heup en de schouders tegelijk. Doe dit ook bij staande activiteiten, bijvoorbeeld als u een voorwerp wilt verplaatsen. 

Activiteiten

  • Til niets zwaarder dan 1 kilo! 
  • Til niet bovenhands. 
  • Wissel uw activiteiten af. 
  • Gebruik geen grijpstang boven uw bed . 
  • Voorkom onverwachte bewegingen met één of meerdere ledematen. Bijvoorbeeld slaan, stoten, trekken, duwen, vangen, werpen, springen en schoppen. 
  • Blijf niet langdurig staan en vermijd slenteren en hardlopen. Het is wel goed om het wandelen langzaam uit te breiden om de conditie op te bouwen. 
  • Laat de hond niet aangelijnd uit, in verband met onverwachte bewegingen. 
  • Neem regelmatig rust. 
  • Wissel rust en beweging goed met elkaar af. U mag lopen, zitten, staan en liggen zoveel als uw lichaam toelaat. 
  • Heb de eerste zes weken geen gemeenschap in verband met onverwachte bewegingen.  

Huishouden

  • Verricht geen zware huishoudelijke taken zoals stofzuigen, het bed opmaken of de ramen wassen. 
  • Blijf niet langdurig in een voorovergebogen positie staan. Bijvoorbeeld bij het aanrecht, het fornuis of de wastafel. Gebruik een hoge kruk om half zittend/staand te koken en te wassen. 

Sporten

U mag de eerste zes weken na de operatie niet sporten.

Autorijden/fietsen

U mag de eerste zes weken na de operatie niet fietsen en zelf autorijden. U mag wel meerijden.

Werk

U kunt de eerste weken nog niet gaan werken. Uw arts bespreekt tijdens uw controleafspraak wanneer u weer kunt werken.

Blijvende leefregels

Vermijd in de toekomst het tillen van voorwerpen die erg zwaar zijn (meer dan 20 kilo). 
Maakt u zich geen zorgen als het een dag minder goed gaat. Meestal zullen klachten afnemen door meer rust te nemen.

Problemen thuis

U dient contact op te nemen met de polikliniek Orthopedie als na de operatie de onderstaande problemen ontstaan:

  • Als de wond gaat lekken. 
  • Als de wond rood of dik wordt en/of meer pijn gaat doen. 
  • Als u verhoging/ koorts (hoger dan 38,5 Celcius) krijgt.

Achter in deze folder vindt u het telefoonnummer van de polikliniek Orthopedie.
Buiten kantooruren kunt u in deze gevallen contact opnemen met de afdeling Spoedeisende Hulp. In overleg met uw behandelend arts wordt dan bekeken wat er eventueel moet gebeuren

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Orthopedie.

Telefoonnummers

Polikliniek Orthopedie
088 250 6270

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].

Bijgewerkt op: 22 maart 2019

Code: ORTH14