Operatie bij een rughernia of een stenose

U wordt binnenkort geopereerd aan een rughernia of stenose. U wordt hiervoor twee à drie dagen opgenomen in het ziekenhuis. In deze folder vindt u informatie over de gang van zaken rond de opname en uw operatie. Uw behandelend arts heeft enkele zaken al met u besproken. In deze folder kunt u de informatie nog eens rustig nalezen. Algemene informatie over een opname in het ziekenhuis vindt u in de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’.

Rughernia en stenose

Wat is een rughernia?

De tussenwervelschijven vormen samen met de wervellichamen de wervelkolom. Een tussenwervelschijf is een flexibele verbinding tussen twee wervellichamen. Hierdoor kan de wervelkolom bewegen. De tussenwervelschijf bestaat uit een stevige ring bindweefsel waarop de wervellichamen steunen. Binnen in die ring zit de weke kern. De weke kern van de tussenwervelschijf kan beschadigd raken. Hier zijn verschillende oorzaken voor, zoals overbelasting van de rug, een verkeerde houding en slijtage. Door de beschadiging kan een stuk weefsel van de kern loslaten en door een zwakke plek in de tussenwervelschijf gaan uitpuilen. Deze uitpuiling ontstaat meestal aan de achterzijde van het wervelkanaal en noemen we een hernia. Een hernia heet voluit 'hernia nuclei pulposi'. Dat betekent: een uitstulping van de weke kern van de tussenwervelschijf.

In het wervelkanaal bevinden zich onder andere zenuwen. Door de hernia raken één of meer zenuwen bekneld. Dit veroorzaakt pijn.

Wat is een stenose?

Bij een lumbale kanaalstenose is het wervelkanaal onder in de rug (lendenwervelkanaal) vernauwd. Hierdoor raken één of meer zenuwen, die in de onderrug door het wervelkanaal lopen, bekneld (zie plaatje). Dit veroorzaakt pijn in de benen. De pijn ontstaat vooral bij het lopen en staan en verdwijnt vaak bij het zitten. De vernauwing ontstaat door slijtage van de wervelkolom, een normaal verouderingsverschijnsel. Deze slijtage (artrose) is ook bekend van de heup- en kniegewrichten. Door de slijtage wordt het wervelbot, vooral bij de wervelgewrichten, dikker. Bovendien raken de banden om de gewrichten verdikt. Dit veroorzaakt de vernauwing van het wervelkanaal.

afbeelding Operatie bij een rughernia en stenose.jpg

Klachten

De klachten variëren van persoon tot persoon. De meest voorkomende verschijnselen zijn:

  • pijn of stijfheid in de rug, vooral tijdens het lopen, liggen of zitten; 
  • pijn in de bil, uitstralend naar de benen, soms tot in de voet of één of meer tenen. Deze pijn overheerst vaak de rugpijn.

De plaats van de pijn en de verschijnselen wijzen erop welke zenuw bekneld zit.

Wanneer de zenuw ernstiger bekneld is, kan er ook sprake zijn van: 

  • een 'doof gevoel' in het been; 
  • een tinteling in het onderbeen; 
  • het niet meer op de tenen of hielen kunnen lopen; 
  • het door de knieën zakken; 
  • plasproblemen.

Behandeling

Afhankelijk van de klachten kan worden besloten dat het noodzakelijk is een operatie uit te voeren. Een operatie aan een rughernia of stenose is een veel voorkomende operatie. De arts probeert met de operatie de beklemde zenuw(en) vrij te leggen.

Voorbereidingen

Instructies door de fysiotherapeut

In de week voorafgaand aan uw operatie heeft u op vrijdag een afspraak met de fysiotherapeut in het Diakonessenhuis. Tijdens deze afspraak geeft de fysiotherapeut u instructies over uw houding en hoe u zich moet bewegen na de operatie. Ook krijgt u informatie over uw opname en de operatie.

Nazorg regelen

In principe gaat u na twee tot drie dagen na de operatie naar huis. Houd er rekening mee dat u na de operatie een aantal activiteiten niet mag uitvoeren (zie de folder 'Fysiotherapie bij een rugoperatie'). Het is daarom belangrijk om voor de operatie te bepalen welke hulp nodig is. Vraag hierover informatie op bij uw huisarts. Tijdens uw opname zijn er geen mogelijkheden meer om dit te regelen. Houd er rekening mee dat u voorafgaande aan uw opname een aantal zaken moet regelen:

  • In principe kunt u na ontslag gewoon naar huis. Denkt u na ontslag tijdelijk niet alleen thuis te kunnen zijn, regel dan een logeerplek in een zorghotel of bij familie. 
  • U mag tot zes weken na de operatie, geen zware boodschappen doen en geen zware huishoudelijke taken uitvoeren, zoals dweilen, stofzuigen, ramen lappen en het bed opmaken. 
  • Zorg op tijd dat iemand anders zware huishoudelijke taken voor u doet. Denk hierbij aan de volgende mogelijkheden:
    • Schakel hulp in van familie en vrienden. 
    • Bent u alleenstaand of heeft u een partner die ouder is dan 75 jaar en/of zelf hulp nodig heeft, dan kunt u bij het WMO-loket van uw gemeente huishoudelijke hulp aanvragen.
    • Bij veel supermarkten kunt u online boodschappen bestellen en tot in de keuken laten bezorgen.
    • Kies voor magnetronmaaltijden of regel een maaltijd via ‘tafeltje dekje’ (bijvoorbeeld via internet of een thuiszorgorganisatie). 
  • Laat zorg voor eventuele jonge kinderen overnemen.

Wat mag u zelfstandig doen?

Na de operatie kunt u veel activiteiten al snel weer zelf doen. Activiteiten die niet meteen mogen zijn activiteiten waarbij u zwaarder dan een kilo moet tillen, uw rug moet draaien of een bolle rug moet maken. 

Overige voorbereidingen thuis

Medicijnen
Vanaf zeven dagen voor de operatie mag u geen bloedverdunnende middelen, zoals Sintrom of Marcoumar, en bepaalde pijnstillers (onder ander aspirine) meer gebruiken. De anesthesist overlegt met u welke thuismedicatie (met name medicatie bij hartklachten en suikerziekte) u wel of niet mag innemen voor de operatie.

Eten/drinken
Informatie over nuchter zijn en medicijngebruik vindt u in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.

Stoelgang
Veel pijnstillers kunnen leiden tot verstopping. Heeft u in de twee dagen voor de operatie geen ontlasting gehad, neem dan een laxeermiddel. Dit voorkomt extra pijnklachten en problemen bij verstopping na de operatie. Een laxeermiddel kunt u kopen bij de drogist.

Sieraden afdoen
U wordt verzocht uw sieraden af te doen en thuis te laten.

Meenemen naar het ziekenhuis

In de folder ‘Opname in het Diakonessenhuis’ staat aangegeven welke spullen u mee moet nemen naar het ziekenhuis. Dit is een algemene lijst. Neem ook makkelijk zittende kleding en stevige (instap)schoenen mee voor het mobiliseren na de operatie.

Verhinderd

Bent u verhinderd voor de operatie? Wilt u dit dan zo spoedig mogelijk (uiterlijk 48 uur voor de opname) melden aan de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie. Er kan dan iemand anders in uw plaats komen. Bovendien kunt u meteen een nieuwe afspraak maken. Neem ook contact op als u verkouden bent, griep of koorts heeft. Het kan zijn dat de arts de operatie uitstelt.

De opname

Melden

De verpleegkundige belt u één werkdag voor de opname om door te geven hoe laat u op de afdeling wordt verwacht en hoe laat de operatie plaatsvindt. Op de opnamedag meldt u zich op het afgesproken tijdstip op afdeling A1, Neurologie/Neurochirurgie van het Diakonessenhuis locatie Utrecht.

Anesthesie

De operatie vindt plaats onder algehele verdoving en bij hoge uitzondering onder regionale verdoving. De medische term voor verdoving is anesthesie. Informatie over de verdoving vindt u in de folder ‘Algehele en regionale anesthesie’.

Voorbereidingen in het ziekenhuis

  • Eén uur voor de operatie krijgt u pijnstillers in tabletvorm. 
  • Als u een kunstgebit en/of contactlenzen heeft, moet u deze voor de operatie uitdoen. Ook moet u sieraden afdoen en make-up verwijderen. 
  • Kort voor de operatie trekt u een operatiejasje aan. Hierna wordt u in uw bed naar de operatieafdeling gebracht. Daar ligt u enige tijd in een wachtruimte (holding) met andere patiënten. Als u aan de beurt bent, haalt de verpleegkundige of anesthesist u op om u naar de operatiekamer te brengen. U wordt vanuit uw bed op de operatietafel geholpen. Vervolgens krijgt u een infuus in uw arm en wordt de verdoving toegediend. U wordt daarna makkelijk op uw buik gelegd.

De operatie

Doel van de operatie

Met de operatie probeert de arts de beklemde zenuw(en) in de rug vrij te leggen.

Verloop van de operatie

De arts maakt een snee midden op de lage rug. Daarna schuift hij de rugspieren opzij. De lengte van de snee is afhankelijk van het soort operatie én de dikte van de onderhuidse vetlaag.

  • Bij een stenose-operatie haalt de arts het dakje van het wervelkanaal af om de ruggenmergzenuwen weer ruimte te geven. 
  • Bij een hernia-operatie verwijdert de arts de uitstulping van de tussenwervelschijf en legt de beknelde zenuw vrij.

Beide operaties tasten de stevigheid van de rug niet aan. De arts hecht de rugspieren weer tegen elkaar en sluit de huid met oplosbare onderhuidse hechtingen of met nietjes (agraves).

Duur van de operatie

De operatie duurt gemiddeld een uur.

Na de operatie

De uitslaapkamer

U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer (recovery) van de operatieafdeling. Als u voldoende hersteld bent en de pijn onder controle is, haalt een verpleegkundige van de afdeling u op en brengt u terug naar de verpleegafdeling.

Terug op de afdeling

Gemiddeld bent u drie à vier uur van de verpleegafdeling weg. Als u terug bent op de afdeling belt de verpleegkundige de contactpersoon.

Infuus en drain

U heeft een infuus in uw arm gekregen. Hierdoor worden vocht en eventueel medicijnen toegediend. Wanneer u goed gedronken en/of geplast heeft, niet misselijk bent en het ijzergehalte in uw bloed goed is, verwijdert de verpleegkundige de dag na de operatie het infuus.

Mogelijk heeft u een plastic slangetje (wonddrain), die tot in het operatiegebied loopt. De wonddrain zorgt ervoor dat het bloed dat zich na de operatie in het operatiegebied ophoopt, wordt afgevoerd naar een plastic flesje. Dit bevordert de wondgenezing. Na één dag wordt de wonddrain verwijderd.

Misselijkheid en pijn

Na de operatie kunt u misselijk zijn en pijn hebben. Mocht u misselijk zijn, vraag hier dan gerust iets voor aan de verpleegkundige.

De pijn kan drie oorzaken hebben:

  • Wondpijn
    Deze pijn wordt veroorzaakt door de operatiewond. 
  • Pijn uit spieren en gewrichten
    Om de pijn te ontwijken bent u zich, voor de operatie, anders gaan bewegen en heeft u zich een andere houding aangeleerd. Na de operatie kunt u zich weer normaal bewegen. De spieren van de rug en de armen zullen hierop reageren. Dit kan pijn veroorzaken. De operatie zelf kan ook spierpijn veroorzaken omdat de spieren opzij worden gelegd om goed bij het operatiegebied te kunnen komen. 
  • Zenuwpijn
    De zenuw heeft lange tijd bekneld gezeten door de uitpuilende hernia. De zenuw heeft nu voldoende ruimte, maar is nog steeds geïrriteerd. De pijn zal anders zijn dan voor de operatie. Ook kan het zijn dat door de operatie de zenuw tegenover de hernia geïrriteerd raakt.

Direct na de operatie heeft u een infuuspompje met een krachtige pijnstiller dat u zelf kunt bedienen. Het is beveiligd tegen overdosering, zodat u nooit te veel pijnstiller kunt krijgen. 

Controles

De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, uw polsslag, uw beenfuncties en vraagt naar de pijnscore. Ook houdt de verpleegkundige in de gaten of de urineproductie weer op gang komt en controleert hij/zij de pleister en vervangt deze als dat nodig is.

Eten en drinken

Na de operatie mag u weer gewoon eten en drinken. Doet u het in het begin rustig aan in verband met de kans op misselijkheid.

Weer in beweging 

De eerste drie uur na een operatie moet u op uw rug blijven liggen. Zo wordt de operatiewond zo goed mogelijk dichtgedrukt. Daarna helpt de verpleegkundige u op uw zij. De dagen daarna kunt u zelf van de ene op de andere zij draaien.
De eerste dag na de operatie helpt de verpleegkundige u met wassen en eet u op bed in zijligging.
De eerste dag na de operatie start u met uit bed komen.

Fysiotherapie

De fysiotherapeut komt een dag na de operatie langs om het draaien in bed, het in en uit bed gaan en het lopen met u door te nemen. In de folder 'Fysiotherapie bij een rugoperatie' vindt u meer informatie.

Antistolling

Na de operatie krijgt u één keer per dag een injectie - in de buik- met een antistollingsmiddel. Dit is een medicijn om trombose (een bloedstolsel in een bloedvat) te voorkomen. U blijft deze injecties gedurende de opname krijgen, totdat u voldoende mobiel bent. Als u voor de opname antistollingsmedicijnen gebruikte, start u daar de derde dag na de operatie weer mee.

Hechtingen

Om de operatiewond te sluiten worden meestal oplosbare hechtingen gebruikt. Deze hoeven niet verwijderd te worden, maar verdwijnen vanzelf. Als uw wond gehecht is met nietjes (agraves) dan moeten deze twaalf dagen na de operatie, met een speciaal tangetje, verwijderd worden door de huisarts.

Risico’s en mogelijke complicaties

In de meeste gevallen verloopt een operatie zonder problemen. Toch is het van belang dat u weet dat de volgende complicaties kunnen optreden: 

  • Wondlekkage
    Door de beweeglijkheid van de rug is er kans op wondlekkage. De pleister zal dan vaker vervangen moeten worden. Het ontslag kan worden uitgesteld als de wond veel lekt.   
  • Infectie
    Het gebied rond de wond kan geïnfecteerd raken met uw eigen huidbacteriën. U krijgt dan een antibioticakuur. 
  • Nabloeding 
    Zeer zelden komt een nabloeding voor. Als dit klachten geeft, verwijdert de neurochirurg deze bloeduitstorting operatief. 

Het ontslag

Naar huis

Het moment van ontslag uit het ziekenhuis hangt af van verschillende factoren, zoals de grootte van de operatie, uw leeftijd, conditie en herstel. Voordat u naar huis gaat, wordt een afspraak gemaakt voor poliklinische controle bij uw behandelend arts. De polikliniekafspraak, het nazorgformulier, een overdrachtsbrief en een machtiging voor fysiotherapie voor de zorgverzekering krijgt u mee naar huis.

Vervoer regelen
U mag niet zelf naar huis rijden. Regelt u daarom een taxi of iemand die u naar huis brengt.

Problemen thuis

Doen zich na uw ontslag uit het ziekenhuis problemen voor (plotseling optredende koorts, opvallende wondlekkage of hevige pijn), neem dan tijdens kantooruren contact op met de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie en buiten kantoortijden met de verpleegafdeling. 

Adviezen voor thuis en nazorg

Wat u na de operatie wel en niet kunt doen, kunt u lezen in de folder van de fysiotherapie: 'Fysiotherapie en ergotherapie bij een rugoperatie' en het nazorgformulier welke u van de verpleging ontvangt. 

Controlebezoek op de polikliniek

Ongeveer zes weken na de operatie komt u terug bij uw neurochirurg. Hij bespreekt met u hoe het gegaan is sinds uw vertrek uit het ziekenhuis. Heeft u vragen, dan kunt u deze uiteraard stellen. U wordt geadviseerd om thuis uw vragen op te schrijven, zodat u ze niet vergeet te stellen.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op met de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie. 

(Patiënten)organisaties

Meer informatie over een rughernia en kanaalstenose vindt u op onderstaande website's:

Telefoonnummers

Polikliniek Neurologie/Neurochirurgie 
088 250 5303

Verpleegafdeling A1
088 250 6183

Opmerkingen over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via communicatie@diakhuis.nl.

Bijgewerkt op: 26 april 2021

Code: NEU26