Vernauwing van een nierslagader (onderzoek en behandeling)

U heeft een afspraak gemaakt voor nader onderzoek van de bloedvaten van de nieren. U verblijft hiervoor een dag en een nacht in het ziekenhuis. In deze folder vindt u meer informatie over uw opname, de gang van zaken rond het onderzoek en de eventuele behandeling die aansluitend kan plaatsvinden. Uw behandelend arts heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder kunt u de informatie nog eens rustig nalezen. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de situatie voor u anders kan zijn dan is beschreven.

Algemeen

Vernauwing

De nieren worden van bloed voorzien door twee tot vier slagaderen. In deze slagaderen kan een vernauwing optreden waardoor de functie van de nieren, het zuiveren van het bloed, verstoord kan raken. Ook kan de vernauwing leiden tot een verhoogde bloeddruk.

Een vernauwde nierslagader wordt op oudere leeftijd vrijwel altijd veroorzaakt door slagaderverkalking. Bij vrouwen onder de 50 jaar kan een verdikking van de spierlaag van de slagader de oorzaak van de vernauwing zijn.

Verdenking van een vernauwing bij een verhoogde bloeddruk

In eerste instantie wordt een verhoogde bloeddruk behandeld met (een combinatie van) medicijnen. Lukt het niet de bloeddruk te verlagen naar een acceptabel niveau, dan zal de internist onder andere denken aan een vernauwing van een nierslagader. In dat geval zal hij de mogelijkheden van onderzoek met u bespreken en de volgende stappen met u doorlopen.  De diagnose vernauwing van de nierslagader kan worden vastgesteld met een CT-scan van de niervaten of een renogram.

CT-scan van de niervaten of een renogram

De secretaresse maakt een afspraak voor u voor een CT-scan van de niervaten of een renogram. Zij geeft u een folder mee over de gang van zaken rond het onderzoek. De uitslag van de CT-scan of het renogram wordt besproken in het vaatteam, dat bestaat uit een radioloog, een internist en een vaatchirurg. Het vaatteam bekijkt de uitslag kritisch en zorgvuldig en bespreekt of het zinvol is een angiografie te doen. Uw behandelend arts bespreekt met u het advies van het vaatteam. Vervolgens maakt de secretaresse (zo nodig) de vervolgafspraken.

Angiografie van de nieren

De secretaresse maakt in overleg met u een afspraak voor een angiografie van de nieren. Voor een angiografie wordt u één of twee nachten opgenomen op een verpleegafdeling. Bij een angiografie worden de nierslagaders van de nieren door middel van contrastvloeistof zichtbaar gemaakt. Voor het inspuiten van de contrastvloeistof wordt een katheter in de liesslagader ingebracht. Vervolgens wordt het contrastmiddel via de katheter ingespoten en worden er foto´s gemaakt. Aansluitend op het onderzoek wordt zo nodig gestart met de behandeling (zie onder “De behandeling” verderop in deze folder).

Voorbereiding angiografie

Meenemen naar het ziekenhuis

Neem op de dag van opname de volgende zaken mee naar het ziekenhuis:

  • een geldig identiteitsbewijs
  • uw afsprakenkaart
  • een actueel overzicht van de medicijnen die u gebruikt (verkrijgbaar bij uw apotheek of huisarts)
  • eventuele dieetvoorschriften 
  • toiletartikelen
  • nachtkleding

Nuchter zijn

Op de dag van het onderzoek moet u nuchter zijn. Houdt u aan de volgende regels: 

  • Tot zes uur voor het onderzoek mag u gewoon eten en drinken
  • Daarna mag u niet meer eten en alleen nog heldere dranken drinken zoals water, thee, koffie zonder melk, appelsap en andere doorzichtige dranken. Niet toegestaan zijn melk en melkproducten, koolzuurhoudende dranken, dranken met vezels en alcoholische dranken. 
  • Vanaf twee uur voor het onderzoek mag u helemaal niets meer innemen. 

Medicijnen

Recept internist
U start de dag vóór het onderzoek (dat is de dag van opname) met de volgende medicijnen. De internist heeft u hiervoor een recept gegeven. 

  • Acetylcysteïne 600 mg. U start hiermee op de dag voor het onderzoek. U neemt één tablet ‘s ochtends en één tablet ’s avonds. Dit doet u ook 's ochtends en 's avonds op de dag van het onderzoek. Daarna niet meer. 
  • Acetylsalicylzuur 100 mg. U start hiermee op de dag voor het onderzoek. De eerste dag neemt u 's ochtends en 's avonds 1 tablet. De dag van het onderzoek en de 27 dagen erna neemt u elke dag één tablet.
  • Gebruikt u al acetylsalicylzuur 30 of 38 mg dan houdt u bovenstaand schema aan. Als u vóór het onderzoek acetylsalicylzuur 80 of 100 mg gebruikt dan kunt u deze blijven gebruiken en hoeft u geen extra acetylsalicylzuur in te nemen.

Plastabletten
Als u plastabletten gebruikt, mag u deze op de dag van opname en de dag van het onderzoek niet innemen.

Bloedverdunnende middelen
Als u bloedverdunnende middelen gebruikt, overleg dan met de internist over het gebruik van deze middelen op de dagen rond het onderzoek. 

Suikerziekte
Heeft u suikerziekte en gebruikt u hiervoor tabletten, dan neemt u deze niet in op de ochtend dat u nuchter moet zijn (= op de ochtend/dag van het onderzoek). Als u weer mag eten na het onderzoek, neemt u uw tabletten in. Gebruikt u insuline, dan spuit u de avond voor het onderzoek en de ochtend dat u nuchter bent de helft van wat u gewend bent te spuiten.

Andere medicijnen
Andere medicijnen kunt u op de gebruikelijke wijze innemen. Heeft u vragen of is iets onduidelijk dan kunt u altijd overleggen met uw behandelend arts.

Overgevoelig en/of zwanger

Bij een angiografie wordt een röntgencontrastmiddel gebruikt. Bent u hiervoor overgevoelig of bent u (mogelijk) zwanger en heeft u dit nog niet besproken met de internist? Neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de polikliniek interne geneeskunde. De internist zal met u overleggen of het onderzoek kan doorgaan.

Vervoer

Regel vooraf vervoer voor als u naar huis mag. Zelf autorijden of reizen met het openbaar vervoer wordt afgeraden.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor het onderzoek? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 48 uur voor de opname) melden aan de polikliniek Interne geneeskunde? U kunt dan meteen een nieuwe afspraak maken.

Het onderzoek

Melden

Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal van het ziekenhuis. Hier wijst men u de weg naar de verpleegafdeling waar u wordt opgenomen.

De angiografie

De angiografie wordt uitgevoerd door een radioloog en een röntgenlaborant. Om de bloedvaten van de nieren op de foto’s te kunnen zien, wordt contrastvloeistof in de vaten gespoten. De radioloog brengt hiervoor een katheter (een dun plastic buisje) in. Dit gebeurt meestal via de liesslagader. Uw lies wordt daarvoor verdoofd. Dit kan even pijnlijk zijn. Wanneer de verdoving is ingewerkt, schuift de radioloog de katheter in het bloedvat. Als de katheter op de juiste plaats zit, bij de bloedvaten van de nieren, wordt deze aangesloten op een spuit met contrastvloeistof.

De contrastvloeistof wordt ingespoten. U kunt het hierdoor warm krijgen of het gevoel krijgen te moeten plassen. Deze twee bijwerkingen verdwijnen echter kort na het inspuiten. Vervolgens worden de foto’s gemaakt. U merkt of voelt niets van het maken van de opnamen. Het is belangrijk dat u tijdens het maken van de foto’s stil blijft liggen. 
Omdat niet alle bloedvaten in één keer kunnen worden afgebeeld, worden er meestal meerdere foto’s gemaakt. De laborant of radioloog vraagt u soms uw adem even in te houden. Na het onderzoek wordt de katheter uit de lies verwijderd en wordt een drukverband of drukpleister op uw lies aangebracht. Daarna gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt in totaal 1 à 2 uur. Als aansluitend op het onderzoek de vernauwing van een bloedvat wordt behandeld, dan kunt u langer op de afdeling radiologie zijn.

De behandeling

Als een behandeling van de bloedvaten van de nieren nodig is, wordt dit vaak aansluitend op de angiografie gedaan. Er zijn twee mogelijkheden:

  • Dotter-procedure. Hierbij wordt een vernauwd of afgesloten bloedvat weer opengemaakt met een ballonnetje. 
  • Stent-plaatsing. Wanneer het niet lukt om een vernauwing met een ballonnetje voldoende op te heffen, kan er besloten worden om direct aansluitend een stent te plaatsen. Een stent is een metalen gaasje dat om een ballonnetje geplaatst wordt. De ballon wordt op de plaats van de vernauwing gebracht en vervolgens opgeblazen. De stent opent zich hierdoor. De ballon wordt verwijderd, de stent blijft permanent in het bloedvat achter. De stent geeft een continue tegendruk waardoor het bloedvat open blijft. 

Omdat er extra bloedverdunnende middelen worden gebruikt bij bovenstaande twee behandelingen, kan de radioloog besluiten de katheter nog zes uur in de lies te laten zitten. Deze wordt dan op de verpleegafdeling verwijderd. 

Na het onderzoek

Terug op de afdeling

Na het onderzoek gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

U heeft de eerste uren na het onderzoek bedrust. Een verpleegkundige zal u hier uitleg over geven. U mag na het onderzoek weer normaal eten en drinken.

Tijdens het onderzoek is in de slagader in de lies geprikt. Het duurt enige tijd voordat het prikgat voldoende is afgesloten. Daarom krijgt u na het onderzoek een drukverband of een drukpleister op uw lies om het prikgat goed dicht te drukken. De verpleegkundige zal u ook vertellen hoe lang het drukverband of de drukpleister moet blijven zitten.

Mogelijke complicaties en risico's

Mocht het op de plaats van het drukverband of drukpleister warm of vochtig aanvoelen, dan moet u de verpleegkundige waarschuwen. Er kan een lekkage zijn opgetreden. 

Er kan een verkleuring, een verandering van temperatuur of een doof gevoel optreden in het behandelde been of de lies waar de katheter ingebracht is. U moet dan de verpleegkundige waarschuwen.

Bij de plaats in de lies waar in de slagader is geprikt, kan een bloeduitstorting ontstaan.
Dit veroorzaakt soms pijn en/of een stijf gevoel. Deze klachten verdwijnen na enkele dagen tot een week. Het risico van schade aan de nier is heel klein, maar niet nul. Door de behandeling kan de nierfunctie achteruitgaan. Er kan ook een scheurtje in het bloedvat optreden door de dotterbehandeling. Veiliger alternatieven zijn er echter niet en de organisatie is er op gericht om eventuele calamiteiten te behandelen. 

Ontslag

Naar huis

Als het onderzoek en de eventuele behandeling voorspoedig zijn verlopen, mag u de volgende dag naar huis. Afhankelijk van uw bloeddruk na de behandeling zal de afdelingsarts de bloeddrukmedicijnen eventueel aanpassen.

Controle op de polikliniek

Eén tot twee weken na het onderzoek en de eventuele behandeling heeft u bij uw internist een controleafspraak op de polikliniek. Tenminste twee werkdagen voor deze afspraak moet u bloed laten prikken en urine inleveren (een potje 24-uurs urine en een potje verse urine). 

De aanvraagformulieren voor het bloed prikken en de urine-onderzoeken heeft u meegekregen op de polikliniek Interne geneeskunde. De flessen voor het verzamelen van de 24-uurs urine en het urinepotje voor de verse urine kunt u afhalen bij het laboratorium van het Diakonessenhuis:

  • In Utrecht bij het afnamelaboratorium. 
  • In Zeist bij de polikliniek bloedafname. 
  • In Doorn bij het laboratorium (buitenpolikliniek Diakonessenhuis).

Wilt u bij het ophalen van de urineflessen en het urinepotje het laboratorium aanvraagformulier meenemen?

Instructie voor het verzamelen van de urine

Een instructie voor het verzamelen van 24-uurs urine vindt u in de folder 'Verzamelen van urine (24 uur)'. U krijgt deze folder mee als u de flessen komt ophalen.

Over de internistisch vasculaire polikliniek

De internistisch vasculaire polikliniek, onderdeel van de polikliniek Interne geneeskunde van het Diakonessenhuis, is er voor patiënten met vaatproblemen of risico daarop. Onze medewerkers zetten zich dagelijks in voor de beste zorg en een zo veilig en prettig mogelijk bezoek aan de polikliniek. Patiënten zijn onze belangrijkste raadgevers. We inventariseren ervaringen en ondernemen aan de hand daarvan actie om de zorg te optimaliseren. Al vanaf 2008 wordt de internistisch vasculaire polikliniek - als eerste vasculaire polikliniek in Nederland - jaarlijks bekroond met het ISO 9001 certificaat, een internationaal kwaliteitskeurmerk. Voor onze patiënten betekent dit dat zij verzekerd zijn van de best mogelijke zorg op dit gebied en daar zijn we trots op.

Afbeelding van het logo van het ISO keurmerk

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u deze tijdens de opname stellen. Ook kunt u op werkdagen tussen 8.30 en 17.00 uur bellen met de polikliniek Interne geneeskunde of de afdeling Radiologie.

Telefoonnummers

Polikliniek Interne geneeskunde
088 250 6667
 

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 17 mei 2021

Code: INT05