Stimuleren van de melkproductie bij borstvoeding

Als u borstvoeding geeft, kan het zijn dat u minder melk aanmaakt dan uw baby nodig heeft. In deze folder leest u wat hiervan de oorzaak kan zijn en wat u kunt doen om meer melk aan te maken.

In de eerste dagen na de bevalling komt de melkproductie op gang. Dit gebeurt door hormonen die vrijkomen als uw baby aan de borst drinkt of als u kolft. Daarna wordt de melkproductie vooral geregeld door vraag en aanbod: hoe vaker de baby drinkt of hoe vaker u kolft, hoe meer melk uw lichaam maakt.

Soms duurt het wat langer voordat de melk goed op gang komt. Ook kan het gebeuren dat de melkproductie eerst goed gaat, maar daarna minder wordt. Als u twijfelt of uw baby voldoende melk krijgt, vraag dan een lactatiekundige om mee te kijken.

Oorzaken van te weinig melk

  • Aanlegproblemen, de baby hapt bijvoorbeeld niet goed aan of heeft te weinig energie om actief aan de borst te drinken. De baby drinkt de borst dan niet goed leeg.
  • Te weinig aanleggen of op vaste tijden aanleggen. Een baby die op verzoek mag drinken, drinkt vaak effectiever. Zo stimuleert hij ook de melkproductie.
  • De baby krijgt bijvoeding zonder dat de moeder kolft. De baby drinkt daardoor minder actief aan de borst.
  • Problemen met kolven, bijvoorbeeld pijn bij het kolven, te weinig kolven, verkeerd kolfprogramma, niet passende kolfschelp.
  • Stress bij de moeder.
  • Gebruik van kruiden(thee) die de melkaanmaak remmen zoals salie, munt, kervel, zoethout, peterselie en lavas. U kunt deze kruiden wel gewoon gebruiken bij het koken.
  • Medicatie met een remmende werking, bijvoorbeeld bepaalde anticonceptiepillen.
  • Te weinig drinken (kleur van de urine is donker).
  • Roken en alcoholgebruik.
  • Menstruatie.

Wat kunt u doen?

De melkproductie wordt geregeld via vraag en aanbod. Hoe vaker u aanlegt of kolft, hoe meer melk u aanmaakt.

Aanleggen

  • Wees veel samen met uw baby. Bijvoorbeeld door een draagdoek te gebruiken of samen in bad te gaan. Leg uw baby vaak huid op huid. Huidcontact is ontspannend voor u allebei en stimuleert de borstvoedingshormonen. De baby gaat dan vaak zelf op zoek naar de borst. Zijn voedingsreflexen helpen hem om goed aan te happen (‘grote hap’).
  • Geef uw baby vaker de borst. Volg de voedingssignalen van uw baby en leg hem aan als hij wil drinken. Geef hem liever geen fopspeen. Dan kunt u juist voedingssignalen missen, waardoor hij minder vaak aan de borst zal drinken.
  • Kijk of uw baby goed aan de borst ligt en effectief en actief drinkt. U hoort hem dan vaak slikken en voeden is niet pijnlijk. Zie ook de folder Borstvoeding.
QR  van instructiefilm over borstvoedingshoudingen

Instructiefilm over borstvoedingshoudingen

  • Wisselvoeden: wissel van borst zodra uw baby gaat sabbelen in plaats van actief drinken. U kunt tijdens één voeding 2 tot 4 keer wisselen van borst.
  • Borstcompressie. Als u ziet dat uw baby wel zuigt maar niet slikt, kunt u de melkstroom met borstcompressie vergroten:
    Ondersteun uw borst met volle hand, de vingers onderaan de borst (tegen ribbenkast aan) en uw duim bovenop (ver van de tepelhof) of omgekeerd. Als uw baby begint te zuigen, brengt u duim en vingers naar elkaar toe. Houd hierbij de vingers vlak - zo verdeelt u de druk op de borst. Kijk of uw baby actiever gaat drinken. Hoort u hem slikken? Ontspan de vingers als hij een pauze neemt na een zuigreeks. Zie ook de folder Borstcompressie.
  • Kolven. Kolf een aantal keren per dag direct na het aanleggen om de melkproductie extra te verhogen. U kunt de afgekolfde melk als bijvoeding geven als uw baby te weinig groeit. Als u op advies van de arts (tijdelijk) kunstvoeding bijgeeft, kolft u net zo vaak als u per dag bijvoeding geeft. 

Kolven

  • Controleer of de kolfschelp goed past. Als de tepelhof in de tunnel wordt gezogen, is de kolfschelp te groot. Als de tepel niet goed kan bewegen, is de kolfschelp te klein.
  • Kijk wanneer de melk begint te stromen. Als dat langer dan 2 minuten duurt, dan schiet de melk wat langzamer toe. Warmte en een lichte borstmassage vooraf kunnen helpen. Komt de melk nog niet? Zet het kolfapparaat dan opnieuw op de eerste stand voor extra stimulatie.

Ontspanning en een vaste gewoonte helpen de melk beter te laten stromen. Zoek een fijne plek en maak er een ritueel van. Huid-op-huidcontact, denken aan of kijken naar uw baby en de geur van uw baby kunnen hierbij ook helpen de melk laten stromen.

Kijk wanneer de melkstroom stopt. U kunt deze dan opnieuw stimuleren door terug te gaan naar de eerste stand van het kolfapparaat en eventueel nog even de borst te masseren.

  • Probeer verschillende standen van het kolfapparaat uit. Zoek de hoogste zuigkracht waarbij u comfortabel kolft. Dat is voor iedereen verschillend. Kolven hoort niet pijnlijk te zijn of irritatie te geven. Bij sommige kolfapparaten kunt u ook de frequentie aanpassen. Vaak komt er meer melk als de frequentie wat lager is.
  • Kolven met de hand. Kolven met de hand na gebruik van het kolfapparaat kan de melkproductie flink verhogen doordat u de borst nog extra leegt. Zie ook Instructiefilm Kolven met de hand.
QR  van instructiefilm over kolven met de hand

Instructiefilm over kolven met de hand

  • Vaker kolven. Vaker wat korter kolven geeft meer stimulatie dan minder vaak lang. Probeer 8 tot 10 keer per dag te kolven. Verdeel daarbij de kolfmomenten over 24 uur. Of kolf eens 1 tot 2 dagen extra vaak, bijvoorbeeld 10 tot 12 keer.
  • Powerkolven. Daarmee imiteer je een regeldag van een baby om meer melk te krijgen. Kolf 1 of 2 keer per dag gedurende 1 uur met pauzes. Bijvoorbeeld 10 minuten kolven, 10 minuten pauze, 10 minuten kolven, en zo verder. U hoeft tijdens het powerkolfmoment niet tussendoor schoon te maken of de melk in de koelkast te doen. Dit kunt u doen als u klaar bent. Voor andere manieren van powerkolven zie Clusterkolven / Power pumping (moedermelknetwerk.nl).  
  • Borstcompressie geven tijdens het kolven. Houd uw borst vast met volle hand, de vingers onderaan de borst (tegen ribbenkast aan) en uw duim bovenop (ver van de tepelhof) of omgekeerd. Breng duim en vingers naar elkaar toe en kijk of de melkstroom toeneemt. Als de melkstroom afneemt, wissel dan van borst. Wissel meerdere keren af per kolfmoment. Zie ook de folder Borstcompressie en dit filmpje.

Dieet

Vrouwen die borstvoeding geven hebben ongeveer 300 tot 500 kcal per dag meer nodig. Het is belangrijk om gezond en gevarieerd te eten. Van sommige voedingsmiddelen wordt gezegd dat ze de melkproductie stimuleren, zoals havermout, maar dat is niet wetenschappelijk bewezen.

Voldoende (water) drinken is belangrijk. Moedermelk bestaat voor 88% uit water.

Medicatie

In bepaalde gevallen kan het helpen om medicatie te gebruiken. De lactatiekundige bespreekt dit met u. 

  • Syntocinonspray: een neusspray met synthetisch oxytocine. Oxytocine is het borstvoedingshormoon dat zorgt voor de toeschietreflex. De werking van syntocinonspray is echter niet voldoende bewezen. Daarom wordt het alleen voorgeschreven als andere tips om de toeschietreflex te stimuleren niet werken.
  • Domperidon: een middel tegen de misselijkheid dat als bijwerking prolactine verhoogt. Prolactine is het borstvoedingshormoon dat de melkaanmaak regelt.

Beide middelen kunnen bijwerkingen hebben. Ze worden voorgeschreven door de huisarts. Als uw baby in het ziekenhuis ligt, wordt overlegd met de kinderarts. 

Kruiden

Er zijn verschillende kruiden die de melkproductie mogelijk kunnen verhogen, bijvoorbeeld fenegriek, gezegende distel en galega. De werking van deze kruiden is echter onvoldoende wetenschappelijk bewezen. We laten ze in deze folder daarom verder buiten beschouwing. Wilt u meer weten over het gebruik van kruiden, vraag het dan aan uw lactatiekundige.

Telefoonnummers

Secretariaat afdeling Verloskunde
088 250 6182

Afdeling Neonatologie (5B)
088 250 6136

Lactatiekundigen
088 250 6380
[email protected]

Opmerking over de tekst

Vindt u iets onduidelijk beschreven? Of ontbreekt er informatie? Dat horen wij graag. U kunt opmerkingen over de tekst doorgeven via [email protected].

Bijgewerkt op: 17 oktober 2025

Code: K55