Fecale Incontinentie

U heeft last van fecale incontinentie, ook wel ongewild verlies van ontlasting genoemd. In deze folder vindt u informatie over deze aandoening en de behandelingsmogelijkheden.

Wat is fecale incontinentie?

Bij fecale incontinentie verliest u de controle over de kringspier waardoor u niet meer in staat bent om uw ontlasting op te houden. Er kan lucht ontsnappen en u kunt vloeibare en/of vaste ontlasting ongewild verliezen. Ongewild verlies van ontlasting of winden (incontinentia alvi of fecale incontinentie) is een aandoening die vaak voorkomt. Waarschijnlijk komt het zelfs vaker voor dan we denken, omdat veel mensen met deze klachten niet naar een arts durven te gaan. Zowel bij mannen als vrouwen komt dit probleem voor. Bij vrouwen ontstaat fecale incontinentie vaak na de overgang. Fecale incontinentie kan een grote invloed hebben op het dagelijks leven. 

Oorzaken

Mogelijke oorzaken van fecale incontinentie zijn:

  • Een beschadiging of verslapping van de kring- en/of bekkenbodemspier (bijvoorbeeld na een bevalling, operatie of bestraling). Deze oorzaak is het meest voorkomend. 
  • Een verslapping van de bindweefselwand tussen de schede en de endeldarm (een zogenaamde rectocele) 
  • Een endeldarmverzakking 
  • Een beschadiging van de zenuwen die bekkenbodemspier en kringspier aansturen 
  • Chronische diarree of obstipatie 
  • Een ontsteking van het slijmvlies in de endeldarm 
  • Een gezwel in de endeldarm. Dit is echter zelden het geval.

Onderzoeken

Om een indruk te krijgen van de ernst van de incontinentie vult u een vragenlijst in. Deze krijgt u thuis toegestuurd. Daarnaast wordt aanvullend onderzoek gedaan, zoals een inwendig onderzoek via de anus en soms een inwendige echografie van de kring- en bekkenbodemspieren. Deze onderzoeken zullen zoveel mogelijk op één dagdeel poliklinisch plaatsvinden in een rustige omgeving. 

Afhankelijk van uw klachten is het nodig om een darmonderzoek (coloscopie) of een röntgenonderzoek naar het functioneren van de endeldarm (defecatogram) te verrichten. Deze extra onderzoeken worden naar aanleiding van uw bezoek ingepland.

Behandelingsmogelijkheden

De behandeling hangt onder meer af van de oorzaak van de incontinentie. De juiste behandeling kan per persoon verschillen. Hieronder worden een aantal behandelingen uitgelegd.

Incontinentiemateriaal

Er bestaan vele hulpmiddelen om ontlasting op een veilige en onopvallende manier op te vangen. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheek of medische speciaalzaak. De continentieverpleegkundige van het Diakonessenhuis zal u hier verder over informeren. 

Leefstijladviezen

Bij fecale incontinentie richt de behandeling zich onder meer op het voorkómen van diarree en op het bevorderen van een regelmatige stoelgang. Dit kan met behulp van een zogenaamde bulkvormer (psylliumvezels) en dieetaanpassingen (regelmatig drinken, vezelrijke voeding). Soms is het nodig om medicijnen te nemen om de ontlasting te laten indikken (loperamide).

Bekkenbodemfysiotherapie

Indien nodig, verwijst uw behandeld arts u door naar een gespecialiseerde fysiotherapeut. Bij bekkenbodemfysiotherapie traint u de spieren van de bekkenbodem. Door het versterken van de spieren is het vaak makkelijker om de ontlasting op te houden. Bij bekkenbodemfysiotherapie kan gebruik gemaakt worden van biofeedback om de anale kringspier te versterken. De fysiotherapeut legt u uit wat dit is. Dankzij deze vorm van fysiotherapie voelt u beter dat uw endeldarm vol is en kunt u leren hoe u de sluitspier ontspant. Het is raadzaam om na beëindiging van de behandeling door de fysiotherapeut zelf door te gaan met de oefeningen.

Darmspoeling

Onze gespecialiseerde continentieverpleegkundige kan u aanleren hoe u de endeldarm leegspoelt met lauwwarm water. Het verlies van ontlasting wordt op deze manier voor enige tijd voorkomen zodat u zonder kans op lekkage de deur uit kan gaan. Het spoelen van de darm kan op het toilet. Er zijn verschillende spoelsystemen in de handel. De gespecialiseerde continentieverpleegkundige kan u hierover verder informeren. Zie voor meer informatie de folder 'Darmspoelen'.

Neurostimulatie

Neurostimulatie is een techniek waarbij een van de zenuwen die naar de anale kringspier loopt wordt gestimuleerd via stroomstootjes. Neurostimulatie kan op twee manieren:

1. Percutane neurostimulatie (PTNS)
Bij deze techniek wordt de zenuw aan de binnenkant van de enkel (nervus Tibialis) via een klein naaldje gestimuleerd (vergelijkbaar met acupunctuur). Stimulatie van deze zenuw leidt via de zenuwwortels bij het heiligbeen ook tot een stimulatie van de zenuwen die verantwoordelijk zijn voor de aansturing van de kring- en/of bekkenbodemspier. Deze behandeling wordt wekelijks en poliklinisch een half uur uitgevoerd gedurende 14 weken. Zie hiervoor ook de folder over PTNS.

2. Sacrale neuromodulatie (SNM)
Bij deze techniek worden de zenuwen vanuit het heiligbeen direct gestimuleerd. Hiervoor wordt een draadje (electrode) in het heiligbeen geplaatst via de rug, wat aangesloten wordt op een stimulator onder de huid (vergelijkbaar met een pacemaker). Deze behandeling bestaat uit een testfase waarbij alleen de electrode wordt geplaatst. Indien succesvol wordt met een tweede operatie de definitieve stimulator geplaatst. Zie hiervoor ook onze folder over SNM.

Operatief herstellen van de kringspier (sphincterrepair)

Als de kringspier beschadigd is, bijvoorbeeld door een bevalling of eerdere operatie, kan de kringspier operatief worden hersteld. Dit heeft de meeste kans op een goed resultaat als dat meteen na de beschadiging gebeurt. De resultaten van latere hersteloperaties zijn over het algemeen minder succesvol, maar zullen bij jongere mensen altijd worden overwogen. Bij deze operatie wordt het beschadigde deel van de kringspier vervangen door het nog aanwezige, gezonde deel van de kringspier en wordt de beschadiging gesloten. 

Operatief aanleggen van een stoma

Alleen bij patiënten waar bovenbeschreven technieken mislukken of vanwege overige zwaarwegende redenen, kan gekozen worden voor het aanleggen van een stoma. Een stoma is een niet natuurlijke uitgang van de darm, en wordt altijd operatief en op de buik aangelegd. Daarna komt er een zakje op de uitgang waarin de ontlasting opgevangen kan worden zodat dit op een later moment geleegd kan worden. Een stoma kan, afhankelijk van eventuele eerdere buikoperaties, met een kijkoperatie worden aangelegd. Onze gespecialiseerde stomaverpleegkundigen zullen u in dit traject begeleiden.

Telefoonnummers

Polikliniek Chirurgie
088 250 5333

  • toets 1 voor het maken / verzetten van afspraken op de polikliniek in Utrecht en Zeist
  • toets 2 voor vragen over opname of wachttijden voor een operatie
  • toets 3 voor medisch inhoudelijke vragen
  • toets 4 voor overige vragen

Continentieverpleegkundige
088 250 6419

Vragen

Met vragen over uw behandeling kunt u terecht bij uw arts of verpleegkundige.

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 12 januari 2021

Code: CH73