Translate website
Disclaimer
Nederlands: U vraagt Google Translate Services om onze teksten te vertalen. Daardoor kunnen er fouten in de teksten zitten. Automatische vertalingen zijn niet perfect, ons ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor mogelijke vertaalfouten. Heeft u vragen over uw gezondheid? Neem dan altijd contact op met uw arts.
Meer weten? Lees de toelichting vertaalbeleid
English: You ask Google Translate Services to actively translate our texts. Therefore they may contain errors. Automatic translations are not perfect. Diakonessenhuis is not responsible for possible translation errors. Do you have questions about your health? Then always contact your doctor.
Want to know more? Read the explanation of translation policy
Botbreuk in het tibiaplateau
U bent opgenomen met een botbreuk in het tibiaplateau. In deze folder krijgt u uitleg over de breuk en leest u wat u kunt verwachten tijdens uw opname.
Wat is een botbreuk in het tibiaplateau?
Een botbreuk in het tibiaplateau is een breuk (fractuur) in het bovenste deel van het scheenbeen (tibia). De breuk kan ontstaan na een ernstig ongeluk (bijvoorbeeld een verkeersongeluk). Door de klap komt er zoveel druk op het plateau dat het aan de binnenkant, buitenkant of beide kanten breekt. Vaak raken ook het kraakbeen, de meniscus en de kruisbanden beschadigd.
De behandeling
De breuk kan met gips (conservatief) of met een operatie worden behandeld. Dit hangt af van de stand van de breuk en het gewrichtsoppervlak. Als we gaan opereren mag de zwelling niet te groot zijn. In dat geval wachten we met opereren tot de zwelling minder is. Voor de operatie wordt u meestal 5 dagen opgenomen.
Voorbereiding op de operatie
Preoperatieve screening
Zodra uw arts u heeft verwezen voor de operatie starten we met de voorbereiding ervan. Zo kijken we welke verdoving voor u geschikt is en of u nazorg nodig heeft. Deze voorbereiding noemen we de preoperatieve screening. Hoe de preoperatieve screening verloopt en wat u hiervoor zelf moet doen leest u in de folder ‘Het plannen van uw operatie’.
Verdoving (anesthesie)
De anesthesioloog bepaalt in overleg met u welke vorm van verdoving voor u het meest geschikt is. Meer over verdoving leest u in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.
Meenemen naar het ziekenhuis
In de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’ leest u welke spullen u moet meenemen naar het ziekenhuis.
Verhinderd
Bent u verhinderd voor de operatie? Meld dit dan zo spoedig mogelijk bij het Hand- en polscentrum. Het telefoonnummer vindt u verderop in deze folder.
Opname
Melden
De dag voor de operatie wordt u door een secretaresse van de verpleegafdeling gebeld. Zij vertelt u hoe laat u zich moet melden op de verpleegafdeling en hoe laat u geopereerd zal worden.
Voorbereiding in het ziekenhuis
Op de verpleegafdeling krijgt u een operatiejasje aan en eventueel medicatie ter voorbereiding op de operatie. Daarna wordt u in uw bed naar de voorbereidingsruimte (holding) gebracht. Hier krijgt u een infuus en wordt de bewakingsmonitor bevestigd. Het infuus is nodig om vocht en medicijnen toe te dienen.
Na de operatie
Uitslaapkamer
Na de operatie brengen we u naar de uitslaapkamer (recovery). Daar blijft u tot u goed aanspreekbaar bent, de verdoving voor een deel is uitgewerkt en uw lichaamsfuncties stabiel zijn. De verpleegkundigen van de uitslaapkamer nemen dan contact op met de afdeling om u op te halen.
Terug op de verpleegafdeling
De verpleegkundigen van de afdeling brengen u terug naar uw kamer. U heeft na de operatie:
- een infuus om vocht en antibiotica te geven
Hoeveel vocht we u geven hangt af van hoeveel u drinkt, of en hoeveel u plast en of u nog medicijnen via het infuus moet krijgen, bijvoorbeeld antibiotica of iets tegen misselijkheid. - een drukverband
Dit wordt de dag na de operatie verwijderd. De wondpleister blijft zitten tot de dag daarna.
Controles
De verpleegkundige komt regelmatig bij u langs voor de volgende controles:
- meten van uw bloeddruk en polsslag
- nagaan of u pijn heeft
- checken of de wond doorlekt. Zo nodig krijgt u een drukverband.
- controle van het infuus
Misselijkheid
Na de operatie kunt u misselijk zijn. Het is belangrijk om dit te melden bij de verpleegkundige. Zij kan u een medicijn geven tegen de misselijkheid.
Pijn
U krijgt tijdens uw opname op vaste tijden pijnstilling. Meestal is dit vier keer per dag paracetamol. Zo nodig wordt dit aangevuld met zwaardere medicatie. Ook kan het zijn dat u een pijnpompje krijgt, dat u zelf kunt bedienen. De anesthesioloog informeert u hierover. De verpleegkundige zal u regelmatig vragen naar de pijn en past de pijnmedicatie zo nodig aan.
Eten en drinken
Als u goed wakker bent, mag u direct na de operatie normaal eten en drinken.
Fysiotherapie
De fysiotherapeut maakt een plan voor het bewegen na de operatie. Dit plan hangt af van hoe belastbaar uw gewricht is. In de dagen na de operatie gaat u samen met de fysiotherapeut oefenen met bewegen, zodat u steeds zelfstandiger wordt. Soms gebruiken we hierbij een motorslee (of CPM-toestel, van Constant Passive Motion). Dat is een medisch hulpmiddel dat de knie continu en passief beweegt. Op die manier maken we het kniegewricht soepel.
Risico’s en mogelijke complicaties
Na de operatie is er kans op complicaties. U kunt bijvoorbeeld last krijgen van een nabloeding of een ontsteking van de wond. Soms geneest de wond minder goed. Ook kunnen er bloedvaten of zenuwen beschadigd raken. Het is mogelijk dat het materiaal waarmee de breuk is vastgezet losraakt, of dat de breuk niet goed vastgroeit. Daarnaast kunt u langdurig pijn houden en het gewricht kan sneller slijten door schade aan het kraakbeen.
Ontslag
U mag naar huis zodra u zelfstandig kunt lopen met krukken of een looprek, en wanneer de fysiotherapeut het verantwoord vindt. Thuis gaat u verder met fysiotherapie. U moet zelf zorgen voor de juiste hulpmiddelen, zoals krukken. Als het niet mogelijk is om direct naar huis te gaan, kijken we in overleg met u naar andere mogelijkheden.
Problemen thuis
Wanneer moet u ons bellen
Bel in ieder geval bij de volgende klachten:
- koorts of rillingen, een temperatuur boven de 38,5°C
- plotselinge, hevige pijn
- veranderingen aan de wond, zoals roodheid, zwelling, warmte of vocht uit de wond
Met wie moet u bellen
De eerste 24 uur na ontslag uit het ziekenhuis kunt u bij problemen bellen met de verpleegafdeling of de polikliniek Chirurgie. Na deze 24 uur moet u bij problemen contact opnemen met uw huisarts of de huisartsenpost.
Opmerkingen over de tekst
Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].
Bijgewerkt op: 15 december 2025
Code: CH100